Rassenhaat

The Closest of Strangers. Liberalism and the Politics of Race in New York door Jim Sleeper 345 blz., W. W. Norton en Co. 1990, f 52, -- ISBN 0 393 02902 6

Eind oktober 1990 publiceerde The New York Times een verontrustende opiniepeiling waaruit bleek dat tien procent van de zwarte bevolking van New York de Amerikaanse overheid ervan beschuldigt drugs en aids te verspreiden onder zwarten. Een op de tien zwarte ondervraagden was ervan overtuigd dat het aids-virus door overheidsfunctionarissen speciaal in een laboratorium was ontwikkeld om de zwarte bevolking uit te schakelen.

Tien procent (plus de groep van negentien procent zwarten die gelooft dat de stelling waar kan zijn) vormt natuurlijk bij lange na geen meerderheid van de zwarte bevolking van New York, maar het is wel een indicatie van de enorme raciale spanningen die sluimeren in deze stad. In zijn recente boek The Closest of Strangers. Liberalism and the Politics of Race in New York analyseert Jim Sleeper, redacteur van de New York Newsday, hoe en waarom de Amerikaanse idee van de 'meltingpot' definitief in duigen lijkt gevallen. Voor zover er al sprake is geweest van vreedzame coexistentie tussen blank en zwart, zijn de huidige rassenverhoudingen volgens hem grimmiger dan ooit.

Sinds 1985 is iets minder dan de helft van de Newyorkers blank; een kwart van de inwoners is zwart, de rest Aziatisch of Hispanic. Als geen andere stad in de Verenigde Staten kent New York een sterke liberale traditie. Dat heeft veel te maken met de dominantie van liberale joden onder de blanke bevolking. In zijn boek onderzoekt Jim Sleeper de relatie tussen deze traditie van liberalisme en de huidige rassenproblematiek in New York. Hij onderscheidt twee verschillende politieke kampen, waarbij de een ervan overtuigd is dat de zwarte bevrijding alleen kan worden bewerkstelligd door compromisloze pressie op de 'blanke onderdrukker', terwijl de andere groep meer ziet in de geleidelijke emancipatie van de zwarte bevolking via electorale overwinningen. De radicale groep, wordt vertegenwoordigd door de politieke opvolgers van de Black Panthers en Malcolm X; de liberale groep, kent zijn held in de eerste zwarte burgemeester van New York, David Dinkins, die in 1989 kon rekenen op de steun van maar liefst vierendertig procent van het blanke electoraat.

Sleeper beschrijft hoe radicale zwarte groeperingen in New York bij elk conflict waar een rassenaspect aan kleeft, inspelen op de liberale angst om voor 'racist' te worden uitgemaakt. Waar in de jaren zestig de Amerikaanse ambtenaar officieel 'kleurenblind' moest zijn (en dus geen rekening mocht houden met huidskleur), wordt nu iedereen, of hij het wil of niet, door de overheid op grond van ras ingedeeld. Zwarte voorvechters van burgerrechten dachten op deze wijze hun 'rechtmatig' deel van de overheidsgelden binnen te halen, maar, stelt Sleeper, zij hebben in feite niets anders gedaan dan het institutionaliseren van het racisme.

Door deze fixatie op het rassenelement wordt volgens Sleeper het grootste probleem van New York over het hoofd gezien, namelijk de 'genocide' van de zwarte bevolking door de zwarten zelf. Per jaar worden meer dan 1600 zwarten en His-panics vermoord (daartegenover staan 'slechts' 190 blanken). Het zijn soms kinderen van nog geen tien jaar, die het willekeurige slachtoffer worden van rivaliserende drugsbendes die hun vetes op de straten van Harlem of de Bronx uitvechten.

Dat rassenconflicten tegenwoordig overigens niet uitsluitend 'zwart-wit' maar ook 'zwart-geel' zijn, werd duidelijk uit de boycot van tientallen Koreaanse kruidenierszaakjes door de zwarte bevolking van Bedford-Stuyvesant (het 'Harlem' van Brooklyn). De kreet was 'buy black'. Volgens Sleeper hadden deze winkeltjes net zo goed door de zwarte bevolking kunnen worden opgezet, en hij verwijt de zwarte demonstranten afgunst en luiheid. Het is typerend voor de gematigdheid van burgemeester Dinkins dat hij, in weerwil van het zwarte protest, onder het oog van de gehele Newyorkse pers juist bij deze Koreaanse kruideniers zijn boodschapjes ging doen.

Zijn zwarte politieke leiders dus te radicaal, en de (voornamelijk blanke) media te liberaal om New Yorks problemen op te lossen? In ieder geval hebben volgens Sleeper gematigde zwarte leiders, die een brede steun hebben onder de blanke liberale bevolking van New York, de taak om de politiek als het ware te 'deracificeren', en meer aandacht te besteden aan de ware sociale problemen van New York.

    • Peter van Ham