Diep tevreden

Er is een soort tevredenheid die te groot is voor je brein. Geluk noem ik het niet. We weten dat die toestand bestaat maar we zijn nooit helemaal zeker of we er werkelijk zijn aangeland. Tevredenheid, zelfs in overmaat, blijft definieerbaar.

De tevredenheid van het soort dat ik bedoel - de onverwachte overstelpende intensiteit ervan - overkwam me voor het eerst toen ik een jaar of zeventien was en op een mooie ochtend in mei om een uur of vijf naar huis liep. Geen mens op straat, het hele vogelkoor was voor mij alleen aan het zingen en ik had het meisje naar huis gebracht op wie ik zo verliefd was dat ik de overtreffende trap uitgesloten achtte.

Daarna heb ik die tevredenheid nog wel een paar keer of meer meegemaakt, altijd bij verrassing, want het belangrijkste objectieve kenmerk ervan is misschien wel dat je het niet kunt construeren. Verzamel alle omstandigheden en benodigdheden, druk op de knop van je gevoelscomputer en er gebeurt niets. Laat gods water over gods akker lopen, stel je verwachtingen op nul, of doe dat zelfs niet eens, en plotseling zie je dat er bent aangekomen. Reconstructie van de weg erheen is betrekkelijk eenvoudig; vandaar dat we bij vergissing vaak denken dat het ook gemakkelijk is er te komen.

Hoewel ik besef dat het niemand zal helpen, vertel ik toch hoe het me deze keer is overkomen. Ik ging naar New York in de hoop, daar wat dichter bij de ontwikkeling van de wereldgeschiedenis te zijn dan in Amsterdam. Vliegvelden en vliegen hebben me nog nooit in een slecht humeur gebracht, hoezeer sommige maatschappijen daarvoor ook hun best hebben gedaan. Voor het vertrek heeft ieder mens altijd meer te doen dan wanneer het leven gewoon door gaat, dat komt door onze ingeboren luiheid, en deze keer was het extra verschrikkelijk met me gesteld, maar juist op het nippertje werd ik geprezen door iemand die ik vertrouw en daardoor verdween al die ergernis van de haast alsof er tegen geblazen was. Zo zie je meteen dat het geen belangrijke ergernis geweest kon zijn.

Terwille van het verhaal en niet met de bedoeling op te scheppen, moet ik nu verklaren dat ik in de 'business' klasse zat. Nooit begrepen waarom 'business' belangrijker zou moeten zijn dan 'economy' maar zo heeft de IATA het gewild. Daar zat ik, en opeens kreeg ik het gevoel dat ik tot nabob was bevorderd en niet alleen dat. Ik had nooit vermoed dat ik zo'n charmant baasje was dat zoveel vriendelijke bejegening kon uitlokken. Daarbij een ruime zetel, uitstekende gebakken garnalen, een taartje toe en koffie zoveel ik maar wilde.

Het vliegtuig vloog intussen al een uurtje met een snelheid van 1000 kilometer op een hoogte van 11 kilometer en had daarbij ongeveer 25.000 liter kerosine verbruikt. De gezagvoerder, de heer Jansen, vertelde dat we over Goose Bay even ten zuiden van Groenland zouden vliegen. Ik keek naar buiten en overzag de wolkenvelden. Heel veel verder trok een puntje een witte streep tegen het blauw en een beetje lager ging er nog een. Het leek wel of het allemaal voor mij persoonlijk was in- en aangericht, zoals vroeger het vogelkoor en opeens vroeg ik me af waaraan ik dat eigenlijk had te danken.

Wie dit denkt, weet dat de overmaat van tevredenheid zich van hem heeft meester gemaakt.

Aan deze toestand valt niets toe te voegen.