Passages uit het Kamerdebat over Nederlandse rol in Golf

Hieronder volgen enkele belangrijke passages uit het debat in de Tweede Kamer over het beschikbaar stellen van Nederlandse fregatten voor militair optreden in de Golf.

F. Bolkestein (VVD): “De vrede wordt niet gediend met halfslachtige maatregelen. Wie met dictators te maken heeft, moet zich zo stevig mogelijk opstellen. Dat is de les van de jaren dertig. Toen zijn democratieen besluiteloos geweest en we kennen de gevolgen. In Saddam Hoesseins wereld van totaal geweld worden tegenstanders geliquideerd en is dialoog een onbekend begrip.”

“Als deze zaak slecht afloopt, zou dat ernstige gevolgen hebben: niet alleen voor het machtsevenwicht in het Midden-Oosten maar ook voor de rol die Amerika bereid is in de wereld te spelen. Een slechte afloop nu kan kleine en middelgrote dictatoren met bedreigende wapenarsenalen slechts aanmoedigen.”

H. van Mierlo (D66): “De absurditeit van het bewust riskeren van het leven van Nederlanders en daartegenover de ondraaglijkheid van de gedachte dat we dat aan de anderen overlaten. Daartussen is het vinden van de juiste beslissing een bijna onmogelijke opgave, waar we toch voor gesteld staan in de wetenschap dat intellectueel, moreel en politiek geen enkele gedachtengang naar al deze maatstaven sluitend is te krijgen.”

“Mag een rechtsorde verdedigd worden met dezelfde middelen als waarmee hij wordt geschonden? Ons antwoord is: ja. Ook als er veel olie in die orde zit? Ja, ook dan, want olie vertroebelt weliswaar het zicht op het ideaal van die orde, maar vervangt die orde niet. Ook als niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat alle vreedzame middelen zijn uitgeput? De laatste zekerheid zal nooit te bereiken zijn, en wie al te lang wacht kan ook verliezen. Maar ik erken dat hier de zwakste schakel zit, in ieder geval onzekerheid. Zolang mogelijk moeten we de andere middelen proberen. Die morele opdracht vervalt op zich niet door een datum.”

R. Beckers (Groen Links): “Het gaat niet aan de volledige verantwoordelijkheid voor oorlog en vrede bij Irak te leggen zoals de regering doet. Die ligt bij de hele internationale gemeenschap, ook bij Nederland. En het zou beschamend zijn als we straks moeten vaststellen dat de gebruikte middelen veel erger zijn dan de kwaal.”

“Oorlog met een paar honderdduizend doden, ontelbare vluchtelingen en gewonden, een milieuramp en een volledig ontwricht werelddeel. En dit is geen demagogie. Zijn de milieu-effecten afgewogen? Kan worden voorkomen dat de van mijnen voorziene olie-installaties in Koeweit ontploffen? British Petroleum maakt een voorzichtige schatting van drie tot vierhonderd oliebronnen die tot zes a negen maanden na de oorlog zullen blijven branden. Wat betekent dat voor de economie en de voedselvoorziening in de regio?”

“Instemming met de brief (van het kabinet) betekent medeverantwoordelijkheid voor een oorlog van niet te overziene omvang en consequenties. Ook al verstoppen we ons op de achterste rij om Nederlandse levens te sparen. Het is onze inzet dat dat duidelijk wordt. De mensen die wij vertegenwoordigen hebben daar recht op. Ook de veertig procent die geen oorlog wil.”

M. Woltgens (PvdA): “Te allen tijde dienen eventuele militaire activiteiten onderworpen te zijn aan politieke zeggenschap en controle. Dat geldt voor het handhaven van het embargo tegen Irak, dat geldt evenzeer voor de eventuele periode van militaire confrontatie. Ook na 15 januari gaan het embargo en de diplomatie door. De Nederlandse schepen blijven in de Golf. Het gaat niet aan om weg te varen als een oorlogssituatie zich aandient.”

“Het spreekt vanzelf dat het kabinet in geval van een aankondiging van een militaire confrontatie of het feitelijk ontstaan ervan, zich zal beraden over de dan ontstane situatie. En zich dan dus zal uitspreken over de internationale politieke en militaire omstandigheden en over de effectuering van de Nederlandse deelname aan eventuele oorlogshandelingen. Uiteraard licht het kabinet de Tweede Kamer over deze oordeelsvorming terstond in, hetgeen onmiddellijk tot nadere beraadslagingen in de Kamer zal leiden.”

L. Brinkman (CDA): “Wij willen ons realiseren dat praktische krijgsbeoefening zeker bij de huidige stand van de technologie een optimale onderlinge afstemming van de onderscheiden eenheden vergt. Dat kan immers verschil van leven of dood uitmaken en zulk een praktische afweging moet evenzeer worden gemaakt als de principiele afweging waar onze landscompetentie begrensd wordt door de handhaving van de grondwettelijke souvereiniteit van onze regering met betrekking tot militaire activiteiten buiten de landsgrens.”

“Niemand van ons zit te wachten op een massale slag in de grote olievoorraden van deze wereld en hoewel wij het meerdere van de huidige kabinetsinzet desnoods niet schuwen achten wij het nu voorgestelde voor dit moment verdedigbaar, want het is concreet, het geschiedt op desbetreffend verzoek en het is meer dan symbolisch vlagvertoon.”

“De CDA-fractie juicht dus in ieder geval niet bij het vooruitzicht van kanongebulder. Maar verantwoordelijkheid dragen binnen en buiten de landsgrens zoals de Grondwet dat voorschrijft, betekent nu eenmaal in dit soort omstandigheden dat ministers als de heren Ter Beek en Van den Broek hun zwaard niet tevergeefs dragen. Wij stellen ons niet verdekt op voor de nu genomen kabinetsbeslissing maar wij dekken die beslissing.”

Premier Lubbers in antwoord op de vraag of de Nederlandse schepen mee mogen doen als er op het diplomatieke vlak tussen nu en 15 januari niets meer gebeurt en besloten wordt tot militair ingrijpen op woensdag: “Als er voor het kabinet geen reden zou zijn om samen te komen over de Golfproblematiek - wat ik mij niet goed kan voorstellen, gezien het voortgaand overleg - dan is in formele zin het antwoord op uw vraag: dan zijn onze schepen onderworpen aan een commando dat na 15 janauari betrokken kan worden in militaire actie. “

Bolkestein (VVD): “En dan mogen onze schepen meedoen?”

Premier Lubbers: “Jazeker.”

Bolkestein: “Zonder nader kabinetsbesluit?”

Premier Lubbers: “Jazeker.”