Alle Argentijnen zijn economen; De corruptie bij de overheid is nog nooit zo erg geweest als onder de regering van president Menem

BUENOS AIRES, 15 JAN. Van een ernstige economische crisis is in het drukke financiele district van Buenos Aires op het eerste gezicht weinig te merken. Vooral tijdens het lunchuur is het dringen in de nauwe straatjes die in een regelmatig patroon om het Plaza de Mayo en het presidentiele paleis zijn geweven.

De hier gevestigde 'cambios', de wisselkantoren waar Amerikaanse dollars op de parallelle markt worden omgezet in Argentijnse australes en omgekeerd, trekken in het bijzonder de belangstelling van de portenos, zoals de hoofdstedelijke Argentijnen worden genoemd. In de San-Martinstraat flitsen neon-lichtbakken met de laatste koers aan en uit. Binnen een afstand van honderd meter bieden de handelaren soms wel vier verschillende koersen, zij het dat de aanbiedingen elkaar nauwelijks ontlopen. De portenos speuren vooral, kopen pas op het laatste moment, na rijp beraad en uiteraard tegen de beste koers.

“Alle Argentijnen zijn economen”, vertelt een Nederlandse inwoner van Buenos Aires lachend, “ze moeten ook wel, want met de situatie die we hier hebben is het oppassen geblazen. Begin 1990 was ik schatrijk, omdat de koers van de dollar tot de ongekende hoogte van zesduizend australes was gestegen. Voor mijn huishuur was ik nog geen tweehonderd gulden per maand kwijt. Nu is de koers gezakt tot vijfduizend, terwijl de prijzen in australes fors omhoog zijn gegaan. Mijn huur bedraagt nu in guldens meer dan duizend per maand. Ik moet echt zuinig aan doen.”

De recessie in Argentinie is, evenals die in een aantal andere Latijns-Amerikaanse landen, het directe gevolg van drastische maatregelen tegen de inflatie. Maar hoewel astronomische inflatiecijfers lijken te worden teruggedrongen tot voor Latijns-Amerikaanse begrippen normale proporties (tien procent en minder per maand), stagneert de economie. De werkloosheid neemt toe evenals de armoede. In Groot-Buenos Aires zijn de voorbeelden daarvan duidelijk zichtbaar, in tegenstelling tot het centrum van de hoofdstad, waar slechts af en toe een bedelaar het uitzicht blokkeert op etalages van klatergoud in de Florida-straat.

De lage dollarkoers, gekoppeld aan hoge en gestaag toenemende prijzen, vormt niet alleen een probleem voor buitenlanders in Argentinie en voor de Argentijnse consumenten zelf. De in Argentinie cruciale exportsector - vooral graan en voedselprodukten - lijdt zwaar onder de goedkope dollar.

Een Europese bankier analyseert: begin 1990 heeft de minister van economische zaken, Erman Gonzalez, de lonen en prijzen vrijgegeven. De centrale bank intervenieerde nauwelijks meer. Door het enorme overschot op de handelsbalans is een groot aanbod ontstaan van exportdollars die de koers drukken.'' De centrale bank van Argentinie beperkt zich tot sporadische interventies om de dollar niet verder te laten zakken; de zogenoemde 'flotacion sucia'. De krap-geldpolitiek van de bank moet ervoor zorgen dat de inflatie in toom blijft.

De afgelopen week is de dollar weer gestegen op de wisselmarkt, tot een hoogte van ongeveer 5.900 australes. De recessie gaat onverminderd voort, maar toch lijken de Argentijnen zich daarover niet al te veel zorgen te maken. De Europese bankier: “De regering doet er niets aan. Ik geloof dat dit een dal is waar Argentinie doorheen moet gaan”. Volgens de bankier vormt het grootscheepse programma van privatiseringen van Argentijnse staatsondernemingen een mogelijkheid voor het bedrijfsleven om nieuwe activiteiten te gaan ondernemen.

De privatiseringen zijn het stokpaardje van Argentinie's president Carlos Menem. Met de verkoop van grote delen van de staatssector hoopt hij de lasten van de overheid snel te kunnen verminderen. Daarmee moet de weg worden vrijgemaakt voor een 'nieuw Argentinie' zoals Menem het noemt: een land met een liberale economische politiek waarin ondernemen weer een plezier zal zijn.

Een groot struikelblok daarbij is het decennia-lang uitgedijde ambtenarenapparaat, waarin de corruptie hoogtij viert. “De corruptie bij de overheid is nog nooit zo erg geweest als onder deze regering”, zegt een Peronistische parlementarier desgevraagd. En openbaar aanklager Luis Moreno Ocampo oordeelt: “De corruptie in Argentinie is niet zozeer een juridisch-ethisch als wel een macro-economisch probleem. Duizenden ambtenaren gaan met enorme hoeveelheden geld om zonder dat daarop controle is.”

Moreno constateert dat “het ontbreekt aan publieke verontwaardiging” als gevallen van corruptie in de overheid worden ontdekt. “In feite sanctioneert de markt het bestaan van illegale zaken.”

Toch hebben recent twee grote corruptieschandalen voor beroering in Argentinie gezorgd. Eind vorig jaar bleek dat een aantal rechters medewerking had verleend aan de toekenning van excessieve schadeclaims van Argentijnen met louche advocaten die staatsmaatschappijen voor miljoenen dollars aanklaagden, veelal wegens een futile schade. Na de ontdekking van dit schandaal zijn ruim tweehonderd mensen in staat van beschuldiging gesteld, onder wie vooraanstaande rechters.

Van recenter datum is een nota bene door de Amerikaanse ambassadeur in Buenos Aires, oud CIA-hoofd Terence Todman, aangezwengeld schandaal waarbij een dochteronderneming van de Amerikaanse voedsel-multinational Campbell Soup om steekpenningen werd gevraagd. De corrupte overheidsfunctionaris in kwestie bekleedt een hoge functie in het ambtelijk apparaat en gaat volgens de Amerikanen en de Argentijnse pers prat op zijn vriendschap met president Menem.

Deze zaak heeft de president zelf in grote verlegenheid gebracht. Gisteren boden acht ministers hun ontslag aan. Een officiele reden werd niet gegeven, behalve dan dat het ontslag, volgens een regeringswoordvoerder, de reorganisatie van de regering zal vergemakkelijken. Eerder op de dag kondigde de regering aan dat het ministerie van openbare werken wordt opgeheven en voortaan het ministerie van economische zaken zal worden belast met de privatisering. Naar verluidt zou minister Gonzalez van economische zaken vorige week al zijn ontslag hebben aangeboden, omdat Menem niet direct een onderzoek naar de corruptiezaak wilde gelasten. De president verdedigde zich door uit te halen naar de progressieve krant Pagina 12 die het schandaal begin vorige week naar buiten bracht.

Waarnemers zien in de recente corruptiezaak het zoveelste bewijs dat de verziekte staatssector - de 'cleptocratie' zoals die eens is genoemd - in feite het grote struikelblok vormt voor de verwezenlijking van Argentinie's grootste wens: het herstel van de economische superioriteit van weleer.

De Argentijnen - Menem voorop - zijn overtuigd dat dit mogelijk is. President Bush sterkte hen vorige maand nog in die mening. Tijdens zijn bliksembezoek aan Buenos Aires sprak hij over de komende “leidersrol” van Argentinie in Latijns-Amerika. Voor Menem moet het bijzonder zuur zijn geweest dat uitgerekend de Amerikaanse ambassadeur de knuppel in het corrupte hoederhok heeft gegooid.

    • Reinoud Roscam Abbing