Arts: voldoende plaatsen voor intensive care; Dagelijks tientallen patienten geweigerd op de intensive care

GRONINGEN, 15 jan. - Hoewel de meeste ziekenhuizen voortdurend te kampen hebben met plaatsgebrek op intensivecare-afdelingen, heeft het voorlopig geen zin extra bedden te plaatsen. Landelijk gezien zijn er zeer waarschijnlijk genoeg bedden op die afdelingen, meent dr. D. Reis Miranda, hoofd van de afdeling intensive care van het Academisch Ziekenhuis Groningen.

“Van de honderd bedden in een ziekenhuis staan er gemiddeld 3, 6 op de intensive care. Dat is meer dan officieel is toegestaan. Het probleem is dat we niet precies weten waar ze staan, over welke apparatuur men beschikt en welke categorieen patienten worden opgenomen. Landelijk en regionaal gezien is dat onduidelijk. Zolang dat niet verandert, heeft het geen zin deze afdelingen uit te breiden.”

Reis Miranda baseert zich op ervaringen en kennis die hij de afgelopen jaren opdeed tijdens een onderzoek naar de toestand van intensive-care-afdelingen in Nederland. Met de afdeling bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Limburg en financieel gesteund door het ministerie van WVC onderwierp hij 40 van de ongeveer 160 intensive-care-afdelingen voor volwassenen aan een uitvoerige studie. Met de resultaten, die in het voorjaar bekend worden, kan een begin worden gemaakt met een landelijk beleid voor intensive-care-afdelingen, aldus de Groningse arts. Allereerst is er volgens hem behoefte aan richtlijnen voor opname op deze afdelingen.

Bij het onderzoek waren ongeveer 14.000 patienten betrokken. Dank zij uitgebreide vragenlijsten die zij na ontslag invulden, kan de komende maanden onder meer een betrouwbaar beeld worden gegeven van de kwaliteit van leven na opname op de intensive care.

Dagelijks worden door het hele land tientallen patienten voor opname op een intensive-care-afdeling geweigerd, zegt Reis Miranda. “In het Nijmeegse Radboudziekenhuis - een van de weinige ziekenhuizen die daarover statistieken bijhouden - zijn dat er zo'n 300 per jaar. Bij ons zijn dat er ongeveer net zo veel.” In de meeste gevallen gaat het om patienten die al voor behandeling in het ziekenhuis liggen.

De oplossing van de problemen moet volgens de Groningse arts niet worden gezocht in uitbreiding van het aantal bedden, maar vooral in verbetering van de organisatie van intensive-care-afdelingen en door het vak te professionaliseren. Om te beginnen zouden alle ziekenhuizen per regio elkaar goed op de hoogte moeten houden over de bezetting van intensive-care-bedden, aldus Reis Miranda. Gegevens zouden per ziekenhuis in een computer kunnen worden opgeslagen en snel worden geraadpleegd, zoals dat bijvoorbeeld al jaren gebeurt bij intensive care voor pasgeborenen.

Volgens de Groningse arts is het nog veel te vroeg om bij de overheid aan te kloppen voor meer geld. “Het heeft ook weinig zin louter meer geld in de intensive care te stoppen. Er wordt al zoveel geld in gestopt. Vermoedelijk krijgen sommige intensivecare-afdelingen zelfs te veel geld voor het werk dat ze doen.” Hij onderstreept dat intensive care de duurste afdeling in een ziekenhuis is, goed voor gemiddeld 15 tot 20 procent van een ziekenhuisbudget.

Reis Miranda vindt dat er nogal wat schort aan de functiewaardering van intensive-care-verpleegkundigen “Ze verdienen veel te weinig en lopen daarom uit het ziekenhuis weg. Het tekort aan verpleegkundigen wordt steeds groter en dat is een bedreiging voor de hulpverlening. Op de intensive care werken mensen met een grote graad van verantwoordelijkheid. Ze verwachten meer waardering en die krijgen ze niet. Daardoor raken verpleegkundigen gefrustreerd.”

Tijdens het onderzoek kreeg Reis Miranda behalve een antwoordformulier van een verpleegkundige twee uitgeknipte vacature-advertenties toegestuurd. In de ene werd een verpleegkundige voor een intensive-care-afdeling gevraagd, in de andere een straatmaker. De salarissen voor beide banen waren gelijk. Reis Miranda: “Dat is natuurlijk niet bevorderlijk voor de motivatie om op een intensive care te gaan werken. Geen kwaad woord van mij over straatmakers - die doen ook zwaar werk - maar ik kan me voorstellen dat de verantwoordelijkheid van een verpleegkundige op een intensive-care-afdeling een stuk groter is.”

Reis Miranda pleit ervoor het vak van intensive-care-specialist, ook wel intensivist genoemd, als (sub-)specialisme uit te breiden. Die ontwikkeling wordt volgens hem belemmerd doordat anesthesisten, chirurgen en internisten vaak hun traditionele invloed op de intensive care niet uit handen willen geven. “Het werk op de intensive care heeft raakvlakken met andere specialismen. Er is nooit een beleid geweest over hoe met deze specialismen moet worden samengewerkt. En als er geen beleid is proberen individuele specialisten de zaak naar zich toe te trekken. Zolang dat gebeurt kan intensive care zich niet tot een volwaardig specialisme ontwikkelen.”

Nederland telt tussen de 30 en 50 (full-time) intensive-care-specialisten. “Dat specialisme begint zijn eigen plaats te krijgen, maar er is nog geen sprake van een landelijk beleid”, constateert Reis Miranda. “Zo bestaat voor specialisten die op intensive care werken nog geen aparte opleiding. Voorlopig kun je een intensive care het beste vergelijken met een dure Boeing waarin alle bemanningsleden gespecialiseerd zijn, behalve de piloot.”

    • Ward op den Brouw