Zwarte handel in gasmaskers bloeit

DEN HAAG, 14 JAN. De groeiende vraag naar gasmaskers lijkt een aantal slimme Nederlandse handelaren op een idee te hebben gebracht: fabrikanten van gasmaskers worden de laatste maanden herhaaldelijk opgebeld door onduidelijke figuren op zoek naar grote hoeveelheden maskers, het liefst tegen afbraakprijzen. En TNO, het enige Nederlandse instituut dat de maskers keurt, wordt in toenemende mate door hem onbekende handelaren, lieden die doorgaans niets met gasmaskers van doen hebben, gevraagd grote partijen gasmaskers te keuren. Laatst werd TNO bijvoorbeeld gebeld door een makelaar in onroerend goed.

De 'nieuwe' handelaren maken hier in het westen weinig kans, maar schijnen wel te slagen in de Derde Wereld en in landen uit Oost-Europa, zo vertelt D. Molendijk, office manager van MSA in Hoorn, dochterbedrijf van een Amerikaanse gasmaskerfabrikant en een van de grootste leveranciers van gasmaskers voor de Nederlandse industrie. “Wie wel met deze handelaren zaken doet, zijn bijvoorbeeld de Roemenen, de Tsjechen en de Polen. Het gaat dan om hele oude maskers uit de Tweede Wereldoorlog die niet meer worden gebruikt en in grote depots liggen opgeslagen.” Welke legers deze maskers vervolgens van genoemde handelaren afnemen, is voor Molendijk een compleet raadsel.

Molendijk, al ten minste twintig jaar werkzaam in deze branche, heeft dit soort toestanden nog niet eerder meegemaakt. “Ik krijg sinds enkele maanden regelmatig telefoontjes van voor mij geheel onbekende maatschappijen, vaak van die trading companies, die dan in een klap vijfduizend of soms wel meer dan 100.000 maskers willen hebben. Fabelachtige hoeveelheden. Maar ze willen nooit meer dan een paar tientjes per masker betalen, terwijl onze maskers 150 gulden per stuk kosten.”

“Wij hebben ze allemaal afgewezen. Kijk, ik kan natuurlijk niet door de telefoon heenkijken. Maar volgens mij zijn het allemaal van die louche, lugubere handelaren die een flinke winstmarge zien zitten in dat spul. De een z'n dood is de ander z'n brood.”

MSA verkoopt jaarlijks zo'n 6.000 gasmaskers aan de Nederlandse industrie. Het bedrijf zou de extreem hoge vraag naar gasmaskers niet eens aankunnen, nog afgezien van de vraag of het wel allemaal even betrouwbare handelaren zijn. De zustermaatschappij van MSA in Berlijn, waarvan het zijn gasmaskers betrekt, wordt zelf ook overstelpt door aanvragen en heeft Molendijk gevraagd in hemelsnaam niet meer over dit soort aanvragen te bellen.

De onderzoekers van TNO hebben tot nog toe geweigerd gasmaskers te keuren die door onbekenden worden voorgelegd. “Het is in alle gevallen onduidelijk waar die maskers vandaan komen”, vertelt J. van Bokhoven van het Prins Maurits Laboratorium van TNO in Rijswijk. “Het zijn wellicht afgekeurde partijen uit militaire depots. Of afgeschreven en verouderde voorraden.” Het zijn in ieder geval niet de nieuwe maskers van het soort dat TNO doorgaans keurt, de maskers die het voorgelegd krijgt van het ministerie van defensie, van de gevestigde fabrikanten en van de officiele civiele verdedigingsinstellingen.

Daarbij komt dat de onbekende handelaren die bij TNO komen aanzetten over het algemeen geen flauw benul hebben van de eisen waaraan hun gasmaskers moeten voldoen. Keuring heeft in zo'n geval geen enkele zin, aldus van Bokhoven.