Beijing Jeep: de China-droom van het Amerikaanse bedrijfsleven

Beijing Jeep: The Short, Unhappy Romance of American Business in China Auteur: Jim Mann. Simon en Schuster, 311 blz. prijs: (+-) fl. 40, -.

Toen China eind jaren zeventig zich schoorvoetend met de 'open deur politiek' van Deng Xiaoping tot het Westen wendde, maakten alle grote autofabrikanten plannen hoe zij de Chinese auto-industrie konden moderniseren. Hiermee wilden ze tevens toegang krijgen tot een droommarkt van een miljard consumenten. Henry Ford II bezocht Peking al in 1978 waar hij door Deng Xiaoping werd onthaald.

Daarbij dachten Amerikanen met de bouw van autofabrieken in China met haar spotgoedkope arbeidskrachten - een gemiddeld maandsalaris van een Chinese arbeider bedroeg nog geen honderd gulden - een wapen te hebben gevonden, waarmee ze de Japanse autofabrikanten met massale exporten vanuit China zouden kunnen verslaan.

Maar de technologische staat waarin de Chinese staatsauto-industrie zich bevond maakte deze droom moeilijk te realiseren, ontdekte Paul Tippet, president van American Motors Corporation (AMC), toen de vierde autoproducent van de Verenigde Staten. De Chinese jeep (uit te spreken als: Jee-poo-chier), waarin hij een proefrit maakte, had zelfs geen vering. De technologie van dit type BJ 212 stamde nog uit de jaren vijftig toen China en de Sovjet-Unie voor het laatst broederlijk hadden samengewerkt.

De Amerikaanse China-droom nam begin jaren tachtig groteske vormen aan. Tijdens een bezoek van president Reagan aan de Volksrepubliek in 1984 noemde hij China dat 'zogenaamde communistische' land. Reagan zag 'fabelachtige perspectieven voor Amerikaanse bedrijven in China'. Zijn nationale veiligheidsadviseur Robert Macfarlane maakte het nog bonter met zijn voorspelling dat 'binnen enkele jaren duizenden Amerikanen in China zouden werken en wonen'. Jim Mann, die van 1984 tot 1987 correspondent voor de Los Angeles Times in Peking was, noemt als reden van deze nationale zinsbegoocheling dat 'men wilde geloven dat als de toen almachtige leider Deng Xiaoping het werk van Adam Smith zou lezen, China de volgende dag een vrije markteconomie zou hebben'.

De vorming van Beijing Jeep in 1983, de eerste grote industriele joint venture - tussen AMC en een Chinese staats-autofabriek in Peking - zorgde voor een sensatie in de Verenigde Staten. China deed niets om het optimisme van de westerse zakenmensen te temperen. Het was wanhopig op zoek naar westerse technologie. De Japanners speelden het Chinese spel niet mee. Zij waren niet geinteresseerd om China hun nieuwe technologie te leveren die het tot een concurrent zou kunnen maken.

De Japanners verkochten liever hun in Japan geproduceerde auto's. In 1985 was China zelfs op de Verenigde Staten na de belangrijkste afzetmarkt geworden voor de Japanse auto-industrie. Na de start van Beijing Jeep bleek al snel dat de Chinezen en de Amerikanen met verschillende intenties aan de joint-venture waren begonnen. De Chinezen waren niet geinteresseerd in de wilde exportplannen van de Amerikanen. Het Chinese leger daarentegen had achter de schermen de joint-venture doorgedrukt omdat het een nieuw type jeep wilde na de smadelijk van Vietnam verloren grensoorlog in 1979. Dit nieuwe model moest een verwijderbaar dak en vier deuren hebben zodat soldaten uit een rijdende auto konden schieten en er ook snel konden uitstappen.

De Chinezen hebben voor een dergelijk misverstand zelfs een spreekwoord: 'In hetzelfde bed, maar met verschillende dromen'. Jim Mann schets op ironische wijze hoe niemand van AMC zich tot dan toe had afgevraagd hoe een Westerse onderneming geintegreerd zou moeten worden met een communistische werkeenheid. De managers van AMC in China konden nog net begrip opbrengen dat hun Chinese partner niet om winst gaf, maar wat hun bevattingsvermogen te boven ging was dat de communistische kaders ook geen interesse hadden in efficiency en het in de hand houden van de produktiekosten. Het enige dat de partijsecretaris, die tot dan toe de fabriek had geleid, wilde weten was of het door de staat voorgeschreven produktie-quotum zou worden vervuld.

Een moeilijkheid bij de scholing van de Chinese arbeiders was dat ze nog niet geheel over hun Maoistische jaren heen waren. Bij een bezoek aan de Jeep-fabriek legde een Chinese arbeider aan Tippet van AMC uit dat de toegepaste anti-roest bescherming van de Jeeps door Mao was uitgevonden. AMC pastte al tientallen jaren een dergelijke behandeling toe. Een kameraad van hem beweerde zelfs dat ook de lopende band een uitvinding was van voorzitter Mao.

Al snel leek Beijing Jeep geen lang leven beschoren. De ontwikkeling van een nieuw type Jeep in China was veel te duur en de Amerikanen hadden bij de onderhandelingen over het hoofd gezien dat de winst van de joint-venture werd uitgekeerd in niet convertibele Renmembi, Chinees monopoly-geld.

Een tussenoplossing waarbij in Peking de nieuwste Amerikaanse Jeep, de Cherokee, zou worden geassembleerd liep spaak doordat de Chinese autoriteiten geen toestemming gaven voor de betaling in harde valuta voor de uit de Verenigde Staten afkomstige onderdelen.

Beijing Jeep werd evenwel van een gewisse dood gered doordat de nieuwe directeur St Pierre zich met het dreigement dat AMC zich zonder harde valuta terug zou trekken uit China, rechtstreeks tot de Chinese premier Zhao Ziyang wendde. Tegelijkertijd zorgde hij ervoor dat de problemen van zijn joint-venture uitgebreid in de Amerikaanse pers verschenen. De ontbinding van Beijing Jeep, dat een test voor het succes van de 'open deur politiek' was geworden, zou publicitair een ramp voor Peking zijn geweest.

AMC kreeg uiteindelijk meer van de Chinezen dan het had gevraagd. In een geheim protocol werd bepaald dat het niet alleen voor de import van onderdelen in Amerikaanse dollars zou worden betaald, maar tevens voor alle Jeeps die in China werden verkocht. Hierdoor werd ironisch genoeg de produktie van de Russische BJ 212, die de Chinezen al twee decennia voor de komst van de Amerikanen produceerden, de voornaamste winstbron van AMC in China. Plannen om Chinese Jeeps te exporteren zijn inmiddels in een bureaula verdwenen. Wel hoopt Beijing Jeep dit jaar voor het eerst meer Jeeps van de lopende bank te laten rollen dan voorgeschreven, namelijk 41.831, terwijl het staatsproduktieplan er 40.000 voorschrijft.