Geweld komt voort uit ongeduld

Na een week vol rusteloze beelden van oorlogsvoorbereiding duizelt het me. Haastig vertrekkend ambassadepersoneel op het vliegveld van Bagdad, Saoedische burgers die onwennig hun gasmasker uitproberen, nachtelijke legeroefeningen die de woestijn veranderen in een gigantische laser-disco, een beminnelijk dreigende Tareq Aziz in een Geneefs hotel - deze opeenstapeling van oorlogsclips door CNN laat bij mij een spoor van diepe twijfel achter. Met het naderen van oorlog worden de overwegingen die voor of tegen geweld pleiten extremer: een oorlog in de Golf is uiteindelijk onvermijdelijk, maar tegelijk zijn de gevolgen van zo'n gewapende botsing niet te overzien en dus rampzalig. Een elegante uitweg is er niet.

De aard van het Iraakse regiem bepaald goeddeels de onvermijdelijkheid van een gewapend conflict. De opgezwollen militaire macht heeft de verhoudingen in het Midden-Oosten nog verder uit het lood geslagen. Is het niet nu dan zal straks een nieuw, nog dodelijker conflict dreigen met de lichtvaardige kindervriend uit Irak. In die zin is militair geweld als antwoord legitiem en lost een diplomatiek compromis niets op. Dat verklaart ook waarom aan Irak slechts twee uitwegen geboden worden: morele of militaire capitulatie. Het regiem van Saddam Hussein moet hoe dan ook gebroken worden.

Wie eenmaal met militaire middelen dreigt kan niet op zijn schreden terugkeren. Ook daarom is de krachtmeting met Irak gevangen in een onverbiddelijke logica. Oog in oog met agressie moet men altijd aan de ultieme mogelijkheid van geweld denken om degene die huisvredebreuk pleegt tot inkeer te bewegen. Als alles goed gaat tenminste. Het probleem is dat van de tegenstander ook een berekenend gedrag wordt verwacht en geen hang naar zelfmoord. En daar heeft het nu juist alle schijn van.

Zonder de wil om oorlog te voeren is er dus geen sprake van geloofwaardige afschrikking. Maar geldt niet evenzeer dat zonder de wil om ten allen tijde oorlog te vermijden de poging om het met vreedzame middelen te winnen - zoals een economische blokkade - niet volgehouden kan worden? Wie zich op geweld voorbereid zal altijd te vroeg naar de wapenen grijpen. En de prijs van ongeduld is werkelijk niet te overzien.

De humanitaire offers die een oorlog vraagt zijn altijd te hoog. Indien het om een korte oorlog zou gaan, kunnen de aantallen slachtoffers meevallen, zo horen we. Wie rekent in mensenlevens, moet zichzelf wel een gewetensvraag toestaan: zou ik mijn eigen leven in de Golf willen riskeren? Overigens heeft niemand enige zekerheid dat het een beperkte oorlog zal zijn. Dat is het zwarte gat waarin alle waarnemers turen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als Israel in een oorlog betrokken raakt? Er zijn slechts twee zekerheden. De ene is dat de verantwoordelijke militairen elkaar hartstochtelijk tegenspreken. De andere is dat de ervaring leert dat in de loop van een gewelddadig conflict altijd onaangename verrassingen opduiken.

Naast de humanitaire offers moet aan de politieke gevolgen worden gedacht. Zal grootscheeps geweld de oplossing van het conflict in het Midden-Oosten niet eerder bemoeilijken? De ontluikende 'wereldorde' is zeer breekbaar: op het moment dat de VN-consensus geefectueerd wordt, zal ze dan niet als sneeuw voor de zon verdwijnen? Verder zijn hoogst onbetrouwbare landen als Syrie van vijand tot steunpilaar in het Midden-Oosten gebombardeerd. Wordt niet dezelfde fout herhaald? Heeft het Westen Irak niet opgevrijd omdat het Iran belaagde? Tenslotte zal de verhouding van de islamitische landen tot het Westen nog meer dan nu al het geval is doortrokken raken van haat en revanchegevoelens.

Op zo'n mengelmoes van dubieuze sentimenten kan niet eens het begin van een stabiele vredesregeling in het Midden-Oosten worden gebouwd.

De argumenten die voor of tegen oorlog pleiten houden elkaar op een tergende manier in evenwicht. Daar komt nog eens bij dat de Nederlandse politiek niet souverein wordt gemaakt op het topje van een berg, maar onder het wakende oog van de Amerikanen. Het besluit over oorlog valt in Washington en nergens anders. Een van de redenen daarvoor is Europese laksheid, die niet meer door Mitterrand kan worden goedgemaakt. Wat doen we als we vinden dat de Amerikanen niet alle andere mogelijkheden hebben uitgeput en op een te korte termijn besluiten tot oorlog? Ondanks alle twijfel is het ook dan ondenkbaar dat de fregatten wegvaren en hun zegeningen in Den Helder tellen. Wie tegen een Golfoorlog is waarin de Verenigde Staten het voortouw nemen, had uiterlijk toen de VN-deadline van 15 januari werd afgekondigd, 'nee' moeten zeggen.

De tegenstanders van een Golf-oorlog hebben zichzelf monddood gemaakt door te lang weg te kruipen achter gelegenheidsargumenten. Eerst waren de Verenigde Naties het schild waarachter de critici zich verscholen. Dat lukte tot de dag dat de Verenigde Naties het gebruik van geweld legitiem verklaarden. Later waren het de sancties die nog niet hun volledige werking zouden hebben. In de hoop dat het conflict vreedzaam beslecht zou worden wachtte men af, het liefst tot in alle eeuwigheid, en vergat principiele bezwaren tegen een oorlog naar voren te brengen.

Zo werd met het besluit om fregatten te sturen in augustus vorig jaar een proces in gang gezet dat nu tot zijn einde wordt gevoerd. Dat is terecht, want de buitenlandse politiek van een land is veroordeeld tot voorspelbaarheid. Dat geldt al helemaal in crisistijd. De quasivoorbehouden die de sociaal-democraten nu proberen af te dwingen zijn werkelijk zinloos. Het parlementaire debat over de merites van oorlog is verdoezeld geraakt achter het sussende 'thans niet': wel fregatten, maar nog geen uitspraak over de rol daarvan in het geval van oorlog. Voor de meeste volksvertegenwoordigers betekende dat zoiets als 'ooit wel maar thans nooit'.

Maar misschien is de verklaring voor het uitblijven van het 'grote' debat wel dat er nauwelijks echte voor- of tegenstanders van oorlog zijn. Iedereen die bij zichzelf te rade gaat voelt zich veroordeelt tot een halfslachtigheid, die voor de verandering nu eens niet voortkomt uit gemakzucht. Hoe langer ik er over nadenk, hoe meer ik het met mezelf oneens ben. Het is al niet gemakkelijk om in principiele zin te kiezen voor of tegen het deelnemen aan geweld; het is nog veel moeilijker in de wetenschap dat de daadwerkelijke keuze, waarbij ook de levens van Nederlandse burgers op het spel staan, elders wordt gemaakt.

Door deze morele aarzelingen kon de escalatie van het conflict ongehinderd voortgaan en kregen economische dwangmiddelen geen kans. De tijd van het geloof in sancties ligt nu definitief achter ons. Dat heeft niet zo veel met effectiviteit van de boykot te maken. Het is onmogelijk gebleken om voortdurend aan oorlog te denken en die laatste stap niet te zetten. Zo'n gespleten situatie kon niet lang worden volgehouden. Nu het ultimatum van de Verenigde Naties morgen afloopt lijkt de zuigkracht van oorlog het gewonnen te hebben van het streven naar een uitputting van Irak met vreedzame middelen.

Geweld komt meestal voort uit ongeduld.

    • Paul Scheffer