Mededelingen uit Bagdad deden onenigheid vermoeden

KAIRO, 14 jan. - In de nauwe kring rondom president Saddam Hussein van Irak leek gisteren een machtsstrijd te zijn uitgebroken, die in de loop van de dag werd beslist ten gunste van een harde lijn, zo vermoeden Egyptische waarnemers. Zij baseren hun speculaties op tegenstrijdige signalen uit de Iraakse hoofdstad Bagdad.

- Gisterochtend riep Radio Bagdad op dat de luisteraars zeer belangrijk nieuws konden verwachten dat in verband stond met de vrede in de regio en in de hele wereld. De radio kwam echter de hele dag niet op dit bericht terug en de luisteraars wachtten tevergeefs. - Maar 's avonds kwam de legerkrant Al-Qaddissiyah, die onder regelrechte leiding staat van de zeer radicale minister van informatie Latif Yassim, met een buitengewoon felle verklaring waaruit bleek dat er geen sprake van kon zijn dat Irak Koeweit ooit zou opgeven. - Bovendien moest de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Perez de Cuellar, vijf uur wachten voordat hij Saddam Hussein te spreken kreeg. Gedurende die periode mocht hij de minister van buitenlandse zaken Tareq Aziz ontmoeten, alsmede PLO-leider Yasser Arafat. - Terwijl Perez de Cuellar met Saddam Hussein sprak, zond Radio Bagdad een rede van Saddam uit, waarin hij meedeelde dat Koeweit voor altijd en eeuwig deel zou blijven uitmaken van Irak. Voorts werd op de radio meegedeeld dat Irak de beschikking heeft over “verrassingswapens”, waarmee het tienduizenden van zijn vijanden in het stof zal laten bijten voordat zij zelfs maar de Iraakse verdedigingslinies hebben bereikt. - Tegelijkertijd liet de Iraakse televisie weten dat “de negentiende provincie Koeweit een groot slagveld is ten behoeve van Palestina, Libanon en de Golan”. Volgens de televisie was dit het antwoord geweest van Saddam Hussein op een boodschap die hem zaterdag was gestuurd door de Syrische president Hafez al-Assad. Deze had hem opgeroepen om Koeweit te ontruimen en aldus de Arabische natie een vernietigende oorlog te besparen, die de Arabische veiligheid en stabiliteit zou ondermijnen. Saddams antwoord was dat het leger van Irak heel goed in staat is om zijn grondgebied en zijn eer te verdedigen, alsmede de eer van de Arabische natie.

De aankondiging van Radio Bagdad die geen vervolg kreeg alsmede de andere mededelingen leidden tot speculaties dat in de boezem van het Iraakse machtscentrum twee wensen leefden: de wens om de vrede te bewaren en dus Koeweit te ontruimen, en de wens Koeweit te behouden en dus oorlog te voeren. Takhseen Bashir, ex-woordvoerder van wijlen president Sadat en een fijnproever van de Arabische en de islamitische wereld, krakteriseerde dit gisteravond als volgt:

Hassan en Hussein

“De schoonzoon en de neef van de Profeet, Ali ibn-Taleb, was er destijds van overtuigd dat hij de beste was om de Profeet na zijn dood op te volgen. Niettemin verloor hij de machtsstrijd, die vervolgens door zijn twee zoons, Hassan en Hussein, werd uitgevochten. Hassan gaf zich ten slotte over aan zijn vijanden en werd vergiftigd door de zoon van zijn vijand Mouawia. Zijn broer Hussein daarentegen vocht in Kerbala, erop rekenend dat duizenden moslims - Irakezen - hem zouden helpen. Maar Hussein werd verraden. De getrouwen op wie hij had gerekend, kwamen niet opdagen. Hij en 24 van zijn naasten werden in een slag die niet te winnen was gedood, zijn lijk werd verminkt. In vier moskeeen in de Arabische wereld, inclusief de Hussein-moskee in Kairo, zou zich het hoofd van Hussein bevinden.”

“Sinds die dagen hebben zowel Irakezen als Iraniers de keus: moeten zij het voorbeeld van Hassan of het voorbeeld van Hussein volgen? Mijn inschatting is dat Saddam Hussein, als hij de punt van het mes op zijn keel voelt, uiteindelijk het voorbeeld van Hassan zal volgen. Maar in zijn naaste omgeving zijn er zeer veel aanhangers van Hussein. Imam Khomeiny van Iran besloot op het allerlaatste ogenblik, tegen alle verwachtingen in, het voorbeeld van Hassan te volgen, toen hem meegedeeld werd dat zijn land geen enkele andere keus had.”

Voor diezelfde keus staan nu Saddam en zijn naasten. Het is duidelijk dat zij nog steeds door het voorbeeld van de twee broers worden voortgestuwd. Vandaar dat niemand een voorspelling kan maken hoe de zaak afloopt.

    • Michael Stein