IEA verkoopt bij oorlog olie

PARIJS, 12 JAN. Als er oorlog komt in het Midden-Oosten zullen de regeringen van de Westerse industrielanden en Japan binnen twee weken hun strategische voorraden aanspreken en tegelijkertijd maatregelen nemen om het verbruik van brandstoffen te beperken.

Dit heeft het bestuur van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) gisteren in Parijs besloten. Per dag worden twee miljoen vaten olie uit de strategische voorraden verkocht. Door besparingen moet bovendien nog een half miljoen vaten per dag minder aan olieprodukten worden verbruikt.

Nederland zal per dag 32.000 vaten bijdragen aan het noodprogramma van het IEA. De regering verkoopt 25.000 vaten per dag uit de strategische reserves. De overige 7.000 vaten moeten uit zuiniger gebruik komen, voor het grootste deel uit de transportsector (motorverkeer). Het huidige verbruik in Nederland ligt op 500.000 vaten per dag. Begonnen wordt met een oproep aan het publiek tot vrijwillige beperking, door selectiever autogebruik en minder hard rijden. Een snelheid van 90 in plaats van 120 kilometer op de autosnelwegen levert al een forse besparing op.

Tien dagen na het begin van gevechtshandelingen komt het IEA-bestuur in spoedzitting bijeen om te bezien of deze maatregelen voldoende effect sorteren. Eventueel kan dan worden besloten tot een verplichte beperking van het autogebruik, aldus directeur-generaal energiezaken van het ministerie van economische zaken mr. C. Dessens die Nederland in Parijs vertegenwoordigde. Voorlopig zijn er ruime voorraden olie en brandstoffen, maar bij een langdurige verstoring van de aanvoer kan worden besloten tot een verplichte lagere maximum-snelheid, autoloze zondagen en distributie van autobrandstoffen.

Volgens de directeur oliezaken van het IEA, Quincey Lumsden, zal het bestuur zijn beleid verscherpen als de olie-aanvoer aanzienlijk minder zou worden door oorlogshandelingen. Deskundigen in de industrie zijn vooral bezorgd dat de grote olie-installaties in oostelijk Saoedi-Arabie onklaar worden gemaakt door Iraakse raketaanvallen.

Voor het eerst sinds zijn oprichting in 1974 heeft het IEA een noodprogramma aangekondigd. De maatregelen zijn gebaseerd op afspraken en nog niet op de statutaire bevoegdheden van het agentschap. Pas bij een vermindering van de olie-aanvoer met ten minste zeven procent kan het IEA maatregelen nemen die alle lidstaten verplichten tot minder energieverbruik.

Volgens de fungerend voorzitter van het agentschap, de Britse staatssecretaris voor energiezaken, Geoffrey Chipperfield, wil het IEA bij het uitbreken van een oorlog met dit noodprogramma een duidelijk signaal aan de consumenten en de markt geven dat er met gebruikmaking van de strategische voorraden voldoende olie is. In totaal beschikken de Westerse landen en Japan over een miljard vaten aan strategische voorraden. Daarmee kan de olievoorziening desnoods meer dan een jaar worden aangevuld. De commerciele voorraden zijn goed voor meer dan honderd dagen consumptie. Volgens Quincey Lumsden blijken deze voorraden aanmerkelijk groter te zijn dan de 98 dagen consumptie die de afgelopen week in de rapportage van het IEA over de maand december werden genoemd. “Elke dag krijgen we nu nieuwe berichten binnen van meer voorraden, ook over meer dan vijftig tankers vol met onverkochte olie.”