Ronald Reagan; Een president zonder diepere gedachten

An American Life - The Autobiography

door Ronald Reagan

748 blz., Hutchinson 1990, f 55, 15

ISBN 0 09 174507 1

Ronald Reagan volgde op 20 januari 1981 Jimmy Carter op als de veertigste president van de Verenigde Staten. Acht jaar later verliet hij het Witte Huis. In het vliegtuig dat hem en zijn vrouw Nancy terug naar Californie bracht, stroomde de champagne rijkelijk. Maar, zo bekent Reagan in de laatste regels van zijn memoires An American Life, hij was niet in een feeststemming. Het zat er nog niet op, hij had zijn doelstellingen niet allemaal kunnen verwezenlijken.

Wie dit lijvige boek leest, vraagt zich af of de Reagan-revolutie ooit tot een goed einde had kunnen worden gebracht. Er is zelden een president geweest die zo uit de losse pols de zorgen en problemen van de Verenigde Staten heeft proberen op te lossen. Zijn voorganger was een harde werker, een echte ploeteraar. Op de eerste werkdag van Jimmy Carter troffen zijn medewerkers de president aan achter een een meter hoge stapel documenten over de luchtmachtbegroting, die hij minutieus aan het doornemen was. Ronald Reagan beperkte zich tot het aangeven van de hoofdlijnen en liet de uitwerking van het beleid over aan zijn medewerkers, die hij blindelings vertrouwde en van wie hij - zo geeft hij toe - vaak terstond de namen vergat. Daarbij sloeg hij niet veel acht op wat uiteindelijk van zijn bedoelingen terechtkwam.

In An American Life doet hij omstandig uit de doeken hoe moeilijk het voor hem was om vergaderingen aandachtig te volgen en hoe vergeetachtig hij kon zijn. Toen hij aan het begin van zijn presidentschap nogal wat kritiek kreeg op zijn besluit honderd B-1 bommenwerpers aan te schaffen, reageerde hij met een veelbetekenende kwinkslag: “ Hoe kon ik weten dat het om een bommenwerper ging? Ik dacht dat het vitaminepillen waren.”

Vanaf het moment dat zijn verkiezingscampagne begon, slaagde Reagan met zijn ongetemperd optimisme erin de malaise van het einde van de jaren zeventig te doen vergeten. Hij profiteerde van het ongenoegen over de hoge inflatie, over de vernedering van de gijzeling van Amerikaans ambassadepersoneel in Iran en over het gepruts van de zittende president. Hij bood grote groepen kiezers een aanlokkelijk perspectief van minder belastingen, minder overheid en minder misbruik van sociale voorzieningen.

DEPRESSIE

Veel van zijn ideeen schrijft hij toe aan zijn ouders en aan zijn filmcarriere in Hollywood. Hij werd op 6 februari 1911 in een appartement boven de plaatselijke bank in Tampico, Illinois geboren. Zijn vader werkte in een schoenwinkel, maar raakte zijn baan tijdens de Depressie kwijt. Een afkeer van overheidsbemoeienis ontwikkelde Reagan jr. tijdens zijn militaire dienst. Hij vertelt hoe hij bij het opruimen van een archief overbodige dossiers wilde vernietigen. Hij kreeg daarvoor toestemming, op voorwaarde dat van elke te vernietigen dossieraantekening kopieen werden gemaakt.

In Holywood stond Reagan bekend als 'de Erol Flynn van de B-film', maar hij was als politicus succesvoller. Als gouverneur van Californie bracht hij in de presidentsverkiezingen van 1980 Jimmy Carter een verpletterende nederlaag toe en dat succes herhaalde hij vier jaar later tegen Walter Mondale. Aan beide overwinningen lag een uiterst simpel financieel-economisch programma ten grondslag. Tijdens de voorverkiezingen in de Republikeinse Partij deed zijn latere vice-president, George Bush, dat als 'voodoo-economics' af. Belastingverlagingen zouden tot besparingen door de burgers en investeringen door de ondernemers leiden. De economie zou daardoor groeien, de belastingopbrengsten zouden daardoor gelijk blijven, waardoor dankzij het kappen van dor hout in de welvaartsjungle een sluitende begroting mogelijk zou worden.

En inderdaad werden in 1980 de belastingen met een kwart verlaagd en werden de overheidsuitgaven met veertig miljard dollar gekort. Maar dat leverde alleen maar tegenvallers op. Het begrotingstekort werd groter in plaats van kleiner. In 1989 vertoonde de Amerikaanse begroting een gat van honderdvijftig miljard en was de overheidsschuld opgelopen tot vijftienhonderd miljard dollar. Bovendien begon kloof tussen rijk en arm in Amerika tijdens het presidentschap van Reagan gigantisch te gapen.

Toch is hij aan de juistheid van zijn financieel-economisch beleid niet gaan twijfelen. In zijn memoires heeft hij maar een verklaring voor zijn falen: de meerderheid van 'Tax-and-Spend'-Democraten in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden, die hem telkenmale dwarsboomden bij het saneren van de overheidsuitgaven. Het was, zo betoogt hij, vechten tegen de bierkaai. Door toedoen van de democraten in het Congres waren de meeste door Reagan ingediende begrotingsvoorstellen 'dead on arrival'.

GORBATSJOV

Reagan slaagde beter in zijn pogingen Amerika weer militair sterk te maken en daardoor in een volgens hem betere onderhandelingspositie vis a vis de Sovjet-Unie te komen. In zijn memoires ruimt hij veel plaats in voor zijn kennismaking en contacten met Michael Gorbatsjov, waarbij hij zijn eigen rol danig in het zonnetje zet.

Reagan kende, zo schrijft hij,

als bestuurder van de Screen Actors Guild, de vakbond voor Hollywood-acteurs, 'de belevingswereld en het gewroet van communisten': hem zouden ze niet in de maling nemen. In een gesprek met de Secretaris-Generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie zou hij onder vier ogen van man tot man praten en het wederzijdse wantrouwen wegnemen. De mogelijkheden voor inschikkelijkheid van de Sovjet-Unie waren volgens hem volop aanwezig: de eerste uiterst vertrouwelijke gegevens over de ineenstorting van de economie van de Sovjet-Unie kende hij en de Sovjet-Unie wist dat onder leiding van president Reagan de Verenigde Staten weer over formidabele strijdkrachten zouden beschikken.

Overigens maakte het snel op elkaar volgende overlijden van Brezjnev, Andropov en Tsjernenko het leggen van contacten niet makkelijk: “ De eerste jaren had ik het probleem dat ze maar bleven doodgaan.” De ommekeer kwam na het aantreden van Michael Gorbatsjov. In het boek worden de gesprekken tussen hem en Reagan uitvoerig beschreven. Het is waar dat de Amerikaanse prsident bij de verbetering van de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie zeker een verdienstelijke rol vervulde. Maar nu hij in zijn memoires maar liefst de helft van dat resultaat voor zichzelf opeist, zal er ten huize van Reagan met enige bitterheid zijn gereageerd op de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan Gorbatsjov.

Al tijdens zijn presidentschap was het een publiek geheim dat Nancy Reagan zich herhaaldelijk zorgen maakte over de plaats die haar man in de geschiedenisboeken toegekend zou krijgen. Zij adviseerde hem in alle staatsaangelegenheden, daarbij vaak geassisteerd door astrologen en medewerkers waarmee zij op bijzonder goede voet verkeerde. Met degenen die niet in haar hofhouding pasten, zoals chefstaf van het Witte Huis Donald Regan, liep het doorgaans slecht af.

Het aan Nancy Reagan opgedragen boek (' She will always be my First Lady' ) laat geen twijfel bestaan over de toegewijde liefde van Ronald voor de vrouw, die hij al begint te missen 'als ze de kamer uitloopt'. Maar ook Nancy heeft hem niet kunnen behoeden voor enkele missers.

EXPLOSIEVEN

Op 23 oktober 1983 reed een met explosieven volgeladen vrachtwagen de barakken Ovan de Amerikaanse mariniers van de multinationale vredesmacht in Beiroet binnen. Deze zelfmoordactie eindigde met de dood van tweehonderdeenenveertig Amerikanen. De Verenigde Staten hadden gehoopt met hun militaire aanwezigheid in Beiroet de net gekozen nieuwe Libanese president, Amin Gemayel, de broodnodige steun te verschaffen. Maar dat betekende in Libanon partij kiezen voor een van de strijdende partijen, de christenen, en daarmee werd het zaad gezaaid voor het latere onheil. “ We hadden nooit de bedoeling ons te mengen in de Libanese burgeroorlog, “ schrijft Reagan nu. In werkelijkheid was de situatie in Libanon veel ingewikkelder dan hij en zijn voornaamste adviseurs konden of wilden bevroeden. Pas zes maanden later besloot Reagan de mariniers uit Beiroet terug te trekken.

Ondanks de ernst van de situatie reageerde Reagan na het vernemen van het tragische nieuws uiterlijk onaangedaan. “ Ik moest een aantal afspraken tijdens die dag nakomen: een belangrijk gesprek met onze ambassadeur in Moskou, een bezoek aan de president van Togo. Er waren al lang van tevoren afgesproken ontmoetingen met een studente die een wetenschappelijke prijs had gewonnen voor het bepalen van de ouderdom van fossielen, met een jonge blinde man die te voet van Idoha naar Maryland was getrokken en met een paar net benoemde ambassadeurs.”

Hier staat tegenover dat Reagan zich uiterst begaan voelde met het lot van de Amerikaanse gijzelaars in Libanon. Toen er - zij het onduidelijke en via de Israelische regering overgebrachte - aanwijzingen kwamen dat gematigde Iraniers hun invloed willen aanwenden om de in Beiroet vastzittende gijzelaars vrij te krijgen, keurde Reagan in de zomer van 1985 het doorsturen van aan Israel geleverde Amerikaanse anti-tankwapens goed. In An American Life is hij buitengewoon vaag over het hoe, waarom en wanneer. Hij kan het, zo geeft hij toe, niet allemaal meer precies voor de geest halen. Hij was net uit het ziekenhuis - een kankergezwel was weggehaald - en het was een drukke periode: de eerste topontmoeting met Gorbatsjov stond op stapel, president Marcos van de Philippijnen was in een moeilijke situatie terechtgekomen, Israel had het PLO-hoofdkwartier in Tunis gebombardeerd en het passagiersschip Archille Lauro was gekaapt. Dit alles kwam bovenop de niet aflatende problemen met het Congres over de Amerikaanse economie. Temidden van die verwikkelingen had Reagan de Nationale Veiligheidsadviseur, Bud MacFarlane, vrij spel gegeven en sloeg hij de waarschuwingen van zijn ministers van buitenlandse zaken en van defensie in de wind.

Tot in 1986 werden scheepsladingen anti-tankwapens naar Iran gestuurd. Uiteindelijk kwam er van de beloofde vrijlating van alle gijzelaars niets terecht. Na een artikel in een Libanese krant op 3 november 1986 over deze geheime contacten barstte 'Irangate' los. Al snel bleek dat het voor de wapenleveranties betaalde geld te zijn doorgesluisd naar de Contras in Midden-Amerika. De hele operatie had onder leiding van naaste medewerkers van de president gestaan. De president zelf wast zijn handen ook in dit boek in onschuld.

LEGE HANDEN

Deze memoires onthullen niets en voegen niets toe aan wat al bekend was. Het boek bevestigt het beeld van een president zonder diepere gedachten. Ronald Reagan heeft een familiefoto-album geschreven, waarin hij zijn bijnaam als de 'teflonpresident' eer aandoet. Alles is oppervlakkig, niets beklijft. Aan het eind van de meer dan zevenhonderd bladzijden van An American Life staat de lezer met lege handen. Een duidelijk antwoord op de vraag hoe Ronald Reagan acht jaar lang met ongekende populariteit de Verenigde Staten vanuit het Witte Huis bestierde, is er niet in te vinden. Was het zijn politieke instinct, dat hem vertelde wat brede lagen van de Amerikaanse bevolking graag wilden horen? Of heeft Ronald Reagan gewoon geluk gehad? Hoe fout Reagan het ook deed, hoe moeilijk hij het ook had, hij klonk zelfverzekerd en zijn boodschap bevatte een flinke dosis overtuigend optimisme.

Daarin lag zeker voor een groot deel zijn populariteit en ook zijn kracht. Menig president zou zwaar aangeslagen zijn geweest door het Iran-Contraschandaal en de andere tegenslagen. Bij Reagan was daar niet veel van te bekennen. Zijn opleiding tot acteur is hem in Washington goed van pas gekomen: tegenslagen verwerkte hij even makkelijk als de toneelspeler die elke avond op de planken sterft. Onaangedaan en springlevend riep hij - ook als het tegenzat - voortdurend het gevoel op dat onder zijn leiding Amerika weer een militaire sterke, economisch gezonde en financieel onbezorgde natie zou worden. Wat er ook aanbrandde in de Verenigde Staten, niets bleef op het imago van Ronald Reagan achter.