Schaken

Het lijkt een sprookje. Een volstrekt onbekende speler meldt zich bij een toernooi en hij wint het, voor een veld van gerenommeerde grootmeesters. Het gebeurde vorig jaar september in het Zwitserse San Bernardino. Daar won de onbekende Rus Tsjoedinovskich een toernooi waar dertien grootmeesters aan meededen, waaronder heel sterke als Hort, Petursson en Gavrikov. Het doet denken aan Capablanca, die in 1911 in San Sebastian zijn eerste belangrijke toernooi meteen overtuigend won. Maar Capablanca was jong, hij had al een match van de Amerikaanse kampioen Marshall gewonnen en hij had in New York veel vluggertjes met de wereldkampioen Lasker gespeeld. Zijn tegenstanders konden vermoeden dat ze met een bijzonder talent te doen hadden.

Tsjoedinovskich is een ingenieur van 44 jaar. Een onwaarschijnlijke leeftijd voor het begin van een internationale schaakcarriere. Het kwam door de speciale omstandigheden in de Sovjet Unie dat hij nooit eerder roem had kunnen verwerven. Het was vroeger voor de Russen die niet bij de wereldtop behoorden toch al moeilijk om in het buitenland te spelen, maar Tsjoedinovskich had een extra handicap. Hij was een leerling en vriend van Kortsjnoj. Toen Kortsjnoj naar het westen uitweek verloor Tsjoedinovskich zijn baan en zijn gezin moest door vrienden onderhouden worden. Hij kreeg het weer beter na 1981, toen Kortsjnoj voor de tweede keer een match om het wereldkampioenschap tegen Karpov had verloren en niet meer als een gevaar werd gezien. Vorig jaar nodigde Kortsjnoj hem uit om in het toernooi in Zwitserland mee te spelen. Hij kwam, een reis van zes dagen met trein en postauto, en hij overwon.

Hoeveel andere onbekende en ijzersterke Tsjoedinovskichs zijn er nog in de Sovjet Unie? Het is een vraag die vele westerse professionals zich met angst en beven stellen. Bij tientallen tegelijk stropen de Russen nu de westerse toernooien af. Soms spelen ze samen voor een gemeenschappelijke kas. De laatste ronde in een open toernooi. Twee spelers die hoog in het klassement staan moeten tegen elkaar. Als een van hen wint is de som van hun prijzengeld bijna altijd hoger dan als het remise wordt. Als het om twee arme Russen gaat moeten het wel heiligen zijn willen ze een eerlijke remise spelen.

In het toernooi dat eind vorig jaar in Groningen werd gespeeld deden bijna dertig Russen mee. Vlak voor het begin kwamen nog twee zeer sterke spelers binnenwandelen, Malanjoek en Akopian. Ze hadden zich niet aangemeld, maar het zou wel heel hard zijn geweest om ze op het vliegtuig naar Moskou te zetten. De meeste Russen speelden in het open toernooi. Wat zouden de westerlingen nog uit kunnen richten tegen zo'n overmacht, met geweldenaren als Toekmakov en Romanisjin? Het viel nog erg mee. De Duitser Schmittdiel won de open groep verrassend en bij de negen spelers die de tweede plaats deelden waren er nog vier die niet uit de Sovjet Unie kwamen, onder wie de Nederlander Kuijf.

Het kwam misschien doordat de Russen vaak erg zenuwachtig zijn. Er staat voor hen zoveel op het spel. De gedachte aan een paar honderd gulden zal een westerse speler het zweet niet doen uitbreken, maar omgerekend in roebels is het een jaarsalaris. Over samenzweringen van de Russen is in Groningen niets vernomen, maar er was wel een opmerkelijk incident. Smirin, een sterke grootmeester, ging tijdens zijn partij tegen de Duitser Luther naar het boekenstalletje om zijn kennis van een scherpe openingsvariant op te frissen. Het leverde hem een punt op en een waarschuwing van het toernooicomite, een zeer milde straf, die hij graag aanvaard zal hebben. Financieel loonde de misdaad niet, Smirin kwam niet bij de prijswinnaars.

Wit Smirin-zwart Los

De zwartspeler is een Nederlandse hoofdklasser. Tweehonderd elopunten heeft hij minder dan zijn geduchte tegenstander. Hij schaakt voor zijn plezier, de witspeler voor zijn leven. Misschien komt het daardoor dat het in deze partij lijkt of zwart een klasse sterker is.

1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 e7-e6 3. Pb1-c3 Pb8-c6 4. d2-d4 c5xd4 5. Pf3xd4 a7-a6 6. g2-g3 Dd8-c7 7. Lf1-g2 Pg8-f6 8. 0-0 d7-d6 9. Pd4-b3 Lf8-e7 10. f2-f4

11. g3-g4 b7-b5 12. g4-g5 Pf6-d7 13. f4-f5 Deze aanval ziet er, zoals vaak in dit soort stellingen, gevaarlijker uit dan hij is. Zwart krijgt het mooie veld e5 voor een paard en wit kan zijn aanval niet goed kracht bijzetten. 13... Tf8-e8 14. Kg1-h1 Le7-f8 15. Pc3-e2 Pc6-e5 Scherp. Solider was 15... Pde5, waarna e6 een extra dekking heeft, maar zwart wil pion e4 aanvallen. 16. Pe2-f4 Lc8-b7 17. f5xe6 f7xe6 18. Pb3-d4 Pd7-c5 19. Dd1-e1 b5-b4 Zodat zijn paard niet door b2-b4 verdreven kan worden. Wit kan nu een pion winnen door 20. Dxb4 Lxe4 21. Lxe4 22. Pfxe6, maar daarna is het zwart die aanvalskansen tegen de koning krijgt. In aanmerking kwam 20. a3, waarna Los het pionoffer 20... b3 in overweging geeft. 20. b2-b3 Dit is in ieder geval het begin van een slecht plan. 20... g7-g6 21. Lc1-b2 Lf8-g7 De plaatsing van zijn loper op een ongedekt veld van de lange diagonaal heeft wit in moeilijkheden gebracht. Zwart dreigt 22... Pc6, wat ook na 22. Dxb4 zou komen. 22. Ta1-d1 Pe5-f7

Wit is geheel overspeeld. Zwart dreigt zowel 23... Pxg5 als 23... e5. Het op zichzelf al ellendige 22. Ph3 wordt weerlegd door 22... e5 en winst van pion e4. In wanhoop offert wit een stuk. 23. De1xb4 e6-e5 24. Pf4-h5 g6xh5 25. Pd4-f5 Ta8-d8 26. h2-h4 a6-a5 27. Db4-e1 Lb7-c6 28. De1-e2 Dc7-b7 29. Td1-e1 Pf7-h8 Naar het sterke veld f4. 30. De2xh5 Ph8-g6 31. Dh5-g4 Td8-d7 32. h4-h5 Pg6-f4 33. Tf1xf4 e5xf4 34. Lb2xg7 Td7xg7 35. Pf5xd6 Zwart was in tijdnood. In verloren stelling probeert wit nog verwarring te zaaien. 35... Db7-b4 36. Te1-f1 Pc5xe4 37. Pd6xe8 Pe4-g3+ 38. Kh1-g1 Lc6xe8 39. Dg4-c8 Db4-d4+ 40. Tf1-f2 Dd4-e5 41. Lg2-d5+ Kg8-h8 42. Dc8-c5 Tg7-e7 43. Dc5xa5 Pg3-e4 Hier vond wit de rust voor een objectieve beoordeling van zijn stelling. Wit gaf op.

    • Hans Ree