Verzet tegen het instinctief mooie foto's maken

De gulden snede, deel 1: zondag, Ned. 3, 21.30-22.00 uur; deel 2: zondag 20-1, Ned. 3, 22.21-22.51 uur; deel 3 (27-1, 21.30 uur) gaat over mode-ontwerpers.

“Op een foto trekken mensen ontzettend de aandacht”, zegt de fotograaf Hans Aarsman. “Omdat wij hondjes zijn, gaan wij meteen naar diezelfde hondjes zitten kijken.” Jarenlang heeft hij daarom geprobeerd foto's te maken, waarin “geen hierarchie” bestaat, waarin “alle dingen die je ziet er mogen zijn”. Aarsman wil het oog zijn aangeboren neiging tot ordenen, componeren, afnemen. Zo maakte hij een serie foto's in een pasfoto-automaat en weigerde hij een tijdlang door de zoeker te kijken bij het afdrukken. Aarsman is bijna een blinde fotograaf. Op die manier laat hij de chaos (die de echte werkelijkheid is) toe. Esthetiek werpt immers maar rookgordijnen op.

Welke losse gedachten, vooroordelen, impressies, visioenen en normen komen er aan het licht in die ene fractie van een seconde dat de sluiter zijn werk doet? En komen ze wel aan het licht, of is er geen deductief verband tussen de woorden en de beelden van een fotograaf?

Aan die vraag wijdt de RVU de eerste twee delen van de korte serie De gulden snede. De serie is genoemd naar een van de weinige wiskundige formules uit de beeldende kunst: a + b = b: (a + b), die bepaalt dat de meest harmonische verdeling van een lijnstuk in twee ongelijke delen die verdeling is waarbij het kleinste deel zich verhoudt tot het grootste als het grootste tot het geheel. In de meeste landschappen en zeegezichten ligt de horizon in de gulden snede.

Die naam is goed gekozen, juist omdat het rationele en het irrationele in deze 'esthetische natuurwet' samengaan. Want weliswaar is de sectio divina eenvoudig met passer en liniaal te construeren, maar het blijft een volslagen raadsel waarom juist deze verdeling ons binnenoog zo bekoort. En omgekeerd is het even mysterieus waarom sommige voorwerpen in de natuur (schelpen, planten) volgens de gulden snede gecomponeerd lijken te zijn, of het moest inderdaad zijn dat de schepper ons een plezier heeft willen doen.

Aarsman, aan wie het tweede deel van de serie is gewijd, is zich goed bewust van de instinctieve neiging tot mooi maken. Zijn, naar hij toegeeft, hopeloze verzet daartegen heeft hij tot onderwerp van zijn foto's gemaakt. De RVU mag bovendien dankbaar zijn dat hij het ook nog onder woorden kan brengen.

Dat laatste kan niet van alle fotografen gezegd worden. Zo is het beter om in het eerste deel van De gulden snede niet te lang door te mijmeren over de theorieetjes van tableau vivant-fotograaf Hannes Wallrafen ( “Je hebt een beeld in je hoofd en het twee-dimensionale eindprodukt gaat een eigen leven leiden, dat vind ik erg boeiend” ). Het geldt weer minder voor Guus Dubbelman, tot voor kort als sportfotograaf op eenzame hoogte: “Als Roy aan de bal is, is mijn concentratie vijf keer zo groot.”

Over een ding zijn de fotografen het wel eens: dat het toeval je die ene scene in de schoot werpt, bij voorkeur wanneer je er niet op bedacht bent. Of zoals Aarsman het omschrijft: “Foto's zijn cadeautjes”.

    • Hans Steketee
    • Henk van Gelder