Ajax-Feyenoord

De columnist en naar ik vermoed Feyenoord-supporter H. A. van Wijnen heeft (ik citeer) in de kranten van de afgelopen twee jaar nog nergens een afdoende verklaring gevonden voor het verschijnsel dat het Ajax in alles weer voor de wind gaat sinds het aftreden van het bestuur Harmsen en bij Feyenoord niets wil lukken (NRC Handelsblad van 29 december '90). Op het veld is het verschil in kwaliteit praktisch onoverbrugbaar geworden en ook organisatorisch is Ajax weer een goedlopende vereniging (einde citaat).

Zijn conclusie is derhalve, dat het Ajax tijdens het intermezzo-Harmsen, zoals hij diens tienjarige bestuursperiode aanduidt, niet voor de wind is gegaan.

Wat is nu de werkelijkheid?

In tegenstelling tot Van Wijnen die twee jaar lang kranten las, heb ik de Ajax-jaarverslagen geraadpleegd.

Lezing van de honderden pagina's voetballectuur, waarin met name oud-secretaris Jan Westrik minutieus verslag legt van alle feiten en omstandigheden, geeft een beeld van de sportieve resultaten:

Sinds 1979 vijf keer kampioen van Nederland en vier keer bekerhouder;

UEFA Cup II, 1987 finalist en winnaar;

UEFA Cup II, 1988 finalist en verliezer.

Geheel volgens Ajax-traditie wordt aan het jeugdvoetbal grote aandacht geschonken. Hierdoor wordt clubliefde aangekweekt, en het kopen van spelers voor het eerste elftal, alsmede de afhankelijkheid van 'machtige' sponsors, voorkomen.

Talentvolle jeugdtrainers als o.a. Leo Beenhakker en Aad de Mos werden gecontracteerd en een studie- en begeleidingscommissie in het leven geroepen. Het belangrijkste op dit gebied is echter het grote aantal onbekende Ajacieden, dat zich jaar in jaar uit op vrijwillige basis met het jeugdwerk bezighoudt.

Elk jaarverslag vermeldt, dat een groot aantal jeugdelftallen kampioen is geworden.

Het huidige Ajax telt thans voor het merendeel spelers uit eigen kweek, ondanks het feit dat Van Basten, Bosman, Kieft, Vanenburg en Witsche vertrokken. Want het probleem is hoe ze te 'behouden', een 'must' vindt iedereen. Elk Ajaxbestuur is voor dit dilemma gesteld.

Ook organisatorisch liep het goed. De staantribunes werden overdekt, kleedkamers werden gebouwd en een nieuw perscentrum werd geopend. Als eerste club in Nederland creeerde Ajax business seats en skyboxen maar bouwde ook een supportershome voor de F-side.

Dat grote aandacht aan de kwaliteit van het speelveld werd besteed is vanzelfsprekend voor elke club die aantrekkelijk voetbal wil spelen. Het succesvolle commerciele beleid laat ik verder onbesproken.

Wil de voetbalsport, die ik om verschillende redenen van groot belang acht voor Nederland, toekomst hebben ook en met name in internationaal verband, dan is een geintegreerd samenwerkingsverband tussen amateur- en betaald voetbal, zowel in de KNVB als in de clubs (verenigingen) geboden.

Aan het geheel dient direct leiding te worden gegeven door niet gehonoreerde bestuursleden die belangrijke functies in de samenleving uitoefenen.

Het zogenaamde 'op afstand besturen als een soort raad van commissarissen', dat al jarenlang het stokpaardje is van zowel de werkgevers- en de werknemersorganisatie in de bedrijfstak betaald voetbal is een middel dat eerder voetbalkoorts veroorzaakt dan voorkomt, zoals de praktijk leert.

Ten slotte ben ik van mening, dat de columnist H. A. van Wijnen het van de historicus heeft gewonnen.