Aftellen met de intensiteit van de weerzin

NEW YORK - Een zonnige winterse zondagmorgen in de hoofdstad van de wereld. President Bush heeft van het Congres zijn mandaat gekregen om ten strijde te trekken. Misschien is dit de laatste zondag voor de oorlog. De stad is op haar vredigst, restaurants en cafe's zitten vol met zwaar ontbijtende gasten, op straat lopen de joggers de overvloed er weer af te trimmen.

Iedereen spreektover de oorlog; niemand wil. De nieuwsprogramma's op de televisie voeren hun eigen zenuwenoorlog, CBS heeft het 'aftellen tot de confrontatie' ingesteld, Dan Rather, kampioen der anchormannen heeft zich een scala van mimiek eigen gemaakt, van diep bezorgd tot stalen vastberadenheid. De politie is al op haar hoede voor terroristen; Amerikanen van Arabische afkomst worden door de FBI aan de tand gevoeld. De oorlog hangt in de lucht, maar niemand wil er aan.

Het is uitverkoop, de kranten hebben paginagrote advertenties die laten weten dat Luilekkerland om de hoek ligt. De zoon van burgemeester Dinkins schijnt in een schandaaltje gewikkeld. Met de sneeuwstorm is het goed afgelopen, maar hoewel het vriest zie je meer bedelaars dan ooit op straat. De bruggen naar Manhattan staan op inzakken. Niemand wil oorlog. Iedereen wil met rust worden gelaten. Er is geen 'oorlogsstemming', geen angst of paniek; er is alleen diepe weerzin. Men steekt het hoofd niet in het zand; men volgt het 'aftellen tot de 15e' met de intensiteit van de weerzin.

Het debat in het Congres was daarvan een goede afspiegeling. De oorzaken van het volstrekte gebrek aan geestdrift onder de grote meerderheid der Amerikanen liggen voor de hand. Vietnam, de oorlog die tot niets heeft gediend, is anderhalve generatie geleden. Korea herleeft als een bloedige legende. En wie zal zeggen hoeveel energie veertig jaar koude oorlog, bewapeningswedloop, ideologische polarisatie en mobilisatie hebben gekost? Nadat de strijd tussen de supermachten tot een goed einde is gebracht, zou het geen wonder zijn als Amerika oorlogsmoe was en even respijt wilde hebben van het leiderschap waartoe het blijkbaar nog altijd is aangewezen.

Onvoorspelbaar

Waarom geen oorlog? In de eerste plaats natuurlijk omdat de Amerikanen de kastanjes uit het vuur moeten halen, omdat de bodybags met de restanten van Amerikaanse soldaten worden gevuld. Ten tweede om de hoge mate van onvoorspelbaarheid. Iedereen die zichzelf deskundig acht, heeft laten weten wat er van de eventuele krijgsverrichtingen kan worden verwacht. Het zou 33 dagen en 9000 doden en gewonden kosten; een half jaar zonder opgave van menselijke kosten, het Iraakse leger wordt door de luchtstrijdkrachten van de coalitie van zijn bevoorrading afgesneden en verdorst in de woestijn. Als het tot gevechten tussen beide legers komt, kan een stellingenoorlog het gevolg zijn. Men refereert aan het plan-Schlieffen, dat bijna tachtig jaar geleden door Moltke is bedorven. Hitler en Clausewitz komen ter sprake. Het enige goede citaat uit het oeuvre van de Duitse oorlogsdenker is, dunkt mij, opgediept door de New York Times: “Geen mens is in staat door de mist van de oorlog heen te kijken”. De voorspellingen liggen opgetast als koopwaar op de markt.

Dat draagt er niet toe bij het publiek enige zekerheid te geven over de afloop, behalve dat die min of meer bloedig zal zijn. De discussie aan deze borreltafel in mineur wordt nog verwarder omdat ook de aard van het gevechtsmateriaal op de agenda staat. Er zal een nieuwe tank in de strijd worden geworpen, de M1-A1, die in al zijn eigenschappen alles overtreft wat ooit op het slagveld is vertoond. Maar is hij niet te ingewikkeld voor de woestijn, is er wel voldoende munitie aan boord? Niemand weet het antwoord. “Je weet nooit hoe goed hij het in de oorlog zal doen”, aldus een officier. “Er gaat niets boven de werkelijkheid.” Dan is er nog een discussie over een anti-tank projectiel dat van afgedankt uranium zou zijn gemaakt en dat bij voltreffers de vijand in zijn voertuig doet verdampen. Op zichzelf niets nieuws; zoiets werd in de Tweede Wereldoorlog ook al gebruikt en heette toen PIAT. Het nieuwe is dat deze projectielen misschien een restant van radioactiviteit hebben. De legerleiding verzekert dat ze wat dit betreft veilig zijn, maar dat heeft ze bij de eerste kernproeven in Nevada destijds ook gedaan, waarna een groot aantal soldaten dat het veld in werd gestuurd jaren later aan kanker is gestorven.

Scenario's

Zo zijn er nog meer militaire onzekerheden. Die worden aangevuld door de politieke waardoor een stuk of wat scenario's de ronde doen. Zou Saddam proberen Israel bij de oorlog te betrekken, hoe zal het Arabische deel van de coalitie zich daaronder houden? Zullen de onderdrukte, althans niet democratisch geregeerde Arabische volken hun koningen volgen of Saddam als hun bevrijder zien en revolutie maken. Het is wel zeker dat de Arabische wereld sterk veranderd uit de oorlog te voorschijn zal komen, maar alweer: geen mens weet op welke manier.

De New York Times van afgelopen vrijdag bevat een interessante bijdrage van Edward W. Said, hoogleraar aan de Columbia Universiteit en lid van de Nationale Palestijnse Raad. We zijn getuige, schrijft hij, van een tragische botsing tussen twee anachronistische maar nog altijd machtige ideologieen: die van het Westerse imperialisme en van het Arabische nationalisme. De militaire ontplooiing van de Verenigde Staten gaat, volgens hem, veel verder dan voor het beoogde doel noodzakelijk is. De Amerikanen geloven nog altijd dat ze het recht hebben, waar en wanneer hun dat goeddunkt, hun macht te laten gelden en daarbij naar hogere morele principes te verwijzen. Bevestiging en voortzetting van de blokkade tegen Irak was voldoende geweest als tegelijkertijd nog eens de moeite was genomen, de vele resoluties die de Veiligheidsraad tegen Israels bezettingspolitiek heeft aangenomen, te onderschrijven.

De Golf, aldus Said, is geen gebied dat 'onze' olie bevat. Het grootste deel van de Arabische wereld vormt een groot probleem van politieke en economische achterlijkheid dat niet met een oorlog valt op te lossen. Men zou het geduld moeten hebben, dat probleem in zijn geheel aan te vatten. In plaats daarvan zien we bij alle partijen een polarisering en een ontmenselijking van de discussie. De stemmen van de rede kunnen niet meer worden verstaan. De komende oorlog zal door niemand worden gewonnen.

De stemmen van de rede zijn in de Verenigde Staten nog duidelijk verstaanbaar. Kanaal 13, het kritische televisiestation, brengt programma's waarin op een onbarmhartige manier stelling wordt genomen tegen de oorlog. De New York Times heeft paginagrote advertenties met honderden namen, waarin wordt aangedrongen op een volstrekt afzien van geweld of voortzetting van de blokkade. Naarmate de 15e januari nadert, raakt de publieke opinie op een merkwaardige manier meer gepolariseerd: felle voorstanders van de oorlog zijn er nauwelijks, de felheid van de tegenstand neemt toe en allen delen meer in de toenemende opwinding die de eigenschap is van iedere zenuwenoorog. De opwinding krijgt een eigen politieke betekenis: die van de zichzelf vervullende voorspelling.

Saddam

Waarom zou er wel een oorlog moeten worden gevoerd? Om het herstel van de Koeweitse soevereiniteit. Dat is een zwak argument, omdat de soevereiniteit van menig land is geschonden zonder dat voor het herstel daarvan een paar honderdduizend Amerikanen in het geweer werden geroepen. Om de olie, is het cynische antwoord. 'Olie' heeft in de loop der jaren een andere betekenis gekregen, is synoniem geworden met wereldeconomie, onderlinge afhankelijkheid. Omdat de oorlog de olieprijs tot ook alweer onvoorspelbare hoogte zou doen stijgen, kan men beter geen oorlog voeren en in plaats daarvan rustig de blokkade voortzetten. De blokkadepolitiek heeft in ieder geval geen rampzalige uitwerking op de prijs per vat gehad.

De enige plausibele reden is Saddam zelf. Zijn reputatie is niet die van een mensenvriend of liefhebber van de vrede. Acht jaar oorlog met Iran, zijn behandeling van de Koerden en annexatie van Koeweit zijn drie afzonderlijke doorslaggevende bewijzen. Uit eerzucht - ook dat is geen geheim - wil hij een kernwapen hebben. Zijn staat van dienst doet vermoeden dat hij bereid zou zijn het ook te gebruiken. De combinatie van Saddam en atoombom zal de Arabische wereld niet moderniseren, noch democratiseren, noch de prijs van de olie onbeinvloed laten. Saddam plus bom levert de enige rechtvaardiging voor een oorlog als diplomatie plus blokkade op korte termijn geen suces hebben. Voor 15 januari heeft hij zijn bom in ieder geval niet.

Wankel

Niemand kan een oorlog binnen twee dagen gebruiken. Toen Saddam een half jaar geleden Koeweit binenviel, had de wereld de laatste dag van een ogenschijnlijk ongecompliceerd half jaar beleefd. Sindsdien hebben we beter dan in de vorige oliecrises leren beseffen hoe wankel een wereldeconomie is, waarvan de vitale bronnen worden beheerst door de grilligste regimes. Dat is het eerste front van de moderne industriestaten. Het tweede wordt gevormd door de Sovjet-Unie waar men zich voorbereidt op een conservatieve restauratie die de oorzaken van de binnenlandse moeilijkheden op niet al te lange termijn alleen zal verergeren. Het derde front ligt in de Verenigde Staten: een recessie, met alles wat tot de openbare diensten behoort in meer of mindere staat van verval: de erfenis van Reagan.

Dialoog, gehoord in een cafe:

“Over twee jaar zien we op de films wel hoe het was in de woestijn.”

“Misschien kunnen ze dan voor de oorlog die daarna komt de films twee jaar van tevoren maken”.