'Geef mij een alternatief, en ik volg u'

LONDEN, 14 jan. - Aan de voet van het standbeeld van de Griekse strijder Achilles, het schild manhaftig in de lucht gestoken, zwaard tot slaan gereed, werd dit weekeinde in Londen de wenselijkheid van oorlog in de Golf beargumenteerd. En daar niet alleen. Op een vitaal onderdeel van de mannelijke anatomie van het beeld, nog net aan de punt van het in brons gegoten vijgeblad, zat zaterdag een sticker “Stop the countdown to war” die gisteren door tegendemonstranten werd vervangen door “Free Kuwait”.

Veel te lachen gaf dat niet, want het onderwerp was te ernstig. Onder de tienduizenden demonstranten voor het niet doorgaan van de oorlog in de Golf (geleid door de Campagne voor Nucleaire Ontwapening) werd hier en daar een Amerikaanse vlag verbrand en riep Labours Tony Benn op tot het vinden van diplomatieke oplossingen. “Deze oorlog gaat alleen om olie en macht”.

De stoet die een dag later van de Koeweitse ambassade naar Hyde Park Corner drentelde was veel geringer van omvang (circa 2.000) en werd niet gesteund door bekende persoonlijkheden, of het moesten de enkele tientallen voormalige Britse gijzelaars zijn die vooraan achter het carre van vlaggen en portretten van de Koeiweitse regerende familie Al-Sabah liepen.

De vredesbeweging kon zaterdag prat gaan op de prominente aanwezigheid van welbespraakte ex-militairen als Robert Green, een voormalige marine-inlichtingenofficier die in de Falklands heeft gediend en die oorlog met afgrijzen ziet naderen. De Bevrijd Koeweit-demonstratie bestond vrijwel alleen uit Koeweiti's, kinderen en invaliden in rolstoelen voorop, die zwijgend borden met zich meedroegen: “Iedereen dacht dat hij Hitler te vriend kon houden”, “Saddam heeft nog nooit een wapen waarover hij beschikte, niet gebruikt” en “300.000 gijzelaars is reden genoeg”.

Ruzie

Bij de aanvang van de demonstratie is het meteen al ruzie. Het Britse televisiestation Channel 4 had een journalist-cameraman de straat opgestuurd die al filmend alleen maar moest vragen: “Is de bevrijding van Koeweit de prijs van een verschrikkelijke oorlog waard?” Redelijkheid verdwijnt als sneeuw voor de zon. “Waren jullie Britten de Amerikanen ook zo afgevallen als Hitler op het punt gestaan zou hebben jullie land binnen te trekken?” vraagt een demonstrant boos. “Voor ons is het al sinds 2 augustus oorlog”, zegt een ander. Een officiele woordvoerder komt handig tussenbeide: “De bevrijding van Koeweit is een internationale aangelegenheid en niet een Arabische zaak of een kwestie die alleen de Golfstaten aangaat, “ betoogt hij geroutineerd. “Je maakt mij niets wijs, makker”, zegt de cameraman. “Nog zo'n 48 uur en we hebben oorlog. Voor mij kun je geen verstoppertje spelen.”

Abu Nasser (46) is een Koeweitse zakenman, die al zijn bezittingen zegt te hebben achtergelaten in Koeweit. Hij ontvluchtte zijn land met een doodzieke echtgenote, die bij ontstentenis van medicijnen en deskundige verzorging bijna stierf. “Ze heeft veel geleden.” Valse papieren en hulp van vrienden maakten dat hij aan de Irakezen ontkwam, maar een van zijn vrienden werd neergeschoten. Zijn vader en moeder en een broer zijn nog steeds in Koeweit. Abu Nasser zegt in moeizaam Engels wel drie keer dat hij zeer dankbaar is voor de hulp van de Amerikanen “en van uw land en van West-Europa”.

Demonstreert hij hier voor oorlog?

“Wij zijn niet voor oorlog. Geef mij een alternatief, en ik volg u. Maar nu heb ik familie achtergelaten in Koeweit, die sterft in het eigen huis en die geen gelegenheid heeft om zelf te zeggen wat haar eigen mening is.”

Tussen de hoofddoeken en lange gewaden van mannen en vrouwen valt een grijs-gedoekte jonge vrouw alleen op door haar onversneden Engelse accent en het donkere kind in het wandelwagentje dat ze voortduwt. Zij is de echtgenote van een Koeweiti, een olie-employe, van wie ze sinds oktober niets meer heeft gehoord. Haar heeft hij met de drie kinderen van 12, 2 en 1 jaar oud direct na de inval van Irak naar Engeland gestuurd. Zelf is hij ondergedoken. Britse gijzelaars, die later ontsnapt zijn door de woestijn, hebben haar verteld dat hij hen heeft geholpen en dat ze het zonder hem nooit zouden hebben gered. Dat is nu tien weken geleden.

Met de drie kinderen in een bed-and-breakfast in Sussex leeft ze van de ene dag in de andere. “Voor onze zoon van 12 is het het ergste. Hij is zijn vrienden kwijt, zijn school is in brand gestoken en hij heeft al die mensen gezien, die zomaar op straat werden doodgeschoten. Drie dagen lieten ze de lijken liggen. Alsof die mensen niets waard waren. Voor wat?” Ze demonstreert vandaag om het gevoel te hebben iets te doen. Ze weet niet of ze oorlog moet hopen of vrezen. “Ik wil alleen maar dat alles weer wordt zoals het was. Dat we weer een leven kunnen hebben.”

Achter Bush

“Pretty scary.” Conrad Branson en Adam Brauch, beiden 19, beiden uit California, USA, hadden er geen van beiden op gerekend dat een jaartje studeren aan het Imperial College in Londen hen op deze zonovergoten, ijskoude morgen in een demonstratie in Zuid-Londen zou doen belanden. Waar ze nog minder op hadden gerekend is dat ze misschien zullen worden opgeroepen om dienst te doen voor hun vaderland, “want dan zijn we er als eersten bij”. Ze zijn bang, maar toch “all the way behind Bush”. “We moeten achter ons land staan en die kerel moet verwijderd worden”, zegt Conrad.

Vrouwelijke jaargenoten, vertelt hij, worden sinds enkele maanden regelmatig lastig gevallen door in Engeland verblijvende Irakezen. Een meisje kon alleen ontsnappen door voor te wenden dat ze Canadese was. “Ze zeggen dat wij imperialisten zijn.” Hij knikt naar de gruwelijke afbeeldingen van gemartelde Koeiweiti's die in de stoet worden meegedragen: “Ik bedoel: heb je die foto's gezien? Niemand heeft het recht om zoiets aan te richten.” En Adam zegt: “Ik demonstreer omdat ik deze optocht ook een symbool van democratie vind. Wij kunnen hier zeggen wat we denken. In Irak en in Koeweit hebben mensen dat recht niet.”

Dean Talboys, een van de Britse gijzelaars die tot en met de “amnestie” van Saddam Hussein, vlak voor Kerstmis, zes weken in een schuilplaats in Koeweit heeft doorgebracht, gebruikt even later datzelfde argument wanneer hij de Tony Benns van deze wereld naar de hel wenst. “Hij weet niet hoe het is. Hij en die overgelopen militairen en de hele CND weten niet hoe verschrikkelijk het is wat er in Koeweit is gebeurd. Het is zo gemakkelijk om hier op een podium te gaan staan en de oorlog af te keuren, terwijl je voor zoiets daar de kans niet krijgt. Moet dat recht dan niet verdedigd worden? Saddam Bloody Hussein moet weg. Als het hier tot een oproep voor vrijwilligers komt, ik bezweer je, dan ga ik. Meteen.”

    • Hieke Jippes