Patriot wordt door computer afgeschoten op niet herkend doel

STOLZENAU, 14 jan. - Patriot is bedoeld om vliegtuigen uit de lucht te schieten, of ze nu hoog of laag vliegen. Maar het systeem lijkt in niets op een klassiek luchtdoelgeschut dat iedereen kent uit oorlogsfilms. Wie Patriot bedient hoeft de horizon niet af te turen naar vliegtuigen, hoeft niet te richten en zelfs niet af te vuren. Al die taken nemen computers voor hun rekening.

Kern van het systeem vormt dan ook een grote vrachtwagen met het controlecentrum erop. De twee radarschermen hierin bieden het overzicht van de omgeving. In het scherm kunnen objecten als landingsbanen en gebouwen worden aangegeven, maar ook afgesproken aanvliegroutes van de eigen toestellen.

De radar zelf staat op een andere vrachtwagen. Het is geen klassieke, langzaam ronddraaiende radarantenne, maar een zogenoemde phased array radar (Patriot is een acroniem voor Phased Array TRacking to Intercept On Target). Zo'n phased array radar bestaat eigenlijk uit duizenden heel kleine radars, die elektronisch gestuurd en op elkaar afgestemd worden. Het voordeel van die constructie is dat de radarbundel razendsnel kan reageren. Voortdurend tast de bundel het luchtruim af over een sectorbreedte van 120 graden en tot een afstand van 140 kilometer, voor zover bergen het zicht tenminste niet beperken.

Als de radar een object opspoort, verschijnt dat op het scherm als een symbool. Veel vliegtuigen hebben een automatisch radarherkenningssysteem aan boord, zodat de radar het toestel meteen kan identificeren. In elk geval volgt de radar het waargenomen object voortdurend. Aan de hand van het gedrag van het vliegtuig in kwestie kent de computer van het commandocentrum het punten toe voor de mate van vijandelijkheid. Relevant daarvoor zijn naast identificatie bijvoorbeeld richting waaruit het komt, snelheid, baan en richting. Aan de hand van het aantal punten wordt vastgesteld welk vliegtuig de grootste dreiging vormt en het eerst in aanmerking komt om te worden onderschept.

Patriot kan in principe volledig automatisch functioneren en een aldus aangemerkte vijand neerhalen. De militair achter het radarscherm kan echter altijd de beslissing van de computer tenietdoen. Hij kan ook zelf een doel aanwijzen. Als dat eenmaal is gebeurd rekent de computer uit welke van de opgestelde raketten het best kan worden afgevuurd om dat doel te treffen, langs welke baan de raket moet vliegen en wanneer hij precies moet worden gelanceerd.

De twee squadrons van de Koninklijke Luchtmacht die naar Turkije gaan beschikken elk over vijf afvuurinrichtingen. Ook die zijn mobiel op een aanhanger gemonteerd. Elke afvuurinrichting is voorzien van vier in kunststof kisten verpakte raketten van 5, 31 meter lang en 41 centimeter dik. Tussen controlecentrum, radar, afvuurinrichtingen en andere militaire installaties wordt voortdurend met radiosignalen gecommuniceerd door de ingebouwde computers.

Als een van de raketten het signaal krijgt te vertrekken, kiest hij dwars door het kistdeksel heen het luchtruim. Hij kan een snelheid bereiken van ruim vijfduizend kilometer per uur, veel sneller dan enig normaal vliegtuig. Op basis van de informatie van de radar vliegt hij op het doel af. In de laatste fase van de vlucht ontvangt hij de radarreflecties van het doel en zendt die terug naar de radarset op de vrachtwagen. De computer in het controlecentrum verwerkt die informatie tot een nog nauwkeuriger positiebepaling van het doel en stuurt aan de hand daarvan de raket bij. Vooral dit bijsturen op het laatste moment maakt Patriot erg naukeurig. Dat moet ook wel, want de raketten kosten circa een miljoen gulden per stuk, dus men wil niet te vaak mis schieten.

De met conventionele springstof uitgeruste raket hoeft het vijandelijke vliegtuig overigens niet per se te raken om het neer te halen. Een explosie op korte afstand is even effectief. Mocht hij door wat voor oorzaak ook toch missen, dan vernietigt de raket zichzelf.