De harde leerschool van een dartspeler

Raymond Barneveld had zijn familie en kennissen nog op het hart gedrukt vooral naar het wereldkampioenschap darts op televisie te kijken. De Leidenaar zou voor de camera's van de BBC wel even duidelijk maken dat hij niet voor niets de nummer een van Nederland is. Onder het toeziend oog van veertienhonderd Britten, strafte de Australier Keith Sullivan de hoogmoed echter genadeloos af. Al in de eerste ronde kon 'the Dutchman' met een 3-0 nederlaag het toernooi in Engeland verlaten. Het was een onthutsende ervaring voor Barneveld. “Bij mijn terugkomst in Nederland heb ik maar een boodschap. Beste mensen, we kunnen hier absoluut niet darten.”

Gladde vingers, maar vooral een gebrek aan training waren volgens de Leidenaar debet aan de nederlaag. “Stom van mezelf. Ik heb het toernooi duidelijk onderschat. Niet meer getraind dan een uurtje of anderhalf. Dan ga je de boot in. Neem dan Sullivan, die staat zeker zeven uur per dag te gooien.”

De teleurstelling is zo groot, dat hij voorlopig geen pijl meer wil aanraken. Maar ondanks de deceptie beleefde Barneveld nog voldoende plezier aan het toernooi, dat zaterdag door Dennis Priestley werd gewonnen. De Leidenaar genoot van de traditie, zelfs gekte, waarmee het 'darten' in Groot-Brittannie omgeven is. De toeschouwers in de hal van Frimley Green (Surrey) vormen daarvan het levende bewijs. Als de drie pijlen trefzeker in de triple twintig worden geworpen is de opwinding enorm. Het met een steeds hoger, bijna op kinderachtige toon uitgeroepen “one hundred and eighty” van de scheidsrechter wordt onmiddellijk met een ferm “yes” beantwoord.

Meervoudig wereldkampioen Eric Bristow geniet bij de fans de meeste populariteit. De afgelopen jaren hadden de prestaties van de verliezend finalist ernstig te lijden van 'dartitus', oftewel angst om de pijl los te laten. Het lijkt zijn imago alleen maar ten goede te zijn gekomen. “Als hij binnenkomt wordt de hal bijna afgebroken. Mensen gaan zelfs schreeuwend op stoelen en tafels staan”, weet Barneveld.

Eigenlijk was het voor de Leidenaar een schok in een dergelijke omgeving te acteren. Vaak speelt hij in Nederland voor niet meer dan een handvol toeschouwers in een achterafkroegje of -speelzaal. Het hele circus rondom het wereldkampioenschap maakte op hem dan ook een diepe indruk. “Toen ik mijn partij tegen Sullivan had verloren liep ik door een speciale uitgang naar buiten. Daar kwam ik een Engelsman tegen, die voor een handtekening op John Lowe stond te wachten. Ik zeg: 'hoe lang sta je hier al? '. Toen zegt hij: 'ik wacht hier al zeven jaar in de hoop dat Lowe een keer naar buiten komt om iets uit z'n wagen te halen. En komt hij dit jaar niet, dan ben ik er volgend jaar weer.' Zie jij zoiets in Nederland al gebeuren?”

De Leidenaar, kopman van de Downstairs Destroyers uit Katwijk, wil het komend jaar zijn trainingintensiteit sterk opvoeren om volgende jaren beter voor de dag te kunnen komen. “Eigenlijk heb ik het in Nederland veel te gemakkelijk gehad. Als speler stak ik met kop en schouder boven de rest uit. Toen ik in militaire dienst zat heb ik veertien maanden niet geoefend en toch nog toernooien gewonnen. Op een gegeven moment ging ik denken: je hebt blijkbaar geen training nodig. Daar ben ik nu wel van teruggekomen. Drie tot vier uur trainen is noodzaak. Maar daar ligt dan wel de grens. Van zeven of acht uur gooien zou ik gek worden.”

Een flinke pot bier lijkt aan Barneveld niet besteed. “Van darters wordt altijd gedacht dat ze roken, zuipen en boeren. Dat is grote onzin. Ik drink en rook niet, maar heb wel een buik. Nou en? Dat kan toch ook van de cola komen?”

De kloof met zijn Engelse collega's lijkt bijna onoverbrugbaar. Op zijn zeventiende begon de nu 23-jarige Barneveld pas met darten. Vroeg voor Nederlandse begrippen, veel te laat naar Engelse maatstaven. “Britten krijgen nu eenmaal vanaf hun geboorte een dartpijl in handen geduwd. Maar dat betekent ook”, zegt hij lakoniek “dat ik nu nog zeventien jaar de tijd heb het niveau te halen van een 23-jarige Engelsman.”