Afstoten chips Philips schaadt Nederland niet

ROTTERDAM, 15 JAN. De aftocht van Philips uit de internationale concurrentiestrijd om statische geheugenchips en de sluiting van een chipfabriek in Eindhoven hebben slechts geringe gevolgen voor de opleiding van Nederlandse chipdeskundigen.

Wel wordt de Nederlandse positie in de micro-elektronica bedreigd door de te geringe omvang van onderzoeksinstellingen voor chips.

Dat staat in een rapport over de toekomst van de micro-elektronica in Nederland, dat de ministeries van Onderwijs en Economische Zaken lieten uitvoeren, nadat Philips aankondigde zijn activiteiten op chipgebied terug te zullen schroeven. De ministeries waren bang dat het Philips-besluit vergaande gevolgen zou hebben voor Nederlandse onderzoeksinstellingen, beroepsopleidingen en bedrijven. Uit het rapport van de Britse bedrijfsadviseurs Oakley, Mackintosh en Morland blijkt dat de vraag naar chipdeskundigen in Nederland licht zal dalen, maar dat het tekort gemakkelijk opgevangen kan worden door buitenlandse chipprojecten.

Felle kritiek hebben de Britten op de Nederlandse infra-structuur voor de stimulering van micro-elektronica. De drie chipfabrieken, verbonden aan de universiteiten Delft, Twente en Eindhoven, zijn niet levensvatbaar omdat ze te klein zijn om de hoge kosten van chiponderzoek en chipproduktie te kunnen dragen. De Nederlandse regering moet streven naar een groot, Europees centrum voor chipontwikkeling. Nederland zou daarbij bijvoorbeeld kunnen samenwerken met het Interuniversitair Micro Electronica Centrum (IMEC) in Leuven.

Kritiek hebben de onderzoekers ook op de organisatie van de onderzoeksfinanciering voor de Nederlandse micro-elektronica. In de huidige structuur is het opstellen van onderzoeksvoorstellen, en daarmee het aanvragen van subsidie, onvoldoende gescheiden van beoordeling van de voorstellen. Het circuit van deskundigen op chipgebied in Nederland is zo klein dat subsidieaanvragers en beoordelaars steeds uit hetzelfde kringetje gerekruteerd worden.

De kwaliteit van het onderzoek dat in Nederland wordt verricht aan de technische universiteiten beoordelen de onderzoekers positief. Nederland is daarbij vooral sterk op de terreinen ontwerptechnieken, architectuur, en component fysica. Ook het onderzoek op het gebied van analoge schakelingen is in Nederland goed en relevant voor de industrie.

Het is volgens de onderzoekers niet realistisch Philips' Eindhovense proeffabriek voor submicrontechnologie met behulp van publieke middelen open te houden. Philips probeert de fabriek te verkopen.