Dreigende Golfoorlog niet enige reden voor stijgende rente

UTRECHT, 14 JAN. De Golfcrisis was deze week niet de enige factor voor rentestijging. Technische factoren waren eveneens van invloed. Dit gold in het bijzonder de verrassende heropening via toonbankuitgifte van de laatste negenprocents staatslening.

Doordat beleggers bestaande obligaties van de hand deden om de nieuwe op te nemen, kwam vorige week maandag de rente onder een opwaartse druk te staan. Uiteraard was daarbij ook van invloed de onverzoenlijke houding van de Amerikaanse en Iraakse autoriteiten. Donderdag, na het mislukte overleg, bleek dat de Golfcrisis nog steeds de markten beheerst.

De rentestijging deed zich vorige week niet in alle landen voor. Uitzonderingen waren Japan en Engeland (dankzij ferme taal van premier Major), terwijl in Duitsland per saldo weinig veranderde. Dit neemt niet weg dat donderdag aan Duitse zijde enig koersverlies optrad, met name toen het bericht op de schermen verscheen dat Russische troepen de officiele gebouwen van de Litouwse hoofdstad hadden bestormd.

Op de Amsterdamse kapitaalmarkt waar de Agent van het Ministerie tegen 98, 30 en vervolgens 98, 40 forse aanmeldingen over de toonbank had zien binnenkomen, haperde de belangstelling op 98, 45. Het gebeuren in Litouwen nam vervolgens de belangstelling geheel weg. Gevolg was dat het geboden 9, 24 procent rendement inmiddels meerdere basispunten beneden dat van bestaande leningen lag. Vrijdag was de laatste inschrijvingsdag. De omvang van deze 9 procent staatslening ligt op 7, 7 miljard gulden, inclusief 2, 5 miljard gulden uit de tenderemissie van december.

De valutamarkt toonde deze week meer belangstelling voor de gulden dan voor de D-mark. Oorzaak was de door de Golfcrisis ontstane stijging van de dollarkoers, die meer de D-mark dan de gulden treft. De Nederlandsche Bank benutte deze kans, door vorige week maandag de speciale beleningsrente met 0,1 procent tot 8,8 procent te verlagen.

De inval in Litouwen zal vervolgens als meer fundamentele reden hebben meegespeeld: de gulden wist zich afgelopen vrijdag ondanks een minimale daling van geldmarkttarieven goed te handhaven.

Eurokapitaalmarkt

Hoezeer de vastrentende markten in beslag worden genomen door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten bleek afgelopen dinsdag in Amerika. Op die dag verlaagde het stelsel van centrale banken, de Fed, voor het eerst sedert drie weken het door haar gestuurde tarief voor interbancair daggeld, waarschijnlijk wegens een te geringe groei van de geldhoeveelheid, met 1-4 procentpunt tot 63-4 procent.

Ondanks deze monetaire verruiming noteerde de dollar hoger en moesten de koersen van langlopende staatsleningen omlaag. Overigens ging van het ingrijpen van de Fed wel een renteverlagende invloed uit op de geldmarkt en het korte segment van de obligatiemarkt. Daarnaast was het zogenaamde 'flight to quality'-effect hieraan mede debet. Ook op de lange kant van de Amerikaanse kapitaalmarkt waren meerdere factoren van invloed, met name de veiling van in totaal 15, 4 miljard dollar aan staatsleningen en zogenaamde Refco's, ten behoeve van de noodlijdende Amerikaanse spaarbanken. De Amerikaanse yieldcurve ging hierdoor aanzienlijk steiler lopen, ondanks een donderdag optredend herstel van de langlopende staatsleningen.

De marktcondities op de eurokapitaalmakrt kunnen niet gekarakteriseerd worden als emissiebevorderend. Hoewel debiteuren wel leningen willen uitbrengen voor 15 januari, kunnen zij niet rekenen op veel animo aan de kant van de beleggers. Afgelopen week leidde dit tot uitstel van drie emissies. Slechts debiteuren van de hoogste kwaliteit lijken nog een beroep te kunnen doen op de eurokapitaalmarkt.

De Europese Investeringsbank bracht de afgelopen week in drie valutasegmenten leningen uit: een 500 miljoen grote ECU-lening, gevolgd door de emissie van een 'floating rate note', groot 200 miljoen D-mark, en een Engelse ponden lening van honderd miljoen. Met name de tien procent, tienjaars Ecu-lening deed van zich spreken doordat het effectief rendement bij uitgifte (10, 19 procent) gebaseerd was op het rendement van een reeds uitstaande E. I. B.-lening, notabene in een ander (7-jaars) looptijdsegment. Door het marktsentiment kreeg de lening een voorzichtig onthaal.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek