Komma's

Leestekenwijzer door P. J. van der Horst 132 blz., SdU 1990, f 42, 50 ISBN 90 12 06509 7

Naast Renkema's Schrijfwijzer, een onmisbaar boek voor iedereen die meer dan alleen brieven schrijft, en naast de Tekstwijzer voor grafici, heeft de SdU sinds kort ook een Leestekenwijzer op de markt gebracht. Daar belandde het boek in een gat, want al snel volgde een nieuwe druk.

Leestekens zijn komma's, vraagtekens, accenten, haakjes, aanhalingstekens, gedachtenstreepjes, trema's, apostrofs en nog zo wat van dat klein grut. Wiskundigen gebruiken een paar honderd tekens, maar voor correct Nederlands zijn een stuk of twintig leestekens wel genoeg. Wat meer is: er kan veel afhangen van een leesteken. De betekenis van wetsteksten kan in haar tegendeel verkeren door het wegvallen van een simpel kommaatje.

Van der Horst - de flap spreekt nederig van leraar Nederlands, maar velen kennen hem van zijn krantestukjes over taal - probeert dezelfde tolerante toon aan te houden die we kennen van Renkema's Schrijfwijzer en ook wel van de ANS (Algemene Nederlandse Spraakkunst), maar lang houdt hij dat niet vol. Hij geeft niet louter wijze adviezen met veel overtuigingskracht; soms valt Van der Horst terug op voorschriften zonder commentaar.

Zo moeten we volgens hem geen apostrof schrijven in Homme's hoest, het moet 'Hommes hoest' zijn - de polemiek van Hermans en Hamans is aan hem niet besteed. Argumenten voor 'Hommes' geeft Van der Horst niet. Zelf geloof ik dat op den duur de apostrof het hier gaat winnen; de Engelse gewoonte schept duidelijkheid, terwijl 'correct Nederlands' tot misverstanden leidt.

Sommige problemen worden door Van der Horst grondig uitgespit. Zo heb ik mij altijd afgevraagd waar je de komma moest schrijven in het soort zinnen als: 'Jan, ' zei hij, 'vergeet je me niet op te bellen? ' en 'Morgen', antwoordde Jan, 'bel ik je beslist op.'

In de eerste zin staat de komma voor het aanhalingsteken en in de tweede erachter. De reden is dat de eerste zin eigenlijk luidt Hij zei: 'Jan, vergeet je me niet op te bellen? ' waarbij er al een komma achter Jan staat.

Een probleem met een overvloed aan aanhalingstekens dat Van der Horst wel signaleert maar niet kan oplossen, kom je tegen in de zin “ Dat noem ik 'proletarisch winkelen' ”, zei hij.

Drie aanhalingstekens achter elkaar is geen fraai gezicht. Volgens Van der Horst moet je in ieder geval een spatie plaatsen tussen de apostrofs, en hij raadt je in het algemeen aan zulke constructies te vermijden.

Benieuwd was ik ook naar wat Van der Horst over de puntkomma (; ) en de denkstreep zou schrijven, twee leestekens waar Nederlanders in het algemeen niet goed raad mee weten. Hij begint met “ De puntkomma is een moeilijk leesteken. Daarom wordt die niet zoveel gebruikt” om vervolgens twee gevallen te onderscheiden: voor lange opsommingen en als scheiding tussen twee gelijkwaardige zinnen waarbij een punt teveel en een komma te weinig is. Wat Van der Horst nalaat op te merken is dat de puntkomma bij uitstek het leesteken is voor de schrijver die zich tot een goede verstaander richt. De puntkomma vraagt aandachtige lezing omdat de schrijver zich een genuanceerde toonzetting veroorlooft. Bij voorlezing zou de tweede zin vaak op een lagere toon worden uitgesproken, als toelichting of als herhaling met andere woorden. Een columnist als Piet Grijs, die het vooral van schokeffecten moet hebben, zal zelden een puntkomma gebruiken.

Wat de Leestekenwijzer over het gedachtenstreepje schrijft, bevalt me wel. Van der Horst gebruikt het gedachtenstreepje in twee gevallen: om een tussenzin af te scheiden en om de zin een onverwachte wending te geven. Weinig Nederlanders gebruiken de laatste mogelijkheid en veel te veel de eerste. Veel tussenzinnen kunnen gewoon tussen komma's of tussen haakjes. Wie de gedachten-streep daar toch voor gebruiken wil - eigenwijze mensen houd je nu eenmaal toch - moet eraan denken dat na het afsluitende gedachten-streepje geen komma mag, een van de weinige interpunctiefouten waar ik K. L. Poll nogal eens op betrapte.

De Leestekenwijzer is wat ambtelijker geschreven dan de Schrijfwijzer getuige een frase als '... de leesbaarheid negatief beinvloeden'. Maar hij is wel duidelijk en uitvoerig. De Leestekewijzer vormt een houvast voor leraren Nederlands, voer voor kommaneukers en verplichte kost voor redacteuren.

    • Rob Biersma