De dj's blijven de sterren van de house

Concert: Rave of the 90's. Gehoord: 12-1 Ahoy', Rotterdam.

Toen afgelopen zomer de discjockey van een house-nacht in de Amsterdamse Melkweg zondagochtend vroeg definitief het laatste plaatje gedraaid had, barstte iemand in het publiek in tranen uit. Hij kon pas getroost worden toen een ander een ghettoblaster te voorschijn haalde en de house-muziek opnieuw deed klinken. Als de Rattenvanger van Hamelen voerde hij zijn gevolg naar een nabijgelegen parkeerterrein, waar de danslustigen nog enige tijd de thuiskeer konden uitstellen.

Voordat de house-beweging in ons land was doorgedrongen, werd dansen, vooral door jongens, als niet-stoer beschouwd. Maar sinds in '88 de house-party opgang maakt, is het een respectabele bezigheid geworden om tot het ochtendgloren te dansen. House als stroming is dan ook niet groot geworden dankzij de voortrekkersfunctie van een bepaalde band, maar door de feesten waar vingervlugge dj's de verschillende platen aan elkaar mixen tot een groot avondvullend muziekstuk.

Echte house-muziek heeft geen vocalen; de essentie is het ritme dat wordt bepaald door vaak adembenemende bas-drums en percussie, aangevuld met slechts af en toe een zweverig synthesizer-loopje. Deze repeterende elementen vormen geen melodie met refrein en climax. Het is eentonige muziek, die een hypnotiserend effect heeft op wie daarvoor openstaat. Of die intensiteit bereikt wordt, is afhankelijk van de kwaliteit van de dj. Zo zijn de discjockeys de 'sterren' van de house geworden; de draaitafels staan goed in het zicht, zodat het publiek hun verrichtingen kan volgen, ze worden toegejuicht en krijgen applaus, ze hebben groupies en artiestennamen, als Crazy Shaun of K. C. Funkadelic.

Zoals iedere jeugd-beweging verbindt ook de house haar aanhangers door een eigen stijl. Van praten - met woorden als rave ('wild feest') en ravers ('uitzinnigen') - of van kleden: wijd, met stevige schoenen die niet hinderen bij het bewegen. En er is ook een huis-drug: ecstasy (XTC), een pilletje dat de aanrakingsdrang vergroot en net genoeg opwekkende middelen bevat om het dansen zo lang vol te houden. Toch is de echte raver vooral degene die precies weet waar en wanneer de feesten zich afspelen. Naar Engels voorbeeld worden die namelijk steeds op korte termijn georganiseerd en op uiteenlopende, a-typische feestruimtes, zoals een leegstaande havenloods.

Opvallend aan de house is dat er, in tegenstelling tot eerdere stromingen in de popmuziek geen rebellie of anti-establishment-boodschap uit spreekt. Alleen als het eigen territorium bedreigd wordt en door bemoeienissen van politie of anti-drugsorganisaties de feesten geen doorgang dreigen te vinden, ontstaat een vechtlustige saamhorigheid: “You've got to fight for your right to paaarty!'

Bijna werd ook het grootste house-feest dat ooit gegeven is, de Rave of the 90's, drie dagen van tevoren afgelast. Maar gelukkig waren de problemen met de autoriteiten (en geldschieters) bijtijds opgelost en konden zesduizend mensen in de Ahoy'-hal in Rotterdam dansen van tien uur zaterdagavond tot negen uur de volgende ochtend.

De Ahoy'-hal is een sfeerloze, betonnen ruimte, maar achter de hoofden van de discjockeys toverden de laserstralen steeds kleurenspectra en wolkenvelden. De hele vloer van die gigantische hal stond even na tienen al vol met een nog wat onwennig dansende menigte: nieuwsgierige exponenten van het clubje dat zich de incrowd noemt, die kwamen kijken of dat nou wel kan; house-feesten op dergelijke schaal, mensen in carnavaleske uitdossingen die parodieen op de ravers leken, en de 'gabber-housers'; een door diezelfde incrowd bedachte aanduiding voor de 'tweede generatie' house-liefhebbers.

Vier discjockeys hadden achtereenvolgens de taak het publiek te enthousiasmeren en na enige uren was het publiek inderdaad in een staat van opperste verrukking. Tubular van Bellen, Eddy de Clerq, D. J. Per en de toonaangevende Mike Pickering uit Engeland maakten de nacht en niet de vier zogenaamde live acts die alleen om het publiek te lokken, dat fl. 47, 50 voor een kaartje moest betalen, geprogrammeerd waren.

Opnieuw bleek dat house-muziek niet geschikt is om live te brengen. Ten eerste leidt het de mensen af van het dansen, omdat ze geacht worden naar het podium te kijken. Ten tweede waren de live-bands niet live: ze playbackten bijna allemaal. Lil Louis spande de kroon met zijn smakeloze seks-act uitgevoerd door dames in fluwelen ondergoed, waarbij hij zelf slechts enkele malen over het podium kwam paraderen.

Gelukkig duurde dit maar tien minuten. De zangeres van Snap! zong wel live, maar ze was zo slecht bij stem dat zelfs hun grote hit The Power geen indruk maakte. Alleen 808 State heeft begrepen waar het op een house-feest om gaat. Zij speelden precies het soort muziek als de dj's hadden gedraaid en stonden zo saai achter hun synthesizers dat het publiek ook niet op ze hoefde te letten. Toen om zes uur hun laatste hit Cubic klonk, kwam de zaal nog collectief tot een dans-uitbarsting.

Dj Mike Pickering van de befaamde Hacienda-club in Manchester zei dat het voor de discjockey erg moeilijk is met zoveel mensen een sfeer van 'sex, soul en funk' te creeren. Gevraagd naar de oorzaak van de populariteit van house, zegt Pickering dat die “een universele kwaliteit” heeft, die dansmuziek tot nog toe niet heeft gekend. Rap en soul waren altijd exclusief voor de zwarte gemeenschap en een ieder die dat ook probeerde, imiteerde in feite de getto-bewoners van de Bronx of Harlem. “House daarentegen is dansmuziek die door iedereen kan worden gemaakt en gehoord.”