Milieu en Golf

“Het heeft iets wereldvreemds om op het moment dat duizenden dreigen hun leven te verliezen in een oorlog te noteren dat die oorlog ook nog ecologische bezwaren heeft”, zo stelt Karel Knip in de krant van 4 januari jongstleden. “Nog pijnlijker wordt het als men daarbij tot uiterst aanvechtbare conclusies komt” voegt hij er nog aan toe.

Oorlog kost mensenlevens. Ieder argument dat een bijdrage kan leveren aan het voorkomen van een dreigende Golf-oorlog is dan wel welkom, al lijkt een argument op het eerste gezicht 'wereldvreemd'. Het nadenken over en aandacht vragen voor de effecten die een grootschalig conflict op het leefmilieu kan hebben is echter allerminst wereldvreemd. Waarom geen aandacht vragen voor mogelijke 'geweldige' oliebranden, zware uitgestrekte bosbranden of door de mens veroorzaakte symptomen van een vulkaanuitbarsting, terwijl het milieu in komkommertijd altijd goed is voor het melden van een aangespoeld ziek zeehondje of een actie gericht op het inzamelen van loodhoudende potloodslijpsel.

Dat Knip zich enigszins denigrerend uitlaat over de milieu-apostelen valt hem nog te vergeven; soms komt dit de leesbaarheid ten goede. Navranter is het gemak waarmee hij over de potentiele milieurampspoeden heenstapt en vervolgens de laatste ecologische argumenten van tafel veegt door te stellen dat het arme leefklimaat in het Golfgebied toch al zoveel te lijden heeft gehad van de wederzijdse voorbereiding op het treffen. Een stuitender voorbeeld van wat in beleidswetenschappen 'entrapment' wordt genoemd, i.e. het niet meer terug kunnen of willen gaan door eerder gedane investeringen in een bepaalde strategie, is nauwelijks denkbaar. Het belachelijk maken van - tot dusver helaas uitgebleven - pogingen tot het behoud van cultuurmonumenten tenslotte weerspiegelt het onzalige idee dat in tijd van oorlog militaire en economische belangen per definitie dienen te prevaleren.

    • Drs. P. van der Knaap