Nederland bidt en waakt voor behoud van de vrede

AMSTERDAM, 14 jan. - Even lijkt het alsof oude tijden zijn weergekeerd. Voor de Amsterdamse Mozes en Aaron-kerk staat een langharige jongen We shall overcome te zingen. Hij begeleidt zichzelf op de gitaar. Een vrouw van middelbare leeftijd zingt met hem mee; ze klemt een kartonnen bord in haar handen met de tekst 'Is deze aarde een slachthuis? '

Onder de dreiging van een oorlog zijn dit weekeinde overal in Nederland speciale gebedsdiensten gehouden, onder meer in Amersfoort. Ook voor vandaag en morgen staan tal van gebedsstondes en vredeswakes op het programma.

Zondagmiddag vier uur. De Mozes en Aaron-kerk puilt uit. Zeshonderd belangstellenden zijn afgekomen op de gebedsbijeenkomst 'Golf van vrede' die de Raad van Kerken en het Mozeshuis in samenwerking met Pax Christi en het Interkerkelijk Vredesberaad hebben georganiseerd. “Terwijl er nog stoelen worden bijgezet - en dat is op zichzelf een verheugende gebeurtenis - beginnen wij met Komen ooit voeten”, opent J. Ruijter van het Mozeshuis de bijeenkomst. “Komen ooit voeten gevleugeld mij melden de vrede”, zingen de aanwezigen uit volle borst, “daalt over smeulende aarde de dauw van de vrede”. De Ruijter houdt een poetische toespraak. Als we passief blijven zal alles wat tot nu toe is opgebouwd “worden vermorzeld onder de dreunende laarzen van de oorlog”, zo houdt hij zijn gehoor voor. “Zwijgt iedereen”, stelt hij, “dan bulderen de vuurmonden, dan branden de oliebronnen. De zon zal worden verduisterd door de walm van de verschroeide lichamen van mensenkinderen, waarvan niemand ooit meer zal weten uit welk land en van welke kant hun vaders en moeders waren, zo onherkenbaar zullen zij zijn verworden.”

Rabbijn S. Herman van de liberaal joodse gemeente in Amsterdam beklimt het podium. Hij verhaalt over de crematoria in Auschwitz die hij onlangs “voor de zoveelste keer” bezocht. Daar zijn volgens Herman nu de namen en getallen op de grafmonumenten verwijderd omdat er verschil van mening bestaat over het exacte aantal mensen dat er is omgebracht. “Maar gaskamers zijn ouderwets”, zegt Herman, “de mega-moord geschiedt nu op geheel andere wijze.” Hij besluit zijn toespraak met een smeekbede tot God en hij begint, zingend in het Hebreeuws, te bidden.

Zijn buurman, de Amsterdamse imam A. Bozkurt, staat op. Hij sluit naadloos aan op Hermans gebed met een - eveneens gezongen - Koran-citaat. Een Turkse vrouw citeert in het Nederlands Koran-sura 17, vers 31 tot en met 38: “In naam van Allah, de barmhartige, doodt niet uw kinderen en loopt niet achter datgene waarover gij geen kennis heeft.”

Namens de Raad van Kerken in Amsterdam spreekt S. Strik werda-van Klinken, voormalig voorzitster van het Komitee Kruisraketten Nee. In haar betoog klinkt teleurstelling door over een verloren strijd. “We dachten dat we het hadden gehad: het verschijnsel dat oudere heren, in keurige pakken en uniformen, menen het ethisch recht te hebben om duizenden jonge mensen de oorlog in te sturen”, aldus Strikwerda. “Maar het lijkt wel of alles ons uit handen is geslagen.” Ze dringt aan op het stimuleren van de dialoog tussen joden, christenen en moslims en op het doorprikken van “de mooie verhalen die ons op de mouw gespeld worden”. Ze besluit met een oproep tot “gebed en waakzaamheid”.

Op de melodie van het Wilhelmus wordt vervolgens een 'nieuw volkslied tegen de Derde Wereldoorlog' ingezet. “Wij die met ei-gen o-gen de aar-de zien verscheurd, maar blind en on-mee-do-gend ont-ken-nen wat ge-beurt: dat oor-log is ge-bo-den en vre-de niet mag zijn, dat men-sen men-sen do-den, dat wij die men-sen zijn”, zo zingen de kerkgangers, onder wie opvallend veel dames van middelbare leeftijd, voorzien van buttons tegen de oorlog.

Pax Christi-secretaris J. ter Laak leest Mattheus 8: 23-27: “En zie, er kwam een grote onstuimigheid op de zee, maar Hij sliep. En zij maakten hem wakker en zeiden: Here help ons, wij vergaan! Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en het werd volkomen stil.” Toch is de ramp waardoor we nu getroffen dreigen te worden van een andere orde dan die waarmee Jezus' discipelen te maken kregen, aldus dr. D. C. Mulder, voorzitter van de Raad van Kerken. Van een natuurramp is nu geen sprake. Immers, “mensen hebben zelf de wind gezaaid waarvan we nu de storm dreigen te zullen oogsten”. Mulder: “Dat neemt niet weg dat we ons machteloos voelen. Anderen beschikken over ons lot.” Hij waarschuwt nog voor “het gevaar dat godsdienst zoals zo vaak de olie wordt op het vuur van de conflicten”.

Na het zingen van Uit oer is hij getogen houdt ds. W. R. van der Zee, secretaris van de landelijke Raad van Kerken, zijn gehoor voor dat “wij allen kinderen van Abraham en Sara zijn”. Hij vraagt God “om vergiffenis voor wat wij christenen de joden en de moslims hebben aangedaan”. Zijn collega ds. J. Hoekert vraagt speciale aandacht voor de christelijke kerken in Irak, “opdat zij niet worden weggevaagd”. Na een stil gebed en een gezongen zegenwens schuifelen de aanwezigen weer naar buiten. Voor de kerken in Nederland lijken weer gouden tijden aangebroken.