'Frankrijk wil de vrede dienen en van de oorlog profiteren'

PARIJS, 14 jan. - “Frankrijk is present en het moet present blijven. Frankrijk is geen klein land. Het heeft het zijne te zeggen en het wordt vaak gevraagd dat te doen. Alle landen uit de regio, alle Arabische landen en nog meer, vragen naar (het standpunt van) Frankrijk. Als er een conflict moet plaatshebben, dan moet Frankrijk present zijn, voor als ook na dat conflict.” Deze uitspraak van de Franse president Francoisois Mitterrand, op zijn persconferentie op december over de situatie in de Golf, verschaft de sleutel tot de Franse Golfpolitiek, die in hoge mate het persoonlijk stempel van Mitterrand draagt.

Aan de vooravond van een eventuele militaire ontknoping - in de Franse pers beschreven in termen als Gotterdammerung en Apocalyps Now - is de Franse president bereid de consequenties te aanvaarden van de reeks dramatische gebeurtenissen in de Golf die hijzelf, maanden geleden al, karakteriseerde als logique de guerre, logica die tot oorlog leidt. Sinds 19 december heeft Mitterrand in zijn openbare optreden zijn boodschap consequent en met steeds kortere tussenpozen herhaald, vooral met het oog op de Franse publieke opinie die zich sceptisch afvraagt waarom Franse soldaten voor Koeweit zouden moeten sterven.

Tegelijkertijd is Parijs de laatste weken het centrum van alle scenarioschrijvers voor vredesinitiatieven geworden. Er ging nauwelijks een dag voorbij of ministers en diplomaten uit alle werelddelen kwamen in de Franse hoofdstad voor overleg over een 'initiatief' om de laatste, onherstelbare stap van de militaire confrontatie te voorkomen. Mitterrand, die 10.400 Franse soldaten naar de Saoedische woestijn heeft gestuurd - de grootste overzeese operatie van de Franse strijdkrachten sinds de Algerijnse oorlog - , wil naar het woord van een Franse commentator “de vrede dienen en van de oorlog profiteren”.

Nieuwe situatie

Deze ogenschijnlijke contradictie is gefundeerd op de volgende analyse. Met de beeindiging van de Koude Oorlog en het wegvallen van de Sovjet-Unie als supermogendheid is een nieuwe geo-politieke situatie ontstaan. Al dan niet bewust heeft Saddam Hussein daarvan willen profiteren met zijn brute agressie tegen Koeweit. Het antwoord van de internationale gemeenschap op Iraks provocatie is de eerste testcase voor een nieuwe wereldorde, waarin de Verenigde Naties en meer in het bijzonder de Veiligheidsraad mogelijk de rol kunnen spelen die door de stichters was voorzien, die van maatgever en handhaver van het internationale recht.

Als een van de vijf permanante leden van de Veiligheidsraad kan Frankrijk, verbonden met de Verenigde Staten, lid van de Europese Gemeenschap, een rol spelen die aanmerkelijk groter is dan de betekenis die het land heeft in economisch of militair opzicht. In het Golfconflict spelen daarnaast nog andere factoren een rol die de positie en manoeuvreerruimte van Frankrijk beinvloeden: Parijs was vele jaren de bevoorrechte leverancier van Saddam Hussein (en heeft dan ook, maar dat is een secundaire overweging, nog heel wat uitstaande rekeningen te vorderen). Frankrijk heeft veel politiek krediet bij de Arabische landen, zelfs inclusief Irak, zoals Saddam Hussein demonstreerde met zijn voorkeursbehandeling van de Franse gijzelaars. De omstandigheid dat in het Midden-Oosten 30.000 Fransen wonen is evenmin van betekenis ontbloot.

Vanaf het begin van de Golfcrisis was Frankrijk, naar het woord van Mitterrand, present. Op 4 augustus kondigde de Veiligheidsraad het handelsembargo tegen Irak af. Op 9 augustus kreeg het vliegdekschip Clemenceau opdracht naar de Golf te vertrekken om bij te dragen aan de controle van de boycot. Naarmate president Bush, met wie Mitterrand goede contacten onderhoudt (er is een intensief telefoonverkeer tussen Witte Huis en Elysee), de internationale gemeenschap tegen Irak verder mobiliseerde middels het instrument van de Veiligheidsraad won de positie van Frankrijk als permanent lid van dit hoogste orgaan voor vrede en veiligheid aan gewicht.

Om betrokken te zijn bij de onderhandelingen na afloop van het conflict moest Frankrijk volgens de analyse van de president ook daadwerkelijk militair aanwezig zijn in de Golf. Met de operatie-Daguet volgt Mitterrand de logica van Clausewitz: voortzetting van zijn politieke beleid met andere middelen als onderhandelen met de 'meester van Bagdad' niet mogelijk blijkt.

Israel

Bij de onderhandelingen die na afloop van een militair conflict in de Golf onvermijdelijk zullen volgen kan naar Franse opvatting de kwestie van Israel en de Palestijnen niet buiten beschouwing blijven. Mitterrand gaf daarover een vingerwijzing in zijn rede voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 24 september. “Als Irak zijn intentie duidelijk maakt dat het zich zal terugtrekken uit Koeweit, en de gijzelaars vrijlaat, dan wordt alles mogelijk”, zo zei hij. Deze uitlating werd met weinig begrip ontvangen in Washington, Londen, Den Haag en andere Westerse hoofdsteden en dat gaf Mitterrand juist manoeuvreerruimte in de richting van de Arabische landen.

Naar het inzicht van de Franse president is het moeilijk voorstelbaar dat na een oorlog in de Golf het vraagstuk van Israel en de Palestijnen, het koudvuur van het Midden-Oosten, buiten beschouwing kan blijven. Het internationale recht, zoals dat in de VN wordt gecodificeerd, kan niet alleen voor de Arabieren en niet voor Israel gelden, en ook de Verenigde Staten zullen dat moeten erkennen. Saddam Hussein speelde daarop in met zijn eis dat het Westen eerst moet instemmen met een conferentie over alle problemen in het Midden-Oosten, zonder overigens duidelijk te maken of hij zich uit Koeweit zal terugtrekken als aan deze voorwaarde voldaan zou worden. Frankrijk meent dat in het Midden-Oosten een vredesproces naar analogie van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa ( CVSE) moet worden opgezet.

De logique de guerre - het begrip dat hij al drie weken na de Iraakse inval in Koeweit voor het eerst gebruikte - gold voor Mitterrand in volle omvang sinds Iraakse soldaten half september de Franse ambassade in Koeweit aanvielen. De operatie-Daquet, allereerst een bijdrage om een Iraakse aanval op Saoedi-Arabie te voorkomen en daarmee een demonstratie van solidariteit tegenover de VS, veranderde daarna geleidelijk van karakter. De Franse Force d'Action rapide (grotendeels bestaande uit een divisie met pantservoertuigen van het type AMX 10) werd aanvankelijk ver van de Amerikanen in een geisoleerd stuk Saoedische woestijn gelegerd. De Franse commandanten werd min of meer verboden contact met Amerikanen en Britten te onderhouden. Op hun beurt bedekten de Amerikanen hun wandkaarten met hun militaire posities als een Franse officier op beleefdheidsbezoek kwam.

Begin november besloot Washington zijn strijdmacht in Saoedi-Arabie te verdubbelen tot 400.000 man, teneinde zonodig de Iraakse bezetters uit Koeweit te kunnen verdrijven. Eind november stemde Mitterrand formeel in met het eventueel gebruik van geweld zoals voorzien in resolutie 678 van de Veiligheidsraad. Ook de Franse militairen voerden vervolgens hun offensieve vermogen op met anti-tankhelikopters (Gazelle) en zware artillerie. De televisie werd uitgenodigd om mooie plaatjes te schieten van de aankomst van veertig zware tanks (type AMX 30) - volgens Franse militairen ter plaatse “te weinig, te zwaar en te langzaam” om veel gewicht in de schaal te leggen. Maar het ging er voornamelijk om de geallieerden en ook Irak te tonen dat Frankrijk zijn verantwoordelijkheid niet uit de weg gaat.

Op 31 december, in zijn traditionele toespraak ter gelegenheid van de jaarwisseling, hield Mitterrand zijn landgenoten, de bondgenoten, de Arabische landen en Irak voor dat Frankrijk “alle resoluties van de Verenige Naties zal uitvoeren, inclusief de eventuele toepassing van geweld”. Pas toen werd de Franse publieke opinie zich in volle omvang bewust van wat op het spel staat. De communisten, vanaf september tegen een eventueel militair optreden tegen Irak, kregen na maandenlange campagnes afgelopen zaterdag de eerste grote demonstraties tegen de 'stompzinnige oorlog' op de been.

Linkervleugel

Binnen Mitterrands eigen socialistische partij staat de linkervleugel, mede onder leiding van minister van defensie Chevenement, afwijzend tegen Franse deelneming aan een militaire oplossing. Chevenement, tot zijn aantreden als bewindsman vice-voorzitter van de Frans-Iraakse vriendschapsvereniging, liet zich al op 14 augustus bezorgd uit over een eventuele oorlog. De groepering Socialisme en Republiek, waartoe de minister van defensie behoort, verklaarde op 3 januari, dus enkele dagen na Mitterrands waarschuwing, dat “geen enkele doelstelling van de internationale gemeenschap oorlog noodzakelijk” maakt. Ook enkele andere prominenten zoals oud-minister Cheysson zijn tegen gewapend ingrijpen, wat hun op reprimandes van de partijleiding kwam te staan.

De 74-jarige Mitterrand, soldaat en verzetsstrijder gedurende de Tweede Wereldoorlog, minister van binnenlandse zaken toen de 'opstand' in Algerije uitbrak, lijkt niet bevreesd voor de logica die tot oorlog leidt. Franz-Olivier Giesbert, zijn scherpe onofficiele biograaf, schrijft in zijn boek 'Mitterrand of de uitdaging van de geschiedenis': “Zijn fundamentele gedachte is: de oorlog is een bijzondere gebeurtenis, maar geen magisch fenomeen. Hij moet van zijn mythes ontdaan worden.” Toen hem onlangs werd gevraagd naar zijn opvatting over de meningsverschillen in zijn regering zei Mitterrand: “Zolang er geen besluit is genomen is discussie mogelijk. Als er een besluit is, moet het worden uitgevoerd.”