Ramsj

Sigrid und Wolfgang Jacobeit: Illustrierte Alltagsgeschichte des deutschen Volkes. Deel I (1550-1810) en II (1810-1900). Gebonden, Pahl-Rugenstein 1988, van fl. 98, - voor fl. 45, 80 (samen). Weisse Rose, Rozengracht, Amsterdam.

Een laatste - of misschien wel allerlaatste - proeve van echte onvervalste DDR-geschiedschrijving. De boeken richten zich op het alledaagse leven van de werkende klasse; een groot en belangrijk thema, aldus de auteurs, dat in de orthodoxe idealistisch-burgerlijke wetenschap altijd opzettelijk is verwaarloosd. Met harde marxistisch-leninistische hand wordt de Duitse geschiedenis van de laatste eeuwen in een keurslijf geperst. Dat levert veel armoede en ellende op, alsmede een waslijst vol uitbuiting en vervreemding. Pas aan het eind van deel twee gloort er hoop voor de werkende klasse: de opkomst van het socialisme. Een curieus boek, maar toch ook meer dan dat: de illustraties zijn goed verzorgd, en de feitelijke, jargon-loze paragrafen zijn beslist van behoorlijk niveau.

Anthony Hull: Goya: man among kings

Gebonden, Hamilton 1987, van fl. 50, 75 voor fl. 17, 50. Boekenmarkt, Oude Molstraat, Den Haag (070 - 3658226).

Wat voor man was Francisco Goya (17146-1828)? Hoe stond de beroemde Spaanse schilder en graficus tegenover zijn vrouw en gezin? Is er een verband tussen zijn zware ziekte in 1792 en zijn afkeer van Charles IV, bij wie hij als hofschilder werkzaam was? Waarom ging hij aan het eind van zijn leven in vrijwillige ballingschap naar Frankrijk? Waarom stelt Hull al deze vragen om vervolgens het precieze antwoord schuldig te blijven? Omdat hij een eerlijke biografie wilde schrijven, zonder storend geklets van een zogenaamd alwetende biograaf. En dat is hem gelukt.

Robert Rosenblum: The dog in art, from Rococo to post-modernism

Gebonden, Abrams 1988, van fl. 65, 60 voor fl. 29, 50. De Verbeelding, Utrechtsestraat, Amsterdam.

De hond in de schilderkunst, het lijkt zo'n titel van dertien in een ramsjdozijn maar de inhoud pakt gelukkig heel anders uit. Het is een erudiet betoog over de iconografie van de hond gerelateerd aan de sociale en culturele context van een bepaald tijdvak. Dramatisch ongeevenaard is een van Goya's 'Black paintings': een hulpeloze, half begraven hond, opkijkend naar een vage menselijke gestalte. En overal grauw, apocalyptisch landschap.

Jan Hulsker: Lotgenoten, het leven van Vincent en Theo Van Gogh

Paperback, Agathon 1985, van fl. 49, 50 voor fl. 24, 50. Steven Sterk, Servetstraat, Utrecht (030 - 334973).

Toch nog even, in de schaduw van de snel naderende Mozart, aandacht voor Van Gogh. Hulsker schreef een van de betere studies uit de lange reeks van de laatste jaren. Ondersteund door een stevige bronnenkennis brengt hij, als een detective zo nauwgezet en vastberaden, het leven van beide broers in kaart. Vanaf de eenvoudige geboortestulp in Zundert tot aan de twee even eenvoudige grafstenen in Auvers-sur-Oise en het grote verdriet van moeder Anna die vrijwel haar hele nageslacht aan zelfmoord en krankzinnigheid ten onder zag gaan.

Henk Gortzak: Hoop zonder illusies, memoires van een communist

Paperback, Bert Bakker 1985, van fl. 35, 90 voor fl. 9, 90. Het Martyrium, Amsterdam.

Het aardige van deze memoires is de mengeling van persoonlijke, vaak anekdotische wederwaardigheden, en betrokkenheid met de 'grote politiek'. Dat komt zelfs tot uiting in de bijna klassieke tussenkopjes: 'Wijnkoops glaasje water' - 'De woekeraars slaan toe' - 'Vaste verkering' - 'Het Ribbentrop-Molotovpact' - 'Een rommelige trouwpartij' - 'Het fascisme aan de macht'. Het dieptepunt in Gortzaks leven valt in 1958 als hij door Paul de Groot en diens 'tovenaarsleerling' Marcus Bakker uit de partij wordt gestoten. Telkens als dat voorval ter sprake komt, zie je als het ware Gortzak op zijn tanden bijten om zijn emoties onder controle te houden.

Mildred Friedman (ed): De Stijl 1917-1931; Visions of Utopia

Paperback, Phaidon 1988 (3de dr.). Van fl. 65, 55 voor fl. 34, 50. De Verbeelding.

Een handig en mooi uitgegeven overzichtswerk, meer gericht op breedte en gevarieerdheid dan op specialistische diepgang. Aandacht onder meer voor architectuur, schilderkunst, typografie, meubelen en de geschiedenis van de beweging. Handig zijn ook de korte biografietjes achterin van bij de Stijl betrokken kunstenaars en architecten als Huszar, Van der Leck, Wils en Oud.

Bij Scheltema, Holkema en Vermeulen is overigens de dissertatie van Hans Oud over zijn vader (J. J. P. Oud, Architekt 1890-1968) verder afgeprijsd. Van fl. 139, - voor thans fl. 29, 90

    • Henk Lagerwaard