De stroperige staat (2)

Nederland functioneert al meer dan een jaar zonder staatssecretaris voor midden- en kleinbedrijf. De winkels gaan nog steeds dicht wanneer overdag werkende mensen tijd hebben om boodschappen te doen, en ook anderszins heeft het schrappen van deze hoge functie noch in het bedrijfsleven noch op straat schokgolven veroorzaakt.

Sterker nog: geluiden binnen en buiten het ministerie van economische zaken getuigen van een zekere tevredenheid. De zaken lopen eerder soepeler dan moeizamer. Er lijkt sprake te zijn van een weinig besproken maar geslaagd voorbeeldje van stroomlijning van de overheidsadministratie.

Het kan dus wel. Niet alles in centralistisch Nederland blijft zoals het was. Een langzamerhand al weer oud voorbeeld van werkelijke verandering is de 1 januari '89 ingegane privatisering van de PTT. De weinig behulpzame manier waarop telefoonstoringen thuis sindsdien worden aangepakt moet gezien worden als een kinderziekte, overcommercieel gedrag op een markt met nog steeds maar een aanbieder. En nog steeds is het slecht gesteld met het aantal werkende openbare telefooncellen, maar investeringen komen er aan.

Belangrijker nog: de huidige explosie van nieuwe vormen van bedrijfsmatig en particulier telefoongebruik zou door een PTT in de oude verhoudingen waarschijnlijk niet eens verwerkt kunnen worden. Een investeringsachterstand van jaren wordt eindelijk ingehaald.

De Postbank is nog directer het harde leven van de markt ingegaan en ziet zich in samenwerking met de NMB genoodzaakt meer op automaten en minder op mensvriendelijke loketdiensten te mikken, straks als sterk gecomputeriseerde verzekeringsagent voor de Nationale Nederlanden. Het kost ongetwijfeld een deel van het vertrouwen dat de postbankleeuw in de huiskamer had opgebouwd, maar de Rijkspostspaarbank en de Postcheque- en Girodienst hadden hun tijd gehad: bankieren is de laatste bezigheid die via het nationale afroomcircuit hoeft te lopen.

De PTT is in sommige opzichten een goed voorbeeld van waar de Nederlandse variant van de gemengde overlegeconomie toe heeft geleid. Voor de privatisering werd de nationale garantie van dienstverlening bij de bezorging van brieven, gesprekken en betalingen vooropgesteld. Degelijkheid voor het algemeen belang, maar wel onnodig duur. Zonder veel politieke discussie maakten wij jaar in jaar uit collectief misbruik van onze eigen afhankelijkheid van dergelijke diensten door er flinke sommen geld van af te pakken. Om de lopende rijksuitgaven mee te dekken.

Pas toen de dienstverlening merkbaar achterop begon te raken bij wat internationaal mogelijk en gewoon werd - vooral op telefoongebied - kreeg de commissie-Steenbergen de kans voorstellen voor een vrijer telecommunicatiebestel te formuleren. (Nadat eerst het in zuilenland bekende bureau McKinsey zijn tanden op deze Hollandse materie had fijngebeten.)

Het meest fascinerend aan de PTT-privatisering is niet de route die de commissie aanwees, maar de vraag waarom die gematigd marktconforme route, met betrekkelijk kleine amendementen, werd geaccepteerd door de politiek en de bonden. De tijd is wel voor meer vernieuwingen rijp, de omroep is lang niet het enige voorbeeld. Dat de WAO kolossaal uit de hand loopt is tijdens de jaren tachtig in alle kabinetten-Lubbers vrijwel permanent aan de orde geweest.

Het antwoord is waarschijnlijk dat de struikroverij op de PTT al tijd wel handig was, maar geen belangengroep bevoordeelde of in leven hield. Hoogstens hadden bedrijfsleven en Consumentenbond kunnen klagen over de tekortschietende service. Het laten vieren van de teugels bij de PTT was een kwestie van welbegrepen landsbelang zonder dat een getroffen groep een beroep kon doen op een nationaal taboe of gevestigd ritueel waar politieke partijen niet doorheen durven te struinen.

Dat is wel anders bij het heilige Wonen in Nederland. Toen premier Lubbers bij de voorbereiding van de Tussenbalans binnen het kabinet een (in deze krant uitgelekt) ideetje ventileerde dat de aftrekbaarheid van hypotheekrente zou beperken, stond driekwart van georganiseerd Nederland op de achterste benen. In Vrij Nederland van deze week zegt hij dat hij weer verkeerd geciteerd was, maar dat krijgen boodschappers al sinds lang voor de invoering van de basisvorming naar hun hoofd.

Eigenlijk telefoneerden we te duur omdat we te goedkoop woonden. En we wonen nog steeds te goedkoop, of te duur maar gesubsidieerd. We zijn voorzichtig op weg naar meer realistische PTT-prijzen, maar de gevestigde belangen op woongebied beletten dat voor de huisvesting. Die belangen zijn stevig vergroeid in vaderlandse structuren, die zich door het enkele verloop van de tijd en zelfs door gewijzigde omstandigheden niet zomaar laten slechten.

De romantiek van de naoorlogse woningnood is allang voorbij. Maar de verwevenheid van staat en markt gaat onverminderd door. In de beginjaren moest de bouw worden gesubsidieerd om het volk snel te huisvesten, al doende werd het werkgelegenheidsargument in de bouw klemmender en sindsdien hebben de woningbouwcorporaties, de pensioenfondsen en de aannemers de zaak stevig in handen. Niemand weet meer waarom de bouw wordt gesubsidieerd. In de praktijk om de risico's van de aannemers te beperken.

Dit feest voltrekt zich al jaren buiten de verhitte aandacht van het parlement - tot de om miljarden verlegen regering overweegt een steentje uit het bestel te trekken. De bewoners mogen met individuele huursubsidies van de publieke geldstroom genieten op grond van het gelijkheidsbeginsel, de corporaties kunnen op hun deel van de poet rekenen op grond van het corporatistische beginsel (alles samen in het maatschappelijk middenveld) en de aannemers mogen profiteren omdat het hier toch een vrije economie betreft.

Zo draait de carrousel met ons eigen geld via de verdelende hand van de staat vrolijk rond, iedereen geniet van de rechtvaardigheid, de sfeer van solidariteit en wee degeen die vraagt naar de doelmatigheid. Het gaat toch goed? Tot ze in Zweden, Ierland en zelfs in Belgie doorkregen dat de staat niet zo veel kan lenen en zo veel kan weggeven. Wij hebben stroop om de mond en als het op besluitvorming aankomt stroop in de machine.