Schaatsmarathons sukkelen voort

EINDHOVEN, 14 jan. - Richard van Kempen verliet de ijsbaan in Eindhoven dan wel als triomfator, echt blij ging hij niet naar huis. De Nederlands kampioen marathon was er nog zo van overtuigd dat een grote envelop met geld voor hem klaar lag. Een speurtocht naar de begeerde briefjes voerde hem zelfs naar het restaurant, waar hij Yep Kramer aanschoot. “Zeg Yep, weet jij waar de geldprijzen zijn? ”, klonk het stroperig. “Geldprijzen? ”, antwoordde Kramer droog. “Die worden op een NK niet weggegeven.” Teleurgesteld droop Van Kempen af. Geen cheque voor een avondje uit, een paar mooie schaatsen of een aerodynamisch pak. Nee, Van Kempen zou weer thuiskomen met alleen een lauwerkrans.

Als het aan de organisatie ligt, moeten de winnaars van de NK voorlopig genoegen nemen met de eer. De KNSB vindt het niet nodig veel geld te steken in een sport waar steeds minder toeschouwers interesse voor tonen. Hoewel in Eindhoven een paar duizend bezoekers de baan omzoomden, valt de publieke belangstelling dit seizoen bar tegen. Vlakke wedstrijden, waarbij ontsnappingen steeds zeldzamer worden, zijn nauwelijks het aanzien waard. Het NK vormde daar zaterdag geen uitzondering op. Gedurende honderdvijftig ronden slaagde geen enkele rijder erin uit de greep van het peloton te blijven. “Voor het publiek was het inderdaad geen leuke wedstrijd”, gaf ook Dries van Wijhe na afloop toe. “Het wachten is op een heerser. Te veel schaatsers zijn aan elkaar gewaagd.”

Vervlakking

Kramer verwierp de kritiek dat sommige sprinters te snel genoegen zouden nemen met een kleine voorsprong, omdat ze het karwei aan de finish toch wel kunnen klaren. “Ik geloof dat de vervlakking van de wedstrijden eerder te maken heeft met de degradatieregeling van de afgelopen twee jaar. Zwakke A-rijders worden vervangen door sterke B-rijders. Tien jaar geleden had je enkele toppers in een zwak deelnemersveld. Nu is de tegenstand veel groter.”

De KNSB zoekt buiten de wedstrijden naar wegen de schaatscriteriums meer in de belangstelling te brengen. Voorzitter H. Brandt van de Landelijke Technische Commissie marathon voelt veel voor de gedachte de afstand in te passen in het programma van allroundkampioenschappen. De internationale schaatsunie (ISU) zou vooralsnog dwars liggen. De meeste rijders in het peloton voelen evenmin veel voor het idee. “De marathon en de korte afstand zijn voor mij bijna twee verschillende sporten”, meent Evert van Benthem.

Lobbyen

“Het is sowieso de vraag”, vindt Kramer, “of een allroundkampioenschap doorgang kan vinden, als het peloton rijders tussen de korte afstanden door het ijs betreedt. Vooral de bochten worden finaal kapot gereden.”

In lobbyen in het buitenland ziet de KNSB een tweede mogelijkheid het marathonschaatsen te promoten. Brandt wil meer schaatsbonden gaan bezoeken en deze wijzen op de voordelen van de marathon. “Lange baanschaatsers die in het buitenland de top niet halen stoppen met hun sport. Als ze zich op de marathon toeleggen hoeft dat niet. Zowel de rijder als de bond wordt daar beter van.”

De campagne die de KNSB drie jaar geleden in Noorwegen voerde, begint volgens Brandt nu al zijn vruchten af te werpen. “Dit seizoen hebben de Noren voor het eerst een regionale competitie opgezet tussen de afdelingen Noord, Zuid en Midden. Op nationaal niveau worden net als in Nederland wedstrijden georganiseerd.”

In de Sovjet-Unie, Finland en Italie wint de marathon eveneens aan populariteit. In Japan wordt momenteel geexperimenteerd met een wedstrijdvorm die het houdt tussen shorttrack en de marathon. Volgens Brandt moet het in vijf tot tien jaar dan ook mogelijk zijn een internationaal aansprekende wedstrijd te organiseren. Kramer beziet de inspanningen van de KNSB daarentegen lakoniek. “Laten ze eerst in Nederland maar eens geld in de marathon steken. Het bestuur van de KNSB heeft veel te weinig oog voor onze sport. Die mensen dragen het lange baanschaatsen een warmer hart toe.”

“Enkele jaren geleden”, vervolgt Kramer, “was de marathon door de Elfstedentochten nog populair. Wij hebben er als rijders toen voor gezorgd dat de KNSB mede daardoor ledenwinst kon boeken. Ze mogen ons daar best eens wat voor teruggeven.”