'Je krijgt niet meer dan God je bedoelde te geven'; Imams smeken Allah vrede

KAIRO, 12 jan. - God is groot, hij heeft erbarmen. Wie zou die simpele waarheid ontkennen? De imams in diverse moskeeen in Kairo smeekten gisteren Allah om vrede, doch lieten het uiteraard aan hem over of er oorlog komt of dat Saddam Hussein op het aller-allerlaatste ogenblik misschien toch nog bij zinnen komt.

Maar eigenlijk beseft men dat oorlog niet langer te vermijden is. Wat kun je eraan doen?”Wij, Egyptenaren”, legde een in Amerika opgeleide zakenman uit, “geloven in God en in het noodlot. Er is een spreekwoord hier dat zegt: “Je kunt als een gek hollen, maar je krijgt niet meer dan God je bedoelde te geven.” .”

Twee weken geleden gaf men de vrede iets meer kans. Toen sijpelden hier berichten door dat leden van de Iraakse Ba'ath-partij in de volkswijken van Bagdad huisbezoeken hadden afgelegd. De bewoners kregen te horen dat zij binnenkort aan een spontane volksdemonstratie moesten deelnemen. De bezoekers deelden mee welke leuzen zij moesten schreeuwen: “Neen tegen de tak, neen tegen de oorlog. Ja tegen vrede, ja tegen Saddam.”

De tak is uiteraard Koeweit, die volgens Saddam een week na zijn invasie tot de boom (Irak) terugkeerde. De in alle opzichten unieke transplantatie leidde eind december in Bagdad kennelijk tot afstotingsverschijnselen.

De politieke waarnemers hier hebben er geen idee van welk deel van de boom daarvoor verantwoordelijk was. Zij houden rekening met de mogelijkheid dat niet Saddam zelf, maar sommigen van zijn naaste medewerkers de demonstratie hadden voorbereid, die eergisteren had moeten plaatshebben. Zij herinneren aan de sfeer van 'Gotterdammerung' die op 10 juni 1967 over de Egyptische leiders kwam, toen ze zich de rampzalige omvang van de nederlaag in de juni-oorlog tegen Israel bewust werden. President Nasser en zijn boezemvriend, veldmaarschalk Hakim Amer, beschuldigden elkaar de catastrofe te hebben veroorzaakt en probeerden elkaar af te zetten. Hakim Amer verloor: hij werd gedwongen vergif in te nemen en kreeg daarenboven nog een kogel door zijn hoofd.

Sommigen hier sluiten niet uit dat er momenteel een soortgelijke, geheime machtsstrijd in de naaste omgeving van Saddam aan de gang is. Maar die gedachte lijkt meer op een typisch staaltje van 'wishful thinking', vinden andere Egyptische waarnemers. Zij herinneren eraan dat er nu voor de Amerikaanse ambassade in Bagdad, waar vrijwel niemand meer zit, demonstranten de leus aanheffen “Het Iraakse volk wil datgene wat Saddam zegt”. En dat wijst erop dat de eenheid tussen Volk en Leider, die zich overigens sinds augustus 'Dienaar van Allah' laat noemen, naadloos en perfect is.

Pag. 4: .

Arabieren bestrijden elkaar in naam van de Barmhartige

De Egyptenaren worden trouwens razend als men Saddam met Gamal Abdel Nasser vergelijkt. “Het is een grove belediging”, zegt een Nasserist, “om een agressor die een land overvalt op een lijn te stellen met een bevrijder die terugneemt wat van hem was. Koeweit was net zo Iraaks als Jordanie, namelijk niet, terwijl het Suezkanaal wel degelijk Egypte toebehoorde.”

De kenners die niet geloven in een geheime machtsstrijd in Bagdad, denken dat Saddam twee paarden tegelijkertijd wil berijden: het oorlogs- en het vredespaard, waarbij hij voortdurend heen en weer zwenkt. Dat zou verklaren dat hij soms laat weten tot “offers” bereid te zijn, wat in het Iraakse taalgebruik gelijk staat met compromissen, mits daar onder meer een Amerikaanse garantie tegenover staat dat een internationale vredesconferentie Israel dwingt alle bezette gebieden te ontruimen.

Maar omdat Saddam de garanties op politiek, militair en economisch gebied, waarom hij vroeg, niet heeft gekregen, zou hij steeds meer tot de conclusie zijn overgeheld dat hij, ondanks de vernietigende klap van een oorlog, toch zo veel schade en slachtoffers onder zijn vijanden kan veroorzaken, dat hij uiteindelijk de zaak zou overleven. Een top-functionaris vertelde onlangs dat PLO-leider Arafat in deze een voorbeeld voor hem is.

Ook Arafat verloor in de jaren 1982-83 uiteindelijk niet de politieke strijd tegen zijn vijanden Israel en Syrie, hoewel die militair vele malen sterker waren dan hijzelf. Saddam zou Arafat hebben gevraagd hoe hij zich voelde toen hij in december 1983 werd belaagd en omsingeld door Palestijnse en Libanese milities, die door Syrie werden gesteund. Arafat antwoordde: “Ik dacht: 'Blaas, o winden van het Paradijs.” Waarop Saddam zei: “Zo voel ik het ook” - om aan te geven dat hij tot het martelaarschap bereid is.

Saddams mogelijke besluit om komende dinsdag, zittend op het oorlogspaard, de gebeurtenissen af te wachten, heeft zowel de regering als de verkruimelde oppositie in Egypte totaal verlamd. De regering, dat wil zeggen president Mubarak, wacht af wat de Amerikanen doen. En een deel van de oppositie verzet zich tegen die politiek, maar gaat niet echt hard te keer.

Het probleem van de oppositie is namelijk dat niemand Saddams invasie in Koeweit durft goed te praten - ook niet diegenen die een fel anti-imperialistisch standpunt innemen, dat islamitisch, links of Nasseristisch is. Zij allen keuren de invasie af, al zeggen zij er meteen bij dat de Koeweiti's niet deugen, te rijk, te arrogant en te hebberig zijn en onvoldoende in de Arabische wereld hebben geinvesteerd, maar daarentegen wel in de Westerse wereld hebben belegd, waarmee de Arabische wereld op voet van oorlog leeft.

Zelfs Ibrahim Shukry, de oude leider van de Egyptische Arbeiderspartij die dezer dagen voor de derde maal sinds begin augustus naar Bagdad vertrok om met Saddam te praten, noemde vorige week Saddams invasie “een vergissing”. Shukry's Arbeiderspartij is een laat vervolg op de fascistische beweging Jong Egypte, die in de jaren dertig in Egypte bloeide. Deze Arbeiderspartij heeft een alliantie gesloten met een deel van de Moslim Broeders en stelt zich aan de kant van Saddam, omdat - zoals Shukry opmerkte - de Amerikaanse tegenmaatregelen tegen Saddam “een misdaad” zijn. Maar ook Shukry stelt zich uiterst behoedzaam op. Toen ik hem vorige week vroeg of hij zou huilen als Saddam plotseling zou overlijden, antwoordde hij: “Het hangt ervan af wat de doodsoorzaak is. Een Amerikaans mes in zijn rug zou vreselijk zijn. Een natuurlijke dood zou de voorkeur hebben.” Hij barstte in lachen uit toen ik hem vroeg of hij Saddam als zijn geestelijke zoon beschouwde.

Het dilemma voor de totale Egyptische oppositie is om uit twee kwaden te kiezen: Het ene kwaad is Iraks invasie in Koeweit, die door Ismail Sabry, een communistische leider van de linkse Tegamma-partij, werd bestempeld als een typisch staaltje van ouderwets fascisme. Maar hij zei er wel bij dat zijn visie een minderheidsstandpunt in de partij is. Want het andere kwaad, de massale, militaire Amerikaanse aanwezigheid in de Saoedische olievelden, wordt als een veel ernstiger gevaar ervaren. Het strijdpunt in de partij is of Saddam de Amerikanen naar de olievelden heeft gelokt, of dat zij dat sowieso al van plan waren.

Het probleem voor de oppositie is des te moeilijker omdat er in alle Egyptische politieke kringen al sinds 25 jaar een uitstekend functionerende Koeweit-lobby bestaat. Linkse en rechtse intellectuelen, evenals vele Moslim Broeders die in de tijd van Nasser werden vervolgd, hebben in de loop van de jaren in Koeweit goed geld verdiend of konden in Koeweit politiek op adem komen als het in Egypte wat te moeilijk voor hen werd. Zij kennen het land en zij hebben er vrienden. Zij kunnen niet zo maar beweren, zoals Ibrahim Shukry, dat Koeweit “alleen uit zand en uit olie bestaat”.

De Irak-lobby in Egypte is daarentegen heel zwak; zij ging pas anderhalf jaar geleden aan de slag met het uitdelen van Mercedessen-500, ter waarde van een paar honderdduizend dollar, aan hoofdredacteuren van zowel regerings- als oppositiekrainten. President Mubarak stak daar een stokje voor; hij bepaalde dat de giften uitsluitend ten bate van de kranten mochten komen en niet van de personen aan wie ze waren geschonken.

Zonder financiele middelen kun je geen politiek bedrijven. Vandaar dat een groot deel van de Moslim Broeders aan hun subsidies uit de Golfstaten denken en dus het standpunt van hun leider, sjeik Hamed Abu Nasr, onderschrijven dat de invasie in Koeweit een absoluut onrecht is, zowel tegen mede-moslims als tegen God, en derhalve gecorrigeerd moet worden. Het belangrijkste blad van de moslim-fundamentalisten, Al Nour, steunt Saoedi-Arabie voor de volle honderd procent en berichtte bij voorbeeld deze week al dat Saddam zo in paniek is dat hij zijn hele familie naar Geneve heeft overgebracht, waar zij onder bescherming staat van de Iraakse geheime dienst.

De Moslim Broeders zijn bovendien nauw verbonden met allerlei islamitische financiele instellingen. Deze hebben de laatste jaren grof geld verdiend aan de overmakingen van de Egyptische gastarbeiders in de Golfstaten en ze hebben hun kapitalen voor een zeer groot deel in het Westen geinvesteerd. Zij hebben buitengewoon weinig belang bij een Amerikaanse nederlaag in de Golf die hun vermogens zou vernietigen.

Maar er is ook een minderheid in Egypte die Saddam Hussein steeds positiever beoordeelt. In de eerste plaats zijn dat al diegenen die 'welkom' zeggen tegen iedereen die de bestaande orde kan doorbreken - iets wat Saddam ongetwijfeld heeft gedaan. Je vindt ze bij de linkse oppositie, die nauwelijks van belang is. Je vindt ze bij de Moslim Broeders en hun nog extremere politieke verwanten. En je vindt ze zelfs in de overheid en bij het leger. Vandaar dat president Mubarak het deze week noodzakelijk vond om te verklaren dat als Israel aan de komende oorlog deelneemt - hij bedoelde zonder dat het aangevallen is - Egypte zijn politiek in de Golfcrisis zou herzien.

Zijn mededeling kwam nadat Al Sha'ab, het blad van Ibrahim Shukry's Arbeiderspartij, een lang verhaal had afgedrukt van de bekende schrijver Adel Hussein, vroeger een democraat, thans een fundamentalist. Adel Hussein stelde dat Mubarak wel eens hetzelfde lot zou kunnen ondergaan als wijlen president Anwar Sadat, omdat ook Mubarak nu een pion dreigt te worden van de Amerikaanse en de Israelische politiek. Waarom had de president alleen Saddam en niet ook aan de Amerikanen gevraagd soepelheid te betrachten? Wordt Egypte, zoals het er nu naar uitziet, gedwongen om zij aan zij met Israel te vechten onder Amerikaans opperbevel? Zullen de VS en Israel toestaan dat er andere dan hun eigen doelen worden verwerkelijkt? Adel Hussein vroeg dan ook de islamitische geestelijkheid een heilige oorlog, een jihad, uit te roepen omdat de crisis niet alleen maar Irak en Koeweit betreft, maar de heiligste plaatsen van de islam worden bedreigd.

In feite is de linkse oppositie het met deze analyse, maar dan minus God en godsdienst, eens. Want, zo legde een leider van de Tegamma-partij uit, “als Israel een kankergezwel is en Saddam een ernstige virusgriep, welke ziekte moet je dan het eerst bestrijden? Ik denk dat een arts eerst de griep zou willen aanpakken, maar mijn zienswijze wordt niet door iedereen gedeeld”

Deze discussie had plaats aan de vooravond van een internationaal Islamitisch Volkscongres in Bagdad van 350 delegaties uit de hele wereld, waar volgens de Iraakse minister van godsdienstzaken “het islamitische antwoord op de Amerikaanse agressie” werd besproken, alsmede “de bezoedeling van de heilige plaatsen door de ongelovigen”.

Op de bijeenkomst riep de Palestijnse sjeik Asad al-Tamimi, leider van de zeer extremistische Jihad Islamiya-groepering in Jordanie, op om Saddam tot kalief, dat wil zeggen politiek en geestelijk leider van de islamitische wereld te benoemen.

Tegelijkertijd werd in Mekka, in Saoedi-Arabie, eveneens een internationale Islamitische Volksconferentie gehouden, waar de hoogste moslim-dignitarissen van Egypte Saddams agressie veroordeelden en hem verzochten de weg van de vrede en van de islam weer te bewandelen. De Egyptische minister van godsdienstzaken verklaarde daar dat “zij die de oproep van Saddam volgen, medeplichtig worden aan een misdaad”.

De strijd in de Arabische wereld om het leiderschap wordt steeds meer gevoerd in dienst van God, de Barmhartige, nog voordat de oorlog is uitgebroken.

    • Michael Stein