John Jansen van Galen

Op woensdagavond om acht uur is op het adres Kooktuin 2, Alkmaar, de werkgroep buitenland van het gewest Noordholland-Noord van de PvdA bijeen. Een huiskamer in een oud pand van de historische binnenstad, veel hout, veel kunst aan de wand.

Er is koffie, er is thee. De televisie staat aan op CNN: Baker vertelt dat het nix geworden is. In de kring zitten twaalf mensen (maar in 'slappe vergadertijden' komen er meer) tussen de twintig en de tachtig, zeven man en vijf vrouw, een beleidsambtenaar internationale betrekkingen van Onderwijs en Wetenschappen, een provinciale ambtenaar, enige 'onderwijsgevenden', enige gepensioneerden, An Thomassen die de echtgenote is van Wim, iemand 'uit het bedrijfsleven', een student in de politicologie en de buurman van Kooktuin 1 die Kamerlid is. Ze dragen truien, de verslaggever is de enige in jas-en-das. De beleidsambtenaar opent de bijeenkomst en zegt dat de werkgroep er is 'om een bijdrage te leveren aan het politiek proces in het gewest'. Vanavond zou het gaan over 'veiligheidsstructuren' maar deze zijn verdrongen door de dreigende Golfoorlog. De secretaris buitenland van de partij die vertrouwelijk 'Jan Marinus' wordt genoemd (achternaam: Wiersma) is ervoor uit Amsterdam gekomen. Op kalme toon zet hij de voorgeschiedenis uiteen en hoe de discussie in het partijbestuur 'vaak heel moeilijk' was. De traditie in onze partij is namelijk 'het scheppen van vreedzame situaties' en toch heeft men ermee ingestemd dat Nederland 'zich niet kan onttrekken aan gebruik van geweld als dat nodig is om de internationale rechtsorde te herstellen'. Met het kabinetsbesluit om de fregatten in te zetten heeft de PvdA niet zozeer 'moeite' als wel een 'aanvulling' daarop en die is juist heden door 'Ad' (achternaam: Melkert) heel goed verwoord. Want pas op de vijftiende kan worden 'afgewogen' of werkelijk alle vreedzame middelen zijn uitgeput.

Men stelt vragen. Komt er echt een 'front'? Wat is de rol van de Koerden? Wat is de invloed van de islamitische minderheden in het Westen? De student vergelijkt de toestand met die van voor de Tweede Wereldoorlog: toen moest Oostenrijk 'Heim ins Reich', nu Koeweit. “ Saddam Hussein is natuurlijk een boef, “ stelt An Thomassen vast, “ maar zo zijn er nog wel tien. We hebben invasies gehad van Grenada, Oost-Timor, Panama zonder dat er een haan naar kraaide. Maar over Koeweit zit plotseling de hele wereld in een moreel conflict.” “ Waarom de wereld nu te hoop loopt?” antwoordt een man. “ Een: de olie. Twee: de opkomst van een nieuwe atoommacht. Drie: de zorg om Israel.” Een ander oppert, dat Israel zich 'gedwongen' kan voelen om zich er 'directer mee te bemoeien'. “ De eerste klap, “ vertaalt iemand waarderend. “ Ze hebben acht minuten, “ weet een derde. Als de student zegt dat Shamir eigenlijk 'net zo schofterig bezig is' als Saddam Hussein, wordt hij door de kring tot de orde geroepen: “ Die vergelijking kun je niet maken.”

Jammer, zegt An Thomassen, dat wij de optie van het langer doorzetten van het embargo niet hebben opengehouden zoals de Belgen doen. Maar de student weet dat dit door het publiek, ook het Belgische, wordt ervaren als 'lafheid' en Jan Marinus smaalt: “ Als straks de rest in een heel pijnlijke oorlog is verwikkeld, zijn de Belgen nog bezig het embargo te handhaven.” Maar An houdt voet bij stuk. “ Het embargo was niet uitgeput. Kijk eens hoe goed achteraf de boycot van Zuid-Afrika heeft gewerkt.” De anderen stemmen knikkend in met de mededeling dat het embargo nu een 'gepasseerd station' is. “ Nou, ik hoop dat een flink deel van de Partij van de Arbeid tegen stemt, “ verklaart An. “ Anders kun je het toch niet verkopen? Dit hele ingewikkelde verhaal! Daar snappen de mensen geen barst van.” “ Het probleem is, “ zegt Gerrit Valk, de buurman die Kamerlid is, “ dat we ons overgeleverd voelen aan de besluitvorming van de Verenigde Staten.” “ Het is een machteloze situatie, “ vindt An. “ We zijn al verkocht en nog wel door Ter Beek.” In de kring wordt sussend gesist, dit vindt men te ver gaan. An wil weten of we nog stappen kunnen verwachten van de Socialistische Internationale: “ Er moet iets van ons uitgaan.”

Feitelijk is An de enige in de kring bij wie je nog de toon beluistert waarop vroeger door de actieve achterban van de PvdA het buitenlanddebat gevoerd werd: strijdbaar en bemoeizuchtig. Bij de anderen is er meer bezorgdheid dan oppositie. Men bespreekt de toestand in de wereld in termen van mr G. B. J. Hiltermann en niet in moties van wantrouwen jegens de partijleiding. De naam van Ter Beek valt nauwelijks. Een man met een zwarte baard vraagt zich af of een oningewijd gezelschap als dit zulke ingewikkelde kwesties wel kan beoordelen. Neem nu de politionele acties. In die tijd dachten we immers ook, dat Nederland het daarin bij het rechte eind had? Pas achteraf weet je dat we toen besodemieterd zijn. De oude heer die naast hem zit vertelt dat hij toentertijd meteen uit de partij gestapt is. Maar nu: je weet niet welke belangen er spelen, welke wapens ingezet zullen worden. In principe, zegt de baard, houdt democratie natuurlijk niet op bij vraagstukken van oorlog en vrede, maar in de praktijk?'' Het is allemaal zo ingewikkeld, je kunt beter luisteren dan standpunten innemen.''

De secretaris buitenland kijkt niet op van deze behoedzame, afstandelijke stemming. Het is in de hele partij zo. “ Het kruisraketten-gevoel is weg, de mensen kunnen het niet meer bijbenen.” Men vindt de zaak-Koeweit vooral 'moeilijk' en 'pijnlijk' en meent dat ze 'goed afgewogen' moet worden. Men is 'niet massaal' voor de Belgische optie van afhaken en men is ook 'niet massaal' voor de Gualtherie van Weezel-optie dat wie A zegt ook B moet zeggen. “ Dat wekt weerstand, dat vindt men erg nonchalant.”

Niemand op de bijeenkomst heeft het hoofdartikel in de Volkskrant van die ochtend te berde gebracht, waarin Jan-Joost Lindner de Partij van de Arbeid een 'slappe houding' verwijt en 'een ontlopen van de publieke discussie' waardoor ze 'het veld heeft overgelaten aan de CDA-houwdegens'. Dat was vroeger wel anders: toen kwamen de partijraadsleden met Lindners rubriek in de hand naar de vergadering om Den Uyl van compromissen af te houden. Wel heeft men in de kring met belangstelling kennis genomen van een artikel in de Volkskrant over de waterhuishouding in Egypte.

Om tien voor tien rondt de voorzitter af. Er is wijn, er is fris. Er wordt een toogdag aangekondigd over ontwikkelingssamenwerking en een avond over Russische joden en voor het partijcongres moeten de amendementen inzake Europa nog gecoordineerd worden. Het zijn drukke vergadertijden. Waarover zal de volgende bijeenkomst gaan? Over perestrojka? Of over de Baltische republieken?

    • John Jansen van Galen