Heymeric

Eenheid in de tegendelen. Heymeric van de Velde

Uitgegeven, ingeleid en van aantekeningen voorzien door M. J. F. M. Hoenen

153 blz., Ambo 1990, f 27, 50

ISBN 90 263 0882 5

De filosoof Heymeric van de Velde (1395-1460) werd geboren in Son in Noord-Brabant. Hij was een produktief schrijver - er zijn zo'n vijftig werken van hem bekend. Heymeric schreef in het Latijn, zoals gebruikelijk was in zijn tijd. De vertaling van enkele van zijn teksten verschijnt nu in de reeks 'Geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland'.

Het aardige van deze serie is dat men onder de twintig besproken denkers niet alleen bekende namen als Erasmus, Coornhert en Vossius aantreft, maar ook onbekende als Johannes Buridan en Heymeric van de Velde. Overigens is het 'Nederlandse' aan Heymeric eigenlijk alleen zijn geboorteplaats, want in 1410 vertrok hij naar Parijs voor zijn filosofische vorming, en in 1422 naar Keulen. Daar bracht hij het tot magister in de theologie; hij werd er hoogleraar, en in 1432 werd hij benoemd tot rector van de universiteit.

Niet bekend

In zijn inleiding schetst Hoenen hoe Heymeric in de geschiedenis van de wijsbegeerte een belangrijke schakel vormt in de anti-aristotelische traditie; de basis van zijn denkwijze is het middeleeuws neoplatonisme. Binnen de terminologie van het neoplatonisme worden de woorden 'God' en 'Schepping' sporadisch gebruikt. Zij worden vervangen door 'Eerste Oorzaak' en 'emanatie'. Het universum stroomt voort uit God. Zo kan Heymeric een wijsgerige verklaring geven voor de bijbelse omschrijving 'door Hem, met Hem en in Hem', verduidelijkt Hoenen. God is niet een uitsluitend transcendente instantie (vermoedelijk doelt Hoenen op een tekst van Paulus uit Handelingen, waarin gezegd wordt: “ Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij” ). Spinoza, wiens Ethica doortrokken is van de Eerste Oorzaak, zal in elk geval deze tekst uit Handelingen aanhalen als verdediging van zijn opvatting dat God een immanente en geen transcendente oorzaak is.

De fascinatie door de gedachte aan de oorspronkelijke eenheid achter de veelheid en tegenstrijdigheid van verschijnselen in de werkelijkheid is ook te vinden bij Nicolaas van Cusa (1400-1464), ook wel aangeduid als Cusanus.

Cusanus' naam is wel bekend gebleven, en hij staat aangeschreven als een vernieuwend denker. In 1425 liet Nicolaas van Cusa zich inschrijven aan de universiteit van Keulen. Er is van hem bekend dat hij werken van Heymeric in zijn bezit had. Mogelijk heeft hij college bij Heymeric gelopen.

Cusanus' godsleer is gebaseerd op het begrip 'coincidentia oppositorum': in God vallen alle tegenstellingen samen. Deze gedachte is terug te vinden in Heymerics Handboek van de goddelijke dingen, dat in de vertaling is opgenomen.

Hoenen heeft Fundamenteel theoretische leerstellingen betreffende het gehele universum vertaald. Dit traktaat draagt de sporen van de ideeen van Raymundus Lullus (circa 1232-1316) door de indelingen in drietallen en het concept van de eenheid van theologie en filosofie. Cusanus maakte aantekeningen bij Heymerics Fundamenteel theoretische leerstellingen. Het is mogelijk dat hij via Heymeric in contact kwam met de gedachten van Lullus.

Hoenen besteedt in zijn inleiding veel aandacht aan die invloeden van Heymeric op Cusanus. Daarom is het jammer dat hij naast een tekst van Heymerics tijdgenoot Gerard van 's Heerenberg (die Heymeric kritiseerde) niet ook een fragment opnam van Cusanus. Bijvoorbeeld uit De docta ignorantia. Anderzijds: er is van en over Cusanus al veel gepubliceerd. Bovendien heeft Hoenen zijn boek voorzien van veel noten, en beschouwt hij de vertalingen als voorlopig. Er bestaan namelijk nog geen moderne kritische edities van de vertaalde teksten. De belofte in het voorwoord dat Eenheid in de tegendelen laat zien hoe en waarom men zich aan het einde van de middeleeuwen van het aristotelisme afkeerde, wordt in elk geval waar gemaakt.

    • LIes de Regt