OM huiverig voor deals met criminelen; Onbekend in hoeveel gevallen een regeling is getroffen

DEN HAAG, 12 jan. - 'Deals met criminelen', luidt de kop boven de richtlijn. Het is een brief van 1 juli 1983 waarin de procureurs-generaal aan de hoofdofficieren van justitie laten weten in welke gevallen het openbaar ministerie “bijzondere afspraken” kan maken met verdachten of mensen die reeds achter de tralies verblijven.

Het schrijven is deze week actueel geworden omdat de hoofdofficier van justitie in Alkmaar mr. A. Josephus Jitta heeft laten weten bereid te zijn om het “in uitzonderlijke gevallen” met een verdachte op een akkoordje te gooien. De hoofdofficier zei dit naar aanleiding van de bewering van een man die donderdag voor het gerechtshof in Arnhem verklaarde dat Jitta hem zou hebben gevraagd een heroinehandelaar te liquideren.

Baarlijke nonsens, zegt de Alkmaarse persofficier van justitie mr. E. W. M. Stokman. Het verhaal valt in de categorie beschuldigingen van verdachten die ook wel eens verklaren door de politie langdurig te zijn gemarteld en alleen om die reden een bekentenis hebben afgelegd. Wel is waar, aldus Stokman, dat Jitta op verzoek van een man die verdacht wordt van een royale serie inbraken “een orienterend gesprek” heeft gehad.

De verdachte beweerde belangrijke inlichtingen te kunnen verstrekken over een gewapende roofoverval in Amsterdam. Goed, zei Josephus Jitta, als u nuttige informatie heeft, ben ik bereid om in uw strafzaak in plaats van de maximale straf van negen jaar slechts vijf jaar te eisen. Tot definitief zaken doen is het uiteindelijk niet gekomen omdat de verdachte afhaakte. In Alkmaar begrijpt men evenwel de ophef niet. Men verwijst naar de richtlijn en zegt af en toe dergelijke afspraken te maken.

“In zaken van leven of dood of van een daarmee gelijk te stellen ernst, zoals bijvoorbeeld een ernstige aantasting van de veiligheid van de staat of van de volksgezondheid”, mag het openbaar ministerie als “uiterst redmiddel” een 'deal' sluiten met een crimineel, aldus het schrijven. Daarbij dient het openbaar ministerie vast te houden aan het beginsel: 'no cure, no pay'. “De gevraagde tegenprestatie kan pas worden geboden nadat de verstrekte informatie haar deugdelijkheid heeft bewezen”.

De richtlijn blinkt niet uit door helderheid. Het is aanvaardbaar “dat de tegenprestatie ook buiten het gebruikelijke strafrechtelijke beleid ligt”, luidt de cryptische toevoeging. Met de tegenprestatie wordt evenwel niet gedoeld op het betalen van tipgeld. Jaarlijks betaalt Justitie ruim een miljoen gulden voor criminele informatie.

Volgens inlichtingen van officieren van justitie zijn er drie manieren waarop in uitzonderlijke gevallen met criminelen zaken kan worden gedaan. Met kan allereerst aanbieden een lagere straf te eisen. “Een betrekkelijk gratuit gebaar omdat het de onafhankelijke rechter uiteraard vrij staat om de straf op te leggen die hij het meest geschikt acht”, aldus een officier van justitie.

Bij gedetineerden die tips willen geven kan de officier van justitie eveneens aanbieden dat hij bereid is een “gunstig advies” te geven indien de veroordeelde een verzoek om gratie indient. Bovendien kan de officier van justitie de veroordeelde behagen door te beloven dat hij er bij de Directie Gevangeniswezen van het ministerie van justitie op zal aandringen dat een gedetineerde in een meer aangename strafinrichting - dan bijvoorbeeld in een zwaar bewaakte gevangenis - zijn straf mag uitzitten.

Een woordvoerster van Justitie zegt dat onbekend is in hoeveel gevallen een dergelijke uitzonderlijke regeling met criminelen is getroffen. Een welingelichte bron verzekert echter dat het nauwelijks voorkomt. “Het aantal gevallen is op de vingers van een halve hand te tellen”, aldus deze ingewijde.

Officieren van justitie in andere arrondissementen zeggen dat ze ook zeer huiverig staan tegenover 'Amerikaanse toestanden' als het sluiten van deals met verdachten. “Het tast je geloofwaardigheid aan ten opzichte van de rechter. Als je afspraken maakt met criminelen, kun je toch moeilijk op een zitting met droge ogen een straf eisen”, aldus een officier van justitie.

Binnen het openbaar ministerie en de advocatuur wordt gesuggereerd dat in het arrondissement Alkmaar de richtlijn te ruim wordt geinterpreteerd. Een richtlijn die overigens tot stand kwam nadat een advocaat-generaal bij het hof in Amsterdam in opspraak was gekomen omdat hij een crimineel had vrijgelaten in de hoop zo inlichtingen uit de onderwereld te kunnen krijgen. Die advocaat-generaal was overigens dezelfde Josephus Jitta.

In Alkmaar wijst men kritiek van de hand. Al geeft Stokman toe dat het niet echt toeval is dat Josephus Jitta opnieuw van zich heeft doen spreken. “Het is nu eenmaal een man die aan de weg timmert en inventiviteit kan hem daarbij niet worden ontzegd.”

    • Marcel Haenen