Classici

Staatssecretaris Wallage heeft in professor C. M. J. Sicking een warm pleitbezorger gevonden, zo bleek op de opiniepagina (NRC Handelsblad, 10 januari) en ik ben nauwelijks etonne de les trouver ensemble. Sickings opvattingen over het onderwijs in de Klassieke Talen in het voortgezet onderwijs zijn bij insiders sinds jaar en dag bekend. Nieuw was voor mij dit: “Dat de spanning tussen dit soort doelstellingen (Sicking doelt hier op de ideologie achter het nieuwe examenprogramma voor Grieks en Latijn) en de feitelijk beschikbare hoeveelheid lesuren op knappen staat - en veel classici dus wanhopig maakt - is waar, maar geen goede reden om het doel te laten varen.”

Nieuw niet zozeer om de inhoud - immers, altijd en overal worden de mensen 'in het veld', degenen die beleid moeten uitvoeren, de dupe van de theoretici die het bedacht hebben - maar nieuw om de grote eerlijkheid waarmee dit wordt uitgesproken, of het cynisme, om een minder aangenaam woord te bezigen. Nieuw ook om de grote kortzichtigheid die Sicking - toch een scherpzinnig man - hier tentoon spreidt. Want als wij de classici opofferen ter wille van het schone doel dat hij schetst, is er weldra niemand meer om het onderwijs nog te geven. Ik ken de wanhoop waarvan Sicking rept: ze manifesteert zich als algehele verpietering tot regelrechte desillusie onder de classici. Kortgeleden is mij het grote geluk te beurt gevallen dat ik het onderwijs in de Klassieke Talen vaarwel kon zeggen, met een nieuwe loopbaan voor mij. Ook zonder Sickings achteruitkijkspiegel haal ik opgelucht adem: hij kan mij niet meer als Kanonenfutter gebruiken.