Een dubbele axel in de achtertuin

Nederland bejubelde in de begin jaren zestig massaal de successen van kunstschaatsters Joan Haanappel en vooral Sjoukje Dijkstra. Tegenwoordig heeft afgezien van de vaders, moeders, opa's, oma's en wat andere verwanten van de beoefenaars niemand meer belangstelling voor deze tak van sport. Derhalve is er grote behoefte aan weer eens een toprijder, rijdster of paar. Maar momenteel mogen de Nederlandse deelnemers aan EK's en WK's al blij zijn als ze niet op de laatste plaats eindigen. Misschien dat de 12-jarige Katja Kossmayer in de toekomst voor betere tijden kan gaan zorgen. De dochter van Sjoukje Dijkstra eindigde als jongste deelnemer onder de A-junioren bij het nationale kampioenschap in Amsterdam op de derde plaats.

Sjoukje Kossmayer-Dijkstra, tegenwoordig technisch adviseur van de KNSB, verschilt bij de titelstrijd op de Jaap Edenhal niet van de moeders van andere deelnemers. De luidbejubelde ijsprinses van weleer volgt de wedstrijden op de tribune tussen het gewone volk, hanteert zo nu en dan de videocamera en lacht zenuwachtig tegen haar buurvrouw als haar dochter tijdens de lange kur met de billen op het ijs beland. Na afloop bekent Sjoukje Kossmayer 'een trotse moeder' te zijn. “Voor mij”, zegt ze doelend op Katja en haar vier jaar oudere dochter Rosalie, die zich met ijsdansen bezighoudt, “is het het belangrijkste dat ze plezier aan het kunstschaatsen beleven. Als ze morgen zeggen dat ze willen stoppen vind ik het ook best.”

Katja Kossmayer beaamt dat haar ouders haar nooit hebben gedwongen de schaatsen onder te binden. “Maar zoiets komt wel voor”, vertelt ze. “Ik ken een meisje dat moet kunstschaatsen van haar vader en moeder. Die krijgt een pak slaag als ze geen eerste wordt. Laatst kwam ze huilend naar mij gesprint zodat haar moeder haar niets kon doen.” Katja, een pienter en vooral beleefd meisje, wordt ook niet getraind door haar moeder. Sjoukje Kossmayer houdt zich door haar bondsfunctie meer met het collectief belang van het Nederlandse kunstrijden bezig. Thuis in Hilversum geeft ze Katja wel eens wat aanwijzingen en samen oefenen ze soms 'droog' in de achtertuin de dubbele axel.

Achter Sjoukje Kossmayer op de tribune in de Jaap Edenhal, bijna verstopt tussen de nog niet weggehaalde kerstbomen, staat een opvallende man. Hij draagt een cowboyhoed. Het is Sjoukje's echtgenoot Karl Kossmayer, Oostenrijkse ouders, Zweed van geboorte, maar al bijna dertig jaar Nederlander. Hij zegt geen verstand van kunstschaatsen te hebben. “Ik vind het allemaal op elkaar lijken. En ik vind het elke keer weer zielig als zo'n meisje valt.” Hij praat liever over het circus, zijn lust en zijn leven. Dan is Kossmayer niet meer te stoppen. Met gepaste trots vertelt hij in een mengelmoes van Duits en Nederlands dat zijn vader de eerste olifant bezat die op een been kon staan en zijn oom de eerste tijger die op een paard kon rijden.

Komisch nummer

Hijzelf was zoals hij zegt 'een groot succes' met zijn komische nummer met dwergmuilezels. “Dat zijn hele slimme dieren, vergis je niet.” Kossmayer heeft er nog steeds acht op zijn eigen terrein in Hilversum staan. Hij treedt ondanks zijn leeftijd van 73 jaar af en toe nog op. Want hij kan het niet laten. In 1980 had hij zelfs zijn eigen show, Circus Sjoukje Dijkstra. Vol met topattracties, aldus de ex-directeur. Toch hield het maar een paar maanden stand. Volgens Kossmayer kreeg hij te weinig medewerking van de autoriteiten en was de concurrentie groot. Hij dacht vijf jaar geleden weer volledig terug te kunnen keren in de wereld van het circus. Hij zegt destijds de organisatoren in Amsterdam aan het bekende Zwitserse circus Knie voor het inmiddels jaarlijkse optreden rondom Kerstmis in Carre te hebben geholpen. “Maar daarna hoorde ik helemaal niets meer. Ik kreeg niet eens een uitnodiging voor de openingsavond.”

Kossmayer leerde de 25 jaar jongere Sjoukje Dijkstra bij de ijsrevue Holiday on Ice kennen. Daar waren ze beiden vele jaren werkzaam. “Ik had geen betere vrouw kunnen treffen.” Dan ziet Kossmayer vanuit zijn ooghoek een deelneemster bij de A-junioren op het ijs verschijnen. Hij zet zijn bril op. “Sjoukje, ist dass die Katja? ”, vraagt hij. “Nee, die heeft toch een blauw pakje aan”, luidt het antwoord van de Olympische kampioene van 1964. “Ach, dat weet ik toch niet”, zegt hij verontschuldigend. Kossmayer draait zich weer om en vertelt dat zijn twee dochters ook het circus in willen. Maar hij houdt het tegen. “Het circus is het circus niet meer. Neem de clowns. Het spijt me voor de toeschouwers maar die zijn tegenwoordig niet leuk meer.”

Toppers in het kunstschaatsen mogen ze wel worden van hem. Als ze maar zelf willen. De 12-jarige Katja Kossmayer behoort zeker tot de talenten in Nederland. “Maar”, zegt haar moeder Sjoukje, “talent is niet alles. Het gaat erom of zo'n meisje of jongen op veertien-, vijftienjarige leeftijd genoeg doorzettingsvermogen heeft. Dat is een belangrijk moment. Hij of zij moet het leuk blijven vinden. Is het kunstschaatsen het belangrijkste in je leven? Tegen mij werd vroeger vaak gezegd dat ik er veel voor opofferde. Maar je offert er dus helemaal niets voor op als je echt het leuk vindt. En kunstschaatsen betekende alles voor me. Ik vond het heerlijk om te doen.”

Volgens Karl Kossmayer zijn z'n dochters ook uit het goede hout gesneden. “Ze komen niet in de disco. Ze hebben zelfs nog nooit gevraagd of ze er naartoe mochten. Mijn dochters kunnen alles krijgen, mogen ook alles. Alleen moeten ze wel stoppen als ik dat zeg. Ik heb tegen ze gezegd: als jullie niet luisteren, draai ik jullie de nek om en ga ik de gevangenis in. Maar Sjoukje en ik hebben niets te klagen. Het zijn lieve meisjes.” Rosalie en Katja Kossmayer kennen het grote succes dat hun moeder vroeger als kunstschaatster heeft gehad alleen maar van horen zeggen, de volle prijzenkast in de huiskamer en wat zwart-wit beelden op de video. “Maar”, weet Katja toch met zekerheid te melden, “zoiets zal ik ook wel willen.”

INTERNAAT

Voor een kunstschaatstalent is de toestand in Nederland echter verre van ideaal. In de zomer is er bijvoorbeeld maar een baan (Den Bosch) open en met het beschikbare budget van 120.000 gulden moet alles worden betaald, ook het deelnemen van Nederlanders aan internationale evenementen. Sjoukje Kossmayer-Dijkstra riep in samenwerking met verscheidene commissies centrale trainingen in het leven. En daarbij zijn dit jaar voor het eerst een balletlerares en conditietrainer betrokken, maar die worden echt met de laatste centen uit de pot betaald. Een internaat, zoals Sjoukje dat al vanaf haar jonge jaren voor ogen heeft, zit er absoluut niet in. “Het is altijd mijn grote wens geweest om dagelijks met andere talenten samen te zijn, lessen te volgen, huiswerk te maken en te trainen.”

Sjoukje Kossmayer begrijpt als geen ander dat er aansprekende prestaties moeten komen om weer aandacht voor het kunstschaatsen te krijgen. “Uit zichzelf zal niemand naar de baan komen om te kunstschaatsen.” Zij heeft terugblikkend naar haar gouden periode destijds wel degelijk de uitstraling van het succes waargenomen. “Ik denk dat ik in alle bescheidenheid mag zeggen dat ik er samen met Ard en Kees voor heb gezorgd dat er meer ijsbanen in Nederland zijn gekomen. In mijn tijd had je er een, in Den Haag. Nu staat het land er gelukkig vol mee.”

    • Hans Klippus