'Ik heb gekozen voor mijn gezin'; Vrouwen in Haagse wijk voelen weinig voor betaald werk

DEN HAAG, 12 jan. - “Ook nog een beetje een baan erbij? Ik zou niet weten hoe ik dat moest doen. Nee, daar ben ik hartstikke tegen. Dan wordt je leven helemaal zo'n verplichting.” Marian (35) staat kleumend tegen het hek geleund in de Haagse Stortenbekerstraat waar ze wacht tot haar kinderen uit school komen.

Haar vriendin Rini, die ook wacht, is in de auto blijven zitten. Ze stookt de verwarming flink door en geeft commentaar uit het open raampje: “Ik heb gekozen voor m'n gezin. Daar wijd ik me volledig aan.” Ze ziet niet in waarom ze daarnaast betaald werk zou moeten zoeken. “Mag dat dan niet meer of zo? Gewoon huisvrouw zijn, en voor je man en je kinderen kiezen?”

Onder de vrouwen in de Haagse Schilderswijk kan het rapport dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) donderdag uitbracht niet op veel bijval rekenen. In dat rapport onderzoekt de raad de mogelijkheden om de deelname aan betaalde arbeid in Nederland te vergroten. Een van de uitgangspunten van het rapport is dat steeds meer vrouwen die nu in het huishouden werken, betaald werk willen gaan doen. “De gezins- en kostwinnersfilosofie verandert”, zo stelt de WRR vast. Het beeld van het gezinnetje met de man als kostwinner en de vrouw voor het huishouden-en-de-kinderen is zo langzamerhand achterhaald.

De maatregelen die de WRR in zijn rapport voorstelt om vrouwen weer aan het werk te krijgen, hebben dan ook als leidraad de “verdergaande financiele verzelfstandiging” van vrouwen. De raad stelt voor de 'kostwinnerselementen' uit de sociale zekerheid, het belastingstelsel en het minimumloon te schrappen. Ervan uitgaande dat van het minimumloon geen gezin onderhouden hoeft te worden, zo redeneert de raad, kan het met 30 procent omlaag.

Ook stelt de raad voor het 'overdrachtsbeginsel' in de belastingen af te schaffen. Daardoor krijgen kostwinners geen fiscale voordelen meer op het onderhouden van hun niet-werkende partners. Dit zou uiteindelijk 100.000 vrouwen doen beslissen een baan te gaan zoeken. De maatregelen sluiten volgens de raad aan bij de individualisering van de samenleving.

“Gelul”, vindt Marian. “Ik doe hier op school nu al een paar jaar vrijwilligerswerk als hulp-ouder. Het is dus niet zo dat ik stilzit. Ik heb hiervoor gekozen. Ik heb met m'n man afgesproken dat ik ga werken met de kinderen. Dat is werk dat ik uit liefde doe. Daarvoor hoef ik niet betaald te worden. Het is heus niet zo dat als ik zou willen werken, ik dat niet zou mogen. Ik vind het gewoon niet goed. Niet voor mezelf en niet voor de kinderen.”

Marian leeft van het salaris dat haar man als chauffeur verdient. Dat is niet veel, maar “genoeg”. En, zegt ze: “We hebben ervoor gekozen”. Als het inkomen van haar man door invoering van de maatregelen die de WRR voorstelt omlaag zou gaan, dan zou ze wel betaald gaan werken - “Voor m'n gezin doe ik alles” - maar ze zou het niet eerlijk vinden. “Dat lijkt een beetje op dwang, he?” Haar vriendin knikt beamend uit het autoraampje: “De rijkere vrouwen zullen daar geen last van hebben.”

Voor de school wordt het steeds drukker. Steeds meer moeders komen hun kinderen ophalen. Geen van de vrouwen doet betaald werk. “Hoe moet dat dan met de kleine?” vraagt een jonge moeder met een paardestaart. “Ze zitten de hele dag al op school. Dat vind ik zat. Moet je die schapen dan tot vijf uur de straat opschoppen omdat moeder zonodig moet werken?”

Een van de zaken die de WRR aanbeveelt om meer vrouwen naar de arbeidsmarkt te loodsen is scholing. Een moeder bij de school vertelt dat ze leeft van een bijstandsuitkering. Bij de sociale dienst hadden ze haar aangeraden een baan te zoeken. “Eerst moest ik dan iets met scholing doen, en dan een volledige baan.” Ze was net zo blij dat ze van school af was. “Dat ken ik toch helemaal niet, scholing?” Dus zou het toch iets als schoonmaken worden. “En de kinderen in de naschoolse opvang. Dat doe ik toch ook? , zegt dat mens van de dienst. Nou, daar voel ik dus absoluut niets voor.”

“Ik ben heus de beroerdste niet”, zegt een andere vrouw. Ze draagt een zware boodschappentas. “Maar ik zie niet hoe het ik zou moeten doen, werken. En dan boodschappen doen, koken, afwassen, en ook nog aandacht aan de kinderen geven.” Van de in het WRR-rapport geschetste 'beweging tot een gelijkwaardiger taakverdeling' tussen mannen en vrouwen, is in de Schilderswijk niet veel te merken: “Mijn man laten afwassen? Als die vent van mij om zeven uur thuiskomt, dan ga ik hem niet vragen om zijn armen nog eens in het sop te steken.”

Veel moeders van Surinaamse en Turkse afkomst staan bij een school verderop in de straat. Ook deze moeders doen geen betaald werk. “Mijn man wil liever niet dat ik buiten werk”, zegt Sekije, een jonge Turkse vrouw. Ze heeft vier kinderen. “Als ik buiten werk kan ik niet voor de kinderen zorgen.” Ze is heel blij dat ze geen baan hoeft te zoeken. “Want eigenlijk mogen vrouwen van onze godsdienst niet buitenshuis werken.”

Juliet daarentegen zou best willen werken. Ze is een Surinaamse vrouw van hindoestaanse afkomst. Minder thuis zitten en meer zelfstandig zijn wil ze best. “Maar dan zullen ze toch eerst voor opvang moeten zorgen. In deze buurt is er helemaal niks. En daarbuiten zijn er wachtlijsten.”

Ook de WRR stelt in zijn rapport dat gebrek aan kinderopvang de grootste barriere vormt voor vrouwen om betaald werk te zoeken. De raad stelt daarom een groei van de opvangcapaciteit voor die “vanaf l992 tenminste 3 a 4 procent moet bedragen”. Juliet wil “eerst nog wel zien” dat dat gebeurt. Maar dan komt de school uit. Rustig praten is er niet meer bij. Jongens steken rotjes af, een ophaalwagen voor grof vuil komt voorbij. “Weet je wanneer ik misschien ga werken? ”, zegt Juliet door het geraas. “Als de kinderen groot zijn.” Ze pakt haar kleuters bij de hand en loopt de straat uit. “Boodschappen doen”, roept ze lachend.

    • Marjon van Royen