Beledigd Egypte houdt benauwde koning Hussein op afstand; Mubarak heeft koning nog niet geheel afgeschreven

KAIRO, 15 jan. - De landing gistermiddag van een Jordaans prive-vliegtuig in de Egyptische hoofdstad, dat - naar later bleek - alleen maar de Oostenrijkse president Kurt Waldheim vanuit Kairo naar Amman zou brengen, leidde onmiddellijk tot de absolute zekerheid dat koning Hussein van Jordanie hier onverwachts was aangekomen. Dat was niet zo vreemd, omdat een functionaris van het Egyptische ministerie van buitenlandse zaken 's konings komst al had aangekondigd. De officiele ontkenning later dat hij hier was geweest, werd dan ook niet door iedereen geloofd. Sceptici vroegen zich af of de ontkenning niet gevolgd was op een weigering van president Mubarak om de koning te ontvangen. Mubarak heeft immers de afgelopen dagen heel duidelijk te kennen gegeven dat hij niets wil weten van koppeling tussen de Koeweit-crisis en de Palestijnse kwestie.

Als koning Hussein hier was gekomen om zich te verzekeren van Egyptische militaire garanties ingeval van oorlog met Israel zou hij een tot niets verplichtend antwoord hebben gekregen. En als hij hier kwam om, voordat het doek uiteindelijk valt, alsnog, samen met Egypte, 'een Arabische oplossing' voor de Golfcrisis uit de hoed te toveren was hij eveneens bedrogen uitgekomen.

Zondag herhaalde de Jordaanse premier, Mudar Badran, dat zijn land, krachtens het defensieverdrag van 1950 tussen de leden van de Arabische Liga en conform twee resoluties van de buitengewone Arabische topconferentie van 28 mei vorig jaar, militaire steun aan Egypte, Syrie en Irak zal vragen. Mudar Badran haalde de woorden aan van 's konings ex-vriend de Syrische president Hafez al-Assad, die had gezegd dat “het Jordaanse front de verlenging is van het Syrische front en elke schending van het Jordaanse front herhalve zal worden beschouwd als een schending van het Syrische front”.

Niet geruststellend

Die Syrische waarschuwing aan het adres van Israel is voor de koning bepaald niet zo geruststellend, omdat Assad eerder te kennen had gegeven dat hij het hele gebied tussen het noordelijkste puntje van Syrie en de zuidelijkste punt van Jordanie, inclusief natuurlijk Libanon en - als de tijd rijp is - ook Palestina, als Syrisch domein beschouwt. Met precies dezelfde Pan-Arabische retoriek en wat militair geweld veranderde het Ba'ath-zusterbewind in Bagdad Koeweit van een zelfstandige staat in een provincie.

Koning Hussein heeft Egypte nodig nu Israel is weggevallen, dat hij in vroeger jaren als tegenwicht in petto had tegen al te annexionistische neigingen van zijn Arabische broeders en nu Irak, de krachtbron waarin hij de laatste tijd zijn hoop en vertrouwen had gesteld, met vernietiging bedreigd wordt.

De koning heeft dan ook, ondanks alle onaangenaamheden die hij en president Mubarak de afgelopen maanden tegen elkaar hebben geuit, water in de vorstelijke wijn gedaan. Nadat hij opdracht had gegeven om de grens voor alle vluchtelingen af te sluiten die uit Irak en Koeweit naar Jordanie stroomden gaf hij zondag het bevel om die grens voor Egyptische vluchtelingen weer open te stellen. Kennelijk hoopt hij daardoor de tot onder het nulpunt gezakte relatie met president Mubarak weer te ontdooien. Het was de afgelopen weken al duidelijk geworden dat hij in de zeer beperkte manoeuvreerruimte die hij heeft probeert meer afstand te nemen tot president Saddam Hussein.

Tot dusver heeft dat geen zichtbaar resultaat opgeleverd. Want alle politieke vertrouwelingen van president Mubarak getuigden de laatste weken van een opmerkelijke afstandelijkheid, grenzend aan afkeer, als koning Hussein ter sprake kwam.

Mubarak zelf heeft nog maar een week geleden publiekelijk laten weten dat de koning hem misleid had, toen hij aandrong op de vorming van een Arabische Samenwerkingsraad, het in 1989 opgerichte verbond tussen Egypte, Jordanie, Irak en Noord-Jemen. Mubarak heeft al herhaaldelijk de Arabische Samenwerkingsraad aangeduid als de Arabische Samenzweringsraad, om aan te geven dat het verbond in werkelijkheid was bedoeld om gemeenschappelijk Koeweit en later misschien ook de andere olierijke Golfstaten in de tang te nemen, danwel te veroveren.

De president heeft - zo verzekerden goed ingevoerde bronnen - de koning “nog niet” helemaal afgeschreven. Hij heeft hem weliswaar van onwaarheden beschuldigd, maar hem niet voor leugenaar uitgemaakt - en dat is toch een verschil. Bovendien noemt hij de koning nog steeds Zijne Majesteit - om aan te geven dat hij hem de koningstitel niet misgunt. Maar garanties voor hulp: dat is een andere zaak.

De bronnen herinneren er voorts aan dat het Arabische Defensiepact in de afgelopen 40 jaar nooit is toegepast. Het pact schreef de ondertekenaars voor een aanval op een van de leden van de Arabische Liga te beschouwen als een aanval op henzelf. En wat betreft de afspraken van de Arabische topconferentie van mei vorig jaar in Bagdad: die beloofden dat “elke agressie tegen Jordanie zal worden beschouwd als agressie tegen de hele Arabische Natie”. Maar wat in Bagdad werd afgesproken werd volgens de Arabische anti-Saddam alliantie reeds negen weken nadien doorkruist door de Iraakse invasie in Koeweit.

Werkelijkheid

Pas na die invasie gaven de Egyptenaren toe dat hun politiek ten aanzien van Irak van de afgelopen twee jaar alsmede hun aarzelende medewerking aan de Arabische Samenwerkingsraad in werkelijkheid ten doel hadden gehad om Saddam met vriendelijke woorden en (betrekkelijk) nauwe banden binnen de perken te houden. Mubarak ging er van uit dat als hij maar lang genoeg Saddam als een gematigd leider afschilderde de man zich zou gedragen conform het portret dat Mubarak van hem had gemaakt.

Daarom ging de Egyptische regering met haar politiek van zachte massage door toen in de herfst van 1988 vliegtuigen vol met dode Egyptische gastarbeiders uit Irak naar huis terugkeerden. Zij waren volgens de Iraakse dokterscertificaten van de steigers gevallen of ze hadden een auto-ongeluk gehad. Maar zeer velen bleken aan kogels te zijn overleden, doodgeschoten door Irakezen die hen van illegale liefdesgeschiedenissen met Iraakse vrouwen beschuldigden of van het inpikken van de banen van Iraakse mannen.

Volgens een Egyptische diplomaat arriveerden in een maand meer dan duizend op die manier vermoorde Egyptenaren. “Saddam”, zegt hij, “wilde daarmee aan Hosni (Mubarak) laten zien wie de baas was. En Hosni was stom genoeg om niet onmiddellijk op te treden. De zaak werd door de regeringspers met de mantel der liefde bedekt, tot het niet langer kon.”

Pas na de plechtige belofte die Saddam eind juli aan Mubarak gaf dat hij Koeweit niet zou binnenvallen - een belofte die hij meteen brak - was het de Egyptische president duidelijk dat hij hoe dan ook met Saddam moest afrekenen. Als de Iraakse leider niet geliquideerd zou worden zou hij een dodelijke bedreiging blijven voor de rest van de Arabische wereld en altijd opnieuw een aanval willen doen op het leiderschap van Egypte. Egypte, dat hier zonder enige zelfspot “De Moeder van de Wereld” wordt genoemd.

Dat wil niet zeggen dat men hier de oorlog begroet. Zowel de regering als 'de straat' is zeer bezorgd over de niet in te schatten gevolgen van een oorlog, die - zo denkt men hier - alleen maar Israel ten goede kan komen. Velen in Egypte delen de angst en de woede van de andere Arabische landen tegenover Israel. Met name natuurlijk de moslim-fundamentalisten die gisteren in het Egyptische oppositieblad Al-Wafd een pagina-grote advertentie plaatsten: “De dictator van Irak heeft opgeroepen tot de bezetting en de vernietiging van Israel. Het zijn de juiste woorden van de verkeerde persoon.”

Deze mededeling, afkomstig van een onbekende groep: 'De Zoons van het Moslim Volk dat de Palestijnse en de Koeweitse Zaak steunt', toont hoe problematisch de Iraakse propaganda is voor de Arabische anti-Saddamcoalitie. Dat is nog een reden waarom Mubarak zo woedend is op Saddam, op koning Hussein van Jordanie en op PLO-leider Arafat. Egypte wilde de onvervangbare bemiddelaar zijn tussen de Arabische wereld aan de ene kant en Amerika aan de andere kant, tussen de Arabische wereld enerzijds en Israel anderzijds. Maar Saddam en zijn bondgenoten hebben die Egyptische rol nu grondig verstoord. Zij hebben Egypte identiek gemaakt met de Verenigde Staten - een beeld dat Mubarak altijd zorgvuldig probeerde te vermijden.

Twee dagen geleden zei koning Hussein tegen een Amerikaanse journalist: “Jullie mogen een veldslag winnen, maar jullie zullen de hele Arabische wereld verliezen.” Vanuit Egypte gezien is dat een onzinnige opmerking, omdat men in brede lagen van de bevolking hier Saddam oprecht haat en hem een flink pak slaag gunt. Maar niemand weet hoe de sentimenten over drie weken of over drie maanden zullen zijn, als de kaarten geschud zijn na een oorlog, waarvan geen sterveling weet hoe vernietigend hij zal zijn.

    • Michael Stein