'Schau mal an was hier passiert!'

Op zaterdag is Venlo van kop tot voet op Duitsers ingesteld. Op de markt vindt men Frische Gouda, Bauern Mettwurst, Stalkaninchen, Reibekuchen und so weiter. De kooplui vullen hun gebutste koektrommels met Duitse munten, Duitse bankbiljetten. “ Schau mal an”, zo roept een schorre groenteman. “ Schau mal an was hier passiert!” Zelfs de Chinees, die aan het plein is neergestreken, heeft iets onmiskenbaar Duits in zijn rode neonletters: WAN-HSIN.

Over de welstand van het publiek zijn de meningen verdeeld. De tabakverkoper spreekt van de onderste lagen van de Duitse bevolking. Maar volgens de confectieverkoper lopen ze met wel duizend Mark op zak; “ die hebben meer dan ik”.

De geografische achtergrond is duidelijk: het Roergebied. Voor dag en dauw verlaten ze hun treurige woningen om in hun pkw's te stappen en de honderd, honderdvijftig kilometers af te leggen die hen van Venlo scheiden. Op hoogtijdagen worden ze ook wel aangevoerd met touringcars.

Hoewel aan de gevaarlijke kant van de Maas, ligt Venlo beslist in Nederland. Dat is nu juist het punt. Koffie, ook van Duitse merken (Jacobs Cafe, Kaffee Hag), is hier veel goedkoper, twee Mark per pond. Sigaretten (Ernte 23, Gold Dollar), dat scheelt tien Mark op een slof. En natuurlijk heeft men het idee dat Hollandse kaas, Hollandse groenten en Hollandse bloemen dan ook maar beter in Holland gehaald kunnen worden.

De fruitverkoper: “ Ik heb laatst in een vakblad gelezen, dat Venlo met zestigduizend inwoners een winkelbestand heeft voor tweehonderdvijftigduizend.”

De palingverkoper: “ Als de grens wordt opgeheven, is dat een ramp voor Venlo.”

De wolverkoper: “ Dan vreten ze mekaar hier op van de armoe.”

“Maar mijn tijd zal het wel duren, “ zegt de textielman in zijn kraam. Hij is 61. Hij zou ermee kunnen stoppen. Jazeker, ook een marktkoopman kan in de VUT, daar bestaat een fonds voor. Maar hij werkt liever en hij maakt zich absoluut geen zorgen, hij ziet wel waar het schip zal stranden. Een hartaanval achter de rug. Heeft hij wekenlang mee rondgelopen, dacht namelijk dat het een verkoudheid was.

Hij stond hier al in '46 met zijn vader, op precies dezelfde plek. Toen waren er nog maar twee rijen met kramen. Voor een lange onderbroek en borstrok moesten de mensen tien textielbonnen inleveren. Maar altijd los naar huis! Het was moeilijker handel te bemachtigen dan kwijt te raken.

Daarna met de laatste lichting dienstplichtigen naar Indie. Dertig dagen op De Waterman. Bruine bonen met spek op de Rode Zee, allemaal aan de schijterij. Daarginds eerst bij de stoottroepen, later bij de marechaussee, onder Torenaar, die later commissaris is geworden in Amsterdam, maar ja, die hebben ze er ondertussen ook al uitgewerkt.

In '50 weer met vader naar de markt. In '54 getrouwd en voor zichzelf begonnen. Toen stond vader hier met twee kramen met ondergoed, moeder met twee kramen met kousen en sokken en hijzelf met twee kramen met nachtkleding, schorten en overhemden. En in die tijd waren de Duitsers al aardig in opmars. Ze hebben de Hollanders totaal verdrongen.

Hollanders komen er maar weinig, die houden daar niet van. Het gebeurt weleens dat je zo'n Venlose, dat je die per ongeluk aanspreekt in het Duits en dan zegt ze: 'k bin gene Pruus. En mee loopt ze weg! (Je hoeft, vertelde iemand anders, de wolverkoper, aan die Duitse gekte natuurlijk niet mee te doen, maar dat kost je dan wel handel. In '88, met de EK-voetbal, hadden ze een oranje lap opgehangen en er werd niks verkocht.)

Je verkoopt, vervolgt de textielman, hier altijd goed, maar een prettige markt kun je het niet noemen. Ze zijn niet eerlijk, die Duitsers. Als je het druk hebt, speculeren ze erop dat je het geld niet natelt. Net nog, twee keer achtermekaar, een schortje verkocht van 7, 95 en dat proberen ze dan met zeven Mark te betalen! Die stukken van twee en vijf Mark lijken ook zo verdomd veel op mekaar! Nee, gezellig is anders.

Gezellig is het in Antwerpen, op de vogeltjesmarkt. Echt die Belse mentaliteit. Daar werken ze trouwens haast niet met kramen, veel meer met verkoopwagens. Dan heb je al dat uit- en inpakken niet.

In Amsterdam sta je versteld, zo brutaal als de verkopers er zijn. Een vrouw vraagt drie ons kaas en die kerel zegt: gaat u grossieren, mevrouw? Dat is toch geen stijl! Als zo'n vrouw bij voorbeeld alleen zit, dan kan ze toch niet een kilo kaas kopen?

Dat zijn moeder, zegt hij, ook op de markt stond, was niet voor de lol, maar uit noodzaak. Acht kinderen, dan weet je het wel. Wat dat betreft hebben we het tegenwoordig maar goed in Nederland, te goed. Want dat ze een uitkering hebben en gaan karweien, dat deugt toch niet?

Hij kent zo iemand, een schilder. Zit al vijftien, zestien jaar thuis, voor de rug zogenaamd. En maar karweien bij dokters en professoren. Als-ie een nieuwe klus heeft, brengt z'n vrouw 's morgensvroeg de spullen weg en dan gaat hij er een uurtje later op zijn racefiets achteraan, zogenaamd om te trimmen.

De mentaliteit van de mensen, die is ver te zoeken. Stelen is toch helemaal geen zonde meer? In Veldhoven, waar hij woont, laatst een vrouwtje bij de supermarkt. Ze heeft een kinderwagen bij zich en het mandje eronder ligt vol pakken melk en vla en zo. En ze houdt maar een paar dingen in haar hand. Hij dacht, nou moet ik toch eens opletten. Maar mooi dat ze alleen afrekent wat ze in haar hand houdt! Echt wel een aardig vrouwtje om te zien.

Maar hij maakt zich niet druk. Zijn gezicht, een beetje paarsig, staat naar lachen. Gouden hoektand boven. Hij houdt zijn handen in de zakken van zijn winterjas en bemoeit zich weinig met zijn klantjes. Ze weten best wat ze hebben willen en trouwens, de meesten kijken alleen maar.

Inkopen, dat is de helft van het werk. Goeie spullen voor een leuke prijs. Hoe je daaraan komt, dat is het geheim van de smid, daarover praat een marktkoopman niet. En de verkoop... hij had een partij overhemden met korte mouwen voor 16, 95. Daar was een roze ruitje bij, dat liep niet, dat was niet weg te branden. Toen heeft hij er zelf een aangetrokken en in een ommezien waren ze foetsie.

Drie kinderen. De zoon doet in verzekeringen. De oudste dochter is kapster, de jongste Europees secretaresse. Met hem eindigt dus de koopmanstraditie in de familie. Niks erg. De markt, daar zit geen toekomst in. Met grootwinkelbedrijven, die zelf hun spullen importeren, valt niet te concurreren. En als straks de grenzen opengaan, dan komen hier Spanjaarden met leren riempjes en Italianen met mooie overhemden. Dan sta je machteloos.

Zijn naam is Berkers, Harrie Berkers. Hij ziet wel waar het schip strandt. Een hand, en ieder gaat weer verder met zijn eigen zaken.

Op de hoek van markt en winkelstraat, tegenover de megamarkt Die Zwei Bruder von Venlo, komt een ratachtige figuur aanschuiven. “ Hallo, Uhr kaufen?” Bij het ontwijken van dit ongetwijfeld fantastische aanbod, stuit je op een medemens en daar ontsnapt je zowaar een feilloos Verzeihung.

Pas in de trein wordt de situatie weer overwegend Nederlands. Een vrouw zit te lezen in Assagioli - Psychosynthese. Door het gangpad nadert een wagentje met drank en spijzen, een minibar, voortgeduwd door een grote man in een kinderlijk groen vestje. De vrouw zegt: “ Hebt u een kopje koffie voor me?” En de man: “ Dat heb ik speciaal voor u meegebracht.” Ingetogen lachend, alsof hij een geheim heeft, schenkt hij een kartonnen beker vol. “ Dat is dan vijfendertig stuivers.”

“Moeten het speciaal stuivers zijn?”

“Anders heb ik vandaag geen stuiver verdiend!”

Buiten is het al niet veel beter. De bomen kaal, de velden leeg, nou ja, nu en dan een kraai, hier en daar een schaap. Boven dit alles een welverdiend wolkendek.

    • Koos van Zomeren
    • Freddy Rikken