Het waterpolo voor vrouwen wordt zorgvuldig weggestopt

Probleemloos is het Nederlands vrouwen-waterpoloteam zaterdag in Perth door een 13-6 overwinning op Canada wereldkampioen geworden. In de derde periode van zeven minuten, toen Lillian Ossendrijver in het water kwam, bouwde Nederland mede door twee doelpunten van Ossendrijver een in de tweede periode bereikte 5-3 voorsprong uit tot 9-3. Daarmee was het geringe verzet van de Canadese equipe helemaal gebroken. In de vierde en laatste periode werd de marge zelfs zeven doelpunten. Canada had alleen in het eerste part (2-2) gelijke tred kunnen houden. Verdam was met vier doelpunten topscoordster van het Nederlandse team.

PERTH, 14 jan. - Waterpolo voor vrouwen wordt op grote zwemkampioenschappen altijd zorgvuldig weggestopt. De internationale organisaties willen ver weg van het grote geweld nog wel een bad inrichten waar de meisjes mogen ballen, maar veel serieuzer nemen ze het toch niet. Dat is een hard gelag voor de pioniers van het vrouwen-waterpolo, de Nederlanders. En nog vervelender is dat hun suprematie, die zaterdag in de finale tegen Canada resulteerde in een 13-6 overwinning, de kans op meer aanzien nauwelijks vergrootte.

Het is nog maar vijftien jaar geleden dat de Haagse vereniging DSZ contacten aanknoopte met de Verenigde Staten en Canada, waarna het gevoel 'internationaal' te zijn gestalte kreeg. Europees stak Nederland met kop en schouders boven de andere landen uit. Mondiaal min of meer ook, al had vier jaar terug in Madrid de mogelijkheid om op het eerste wereldkampioenschap de titel te pakken een verlammende werking op het team waardoor in een poule-wedstrijd met gering verschil van Australie werd verloren. Dat verlies bleef meetellen en Nederland eindigde tweede.

Die misstap werd nu in elk geval rechtgezet, al ging het in het begin nog bijna struikelend. De kleine overwinningen in de poule tegen Canada (9-8) en Nieuw-Zeeland (11-10) leken een verhevigde concurrentie te zien te geven. Na een eenvoudige ingreep van bondscoach Peter van de Biggelaar, hij veranderde het verdedigingssysteem (zone in plaats van pressing), liep het op rolletjes. “Ik wist dat we meer kwaliteit hadden. We hebben goed geinvesteerd. Zeker zo goed als de andere landen”, zei Van de Biggelaar.

Contactlenzen

Vorig jaar hield Nederland al een trainingskamp in Australie en was een van de ontdekkingen dat het gebruik van gekleurde contactlenzen voor de ochtendwedstrijden een belangrijk hulpmiddel kon zijn tegen de grootste vijand, het felle zonlicht. Voorts werd half november de Nederlandse competitie al stilgelegd zodat de nationale selectie tweemaal per week een centrale training in Zeist kon houden en daarnaast nog wedstrijden kon spelen tegen mannenteams uit de tweede klasse, dat qua niveau vergelijkbaar is.

Die aanpak mag 'professioneel' worden genoemd in een sport van echte amateurs en die, aldus Van de Biggelaar, “is gebaseerd op een paar idioten die er hun eigen geld in willen stoppen omdat ze er nu eenmaal gek van zijn”. Het wachten is nu alleen op meer tegenstanders van gelijkwaardig niveau. De wereldzwembond FINA denkt dat te bereiken door de vrouwen in de toekomst met een kleinere bal te laten spelen, zoals ook in de handbalsport gebeurt. “Belachelijk”, noemt aanvoerster Patricia Megens-Libregts dochter van ex-voetbalbondscoach Thijs Libregts, dat besluit. “Niemand van ons heeft problemen met het oppakken van de bal.”

Snelheid

Waarschijnlijk zal de ervaring uitwijzen dat de nieuwe afmeting wel degelijk leidt tot een grotere snelheid in het spel. Een betere balbehandeling moet tevens tot gevolg hebben dat er vaker dan nu wordt geschoten vanuit kansrijke posities. De manier waarop schieten en passen, ook in de finale, gebeurde straalde vaak onmacht en traagheid uit.

Bondscoach Van de Biggelaar wisselt na dit kampioenschap van plaats met zijn assistent en jeugdtrainer Kees van Hardeveld. “Als we bij de toplanden van de wereld willen blijven moeten we aan de jeugd werken”, meent hij. “Er ligt al tien jaar een waterpolojeugdplan waar geen uitwerking aan wordt gegeven, want de bond kijkt nooit verder dan een week. Voor 400 gulden per maand moet de jeugdbondsocah het hele land afreizen.” Gezien de huidige internationale verhoudingen, alleen Duitsland is sterker geworden, kan dit Nederlands team over vier jaar nog wel een keer wereldkampioen worden. Hoewel, de bal mag dan kleiner worden, hij blijft wel gewoon rond.