Bush: agressie mag niet worden beloond

Hieronder volgt de tekst van de brief van de Amerikaanse president Bush die bestemd was voor de Iraakse leider Saddam Hussein. Minister van buitenlandse zaken James Baker overhandigde de brief vorige week woensdag in Geneve aan zijn Iraakse ambtgenoot, Tareq Aziz. Deze weigerde na lezing de brief voor Saddam Hussein aan te nemen.

“Meneer de president.

We staan vandaag op de rand van een oorlog tussen Irak en de rest van de wereld. Dit is een oorlog die is begonnen met uw invasie van Koeweit; dit is een oorlog die alleen kan worden beeindigd met de volledige en onvoorwaardelijke aanvaarding door Irak van resolutie 678 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Ik schrijf u nu, rechtstreeks, omdat wat op het spel staat vereist dat geen enkele mogelijkheid onbenut blijft om datgene dat zal uitlopen op een zekere ramp voor het volk van Irak, te voorkomen.

Ik schrijf u ook omdat u, zoals sommigen zeggen, niet goed begrijpt hoe geisoleerd Irak is en wat hiervan het gevolg zal zijn voor Irak. Ik ben niet in een positie om te oordelen of deze indruk juist is, maar wat ik wel kan doen is in deze brief herhalen wat minister Baker tegen uw minister van buitenlandse zaken heeft gezegd en elke onzekerheid of dubbelzinnigheid die in uw gedachten bestaat over onze standpunten en over wat we bereid zijn te doen weg te nemen.

De internationale gemeenschap is verenigd in zijn oproep aan Irak om Koeweit onvoorwaardelijk en zonder verdere vertraging te verlaten. Dit is niet alleen de politieke van de Verenigde Staten; het is de opstelling van de wereldgemeenschap zoals verwoord in niet minder dan twaalf resoluties van de Veiligheidsraad.

Wij geven de voorkeur aan een vreedzame uitkomst. Echter, met minder dan volledige nakoming van resolutie 678 en de voorafgaande resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nemen we geen genoegen. Agressie mag niet worden beloond. Onderhandelingen kunnen evenmin plaatshebben. Over principes kunnen geen compromissen worden gesloten.

Door volledige aanvaarding krijgt Irak daarentegen de kans weer te worden opgenomen in de internationale gemeenschap. Op korte termijn betekent dit dat het Iraakse militaire apparaat ontkomt aan vernietiging. Tenzij u zich volledig en onvoorwaardelijk terugtrekt uit Koeweit, zult u meer dan alleen Koeweit verliezen. Wat hier aan de orde is is niet de toekomst van Koeweit - dat zal vrij zijn en zijn regering zal terugkeren - maar de toekomst van Irak. De keuze is aan u.

De Verenigde Staten zal niet gescheiden worden van zijn coalitiepartners. Twaalf resoluties van de Veiligheidsraad, 28 landen die de militaire middelen leveren om ze op te leggen, meer dan honderd regeringen die zich houden aan de sancties, dit alles maakt duidelijk dat het niet gaat om Irak versus de Verenigde Staten, maar Irak versus de wereld.

Dat de meeste Arabische en islamitische landen zich eveneens tegen u hebben gekeerd onderstreept wat ik zeg. Irak kan en zal Koeweit niet kunnen behouden of een prijs kunnen noemen voor terugtrekking.

De diversiteit van meningen in de Amerikaanse democratie mag er verleidelijk voor u uitzien. U moet elke verleiding weerstaan. Verschil van mening moet niet worden verward met verdeeldheid. Noch moet u, zoals anderen voor u hebben gedaan, de Amerikaanse vastberadenheid onderschatten.

Irak voelt al de effecten van de sancties die zijn opgelegd door de Verenigde Naties. Als er oorlog komt, zal het een veel grotere tragedie voor u en uw land zijn. Laat me dit ook duidelijk maken: de Verenigde Staten zullen niet het gebruik van chemische of biologische wapens of de vernietiging van Koeweits olievelden en -installaties tolereren.

Verder zult u direct verantwoordelijk worden gehouden voor terroristische acties tegen elk lid van de coalitie. Het Amerikaanse volk zal het meest krachtige antwoord eisen. U en uw land zullen een vreselijke prijs moeten betalen indien u opdracht geeft tot dergelijke gewetenloze acties.

Ik schrijf deze brief niet om te dreigen, maar om te informeren. Maar ik doe dit niet met enig gevoel van voldoening, want het volk van de Verenigde Staten heeft geen onenigheid met het volk van Irak.

Meneer de president, resolutie 678 van de Veiligheidsraad van de VN heeft de tijd voor 15 januari van dit jaar bepaald als een 'periode van goede wil', zodat deze crisis kan eindigen zonder verder geweld. Of deze periode wordt gebruikt zoals bedoeld of slechts de inleiding zal zijn tot nieuw geweld is in uw handen, en alleen in de uwe. Ik hoop dat u uw keuze zorgvuldig afweegt en een verstandig besluit neemt; daarvan zal veel afhangen.''