De astrale boodschappen van Godfried Bomans

Omdat het in december aanstaande twee decennia geleden zal zijn dat de schepper van Pa Pinkelman en Tante Pollewop overleed, wordt dit het jaar van de grote Bomans-herdenkingen. Sinds het verscheiden van de beweende auteur is herhaaldelijk geprobeerd diens stem langs mediamieke weg vanuit het hiernamaals op te wekken. Bomans' broer Jan Arnold verscheen er ooit zelfs mee op de televisie. Hij was helemaal naar Engeland gereisd ten einde via een dame, die vanwege haar spiritische gaven wereldberoemd is, met de overledene te communiceren.

Het lukte niet. “Godfried kwam niet door.” De broer liet de moed niet zakken en speurde nog even verder langs het spoor dat hem verder zou kunnen helpen. Het boekje dat hij naderhand over zijn vergeefse zoektocht door het bovenaardse publiceerde, zou Jeroen Brouwers (in: De spoken van Godfried Bomans, 1981) “schots en scheef in elkaar gestampt, scrabeus en walgelijk” noemen. Het beviel Brouwers niets, dat gekoketteer met enige tovertollen in Nederland, van wie de ene door Godfried uit zijn graf was uitverkozen om haar van alles te 'dicteren', de andere met de ontslapen Godfried een soort correspondentie onderhield, de derde met een geheimzinnig schilderij voor de dag kwam, en het had geen einde. Hoewel volksschrijver Bomans, voor zover bekend, geen bijzondere belangstelling voor occulte zaken koesterde, wordt zijn geest sedert zijn afscheid in 1971 vanuit raadselachtige motieven nog steeds veelvuldig door aanhangers van het paranormale gedachtengoed geconsulteerd. Het heeft inderdaad geen einde. Op die manier kan de man zelfs na zijn dood niet van een welverdiende rust genieten.

Zo dwarrelde in juni 1988 vanuit de hemel een opmerkelijke brief neer ten burele van de Amsterdamse uitgeverij De Boekerij, waar ondermeer het voormalige boekenfonds van het Elsevier-concern is ondergebracht. Gezeten op een gouden troon, hoog boven een bed van roze wolken, bleek Godfried Bomans nog immer produktief. “Geachte heer”, zo schreef hij de uitgever, “ingesloten zend ik u enige stukjes, betrekking hebbend op het leven waarin ik thans ben. Gaarne zie ik van u de plaatsing tegemoet en verblijf, als steeds, Godfried Bomans.” Als 'postadres op aarde' had hij een zekere straat in Baarn opgegeven. Daar woonde de mediamiek ingestelde Jannie Koopmanschap, aan wie hij zijn berichten dagelijks om klokslag twaalf uur 's middags doorgaf. Zij typte op ringband-velletjes woord voor woord uit wat Bomans haar influisterde. Elke week stuurde zij een nieuwe zending kopij naar de uitgeverij. Zo groeide binnen een half jaar een manuscript van meer dan honderd pagina's, dat volgens de inzendster gerust als een postuum boek van de populaire auteur mocht worden uitgegeven. Bomans had haar laten weten dat hij 'dolblij' zou zijn als op die manier na zijn dood de band met zijn trouwe lezerspubliek kon blijven bestaan.

Het eerste pakket notities keerde, voorzien van het stempel 'onbestelbaar' naar de afzendster terug. Ze had het naar de Korte Kromgracht te Haarlem gestuurd waar uitgeverij Elsevier in een grijs verleden kantoor hield. In de hemel weten ze veel, maar ook daar worden wel eens vergissingen gemaakt, zo bleek uit het kattebelletje dat de eerste zending van mevrouw Koopmanschap vergezelde: “Dit schrijven was aanvankelijk volgens opgave van de heer Godfried Bomans naar uw oude adres gezonden. De heer Godfried Bomans heeft zelf uw nieuwe adres achterhaald.

Het merendeel van de literaire schetsen die de schrijver onder de werktitel Van Gene Zijde (zo zou de samen te stellen bundel heel goed kunnen gaan heten) aan zijn medium deed geworden, betreffen de paradijselijke staat waarin hij zich sinds 1971 bevindt. “Wij die aan Gene Zijde wonen gaan ook op reis en dat doen we heel goed”, dicteerde hij aan Jannie Koopmanschap. “Wij hoeven geen afstanden af te leggen in auto's, treinen of vliegtuigen. Bij ons gaat dat veel gemakkelijker. We kiezen een mooi punt uit. We denken even aan dit punt en klaar, we zijn er. We hebben geen dag en nacht. Slapen doen we niet. We zijn nooit vermoeid. Onderweg komt men overal zitjes tegen. Dus geen restaurants, zoals op aarde, nee, gewoon even zitten en de natuur bewonderen. Wel kan men daar vruchtensappen drinken. Zonder betaling natuurlijk, want geld hebben we niet.”

Het glas goede wijn, dat Bomans tijdens zijn leven zo graag lustte, miste hij in begin wel: in de hemel wordt helaas geen alcohol geschonken. Koffie of thee trouwens ook niet. Er is 'voor de gezelligheid' alleen vruchtensap, dat iedereen in flinke hoeveelheden tot zich neemt. Het kroeg-aforisme “In de hemel is geen bier, daarom drinken wij het hier” blijkt dus helemaal te kloppen. Maar na twintig jaar drooglegging staat Bomans nauwelijks meer stil bij het ontberen van aardse geneugten: “Eten doen we niet. We hebben geen eten nodig. Alles van de aarde wordt op den duur vergeten. Er zijn zoveel betere zaken voor in de plaats gekomen, dat men ten slotte ook niet meer terug verlangt.”

Op al die wereldse feesten, waarin hij luidruchtig zijn partij placht mee te blazen, kijkt Bomans nu met gemengde gevoelens terug. “Soms deed ik voor de uiterlijke schijn mee, maar dan vierde ik in mijn hart nog lang geen feest. Dan waren er bijvoorbeeld financiele moeilijkheden, ziekte van een naaste, noem maar op - er was op aarde altijd wel iets dat het echte feestvieren in de weg stond. Nee, dat is anders bij ons. Als we hier onder vrienden een gezellige avond hebben, dan is het echt feest. We hebben geen zorgen meer, dus kunnen altijd vrolijk zijn. Het is dus logisch dat de hele stemming anders is dan op aarde. Iedereen is hier blij met alles. Dit is fijn te ervaren. Later zult u het met mij eens zijn.”

In januari 1988 - toen de eerste contacten plaatsvonden - had Bomans al aan zijn Baarnse postadres laten weten dat er aan Gene Zijde ook wel eens problemen zijn. “Maar ik moet er bij zeggen dat alles zeer soepel wordt afgehandeld. Burenruzies, zoals op aarde, komen hier praktisch niet voor. Dat komt doordat men niet naast elkaar woont. Een ieder beschikt over een vrij huis met rondom een tuin. Boven- en onderburen bestaan niet. De afstand van het ene huis naar het andere is zo groot, dat men elkaar onmogelijk kan horen. Dus heeft men ook geen last van elkaar. Wel kunnen zich geschillen voordoen, bij voorbeeld in werkplaatsen van fabrieken, maar dat is altijd snel opgelost. Als zich daar eventueel een ruzie voordoet, wordt de hulp van een der leiders ingeroepen, die het gehele verloop onderzoekt. Na enige bespreking komt men dan al gauw tot een vergelijk en wordt de ruzie teniet gedaan. Degenen die de ruzie hebben veroorzaakt, gaan dan als goede vrienden verder.”

De aarde zou er goed aan doen als ze een voorbeeld aan de hemel nam, doceerde Bomans: iedereen is daar gelukkig, oorlogen worden niet gevoerd, zeehondjes hoeven niet voor hun leven te vrezen en water, bodem en lucht zijn niet verontreinigd door schadelijke stoffen. “En als uw beroep u op aarde heel goed is bevallen, dan kan dit in veel gevallen hier voortgezet worden”, vertelde Bomans aan zijn medium, dat namens hem alles gretig in haar cahier noteerde. “Zelf ben ik ook hier een succesvol schrijver, al gaan mijn verhalen nu natuurlijk vooral over dingen die zich aan Gene Zijde afspelen. Werkloosheid, zoals op aarde, komt hier niet voor. Alleen de mannen werken, de vrouw blijft thuis. Vrouwen die niet getrouwd zijn worden echter aan een passende baan geholpen. Men heeft veel vrije tijd, want een dag telt hier werkelijk vierentwintig uur - dat komt doordat men niet slaapt. Koude, wind, storm, hagel, regen of sneeuw kennen we niet. Het is altijd prachtig weer, de natuur is overal even schitterend, dus wat dat betreft kan er volop genoten worden. Er zijn hier clubs op allerlei gebied. Bij uw komst hier kunt u hierover alle inlichtingen krijgen die u wenst. Voetbal wordt hier niet gespeeld omdat het een iets te ruwe sport is. Wel tennis en andere balsporten. Er zijn vele concerten en theatervoorstellingen. Alles is kosteloos te bezoeken. Het is wel gebruikelijk, nee, men kan beter zeggen: noodzakelijk, dat men zich aan de gewenste kleding houdt, zoals dat vroeger op aarde ook de gewoonte was. Op aarde komt het tegenwoordig voor dat men in de kleding van alledag een concert of een toneelstuk bezoekt. Hier niet. Er wordt hier prachtige kleding gemaakt. De diverse stoffen komen van de fabrieken, vandaar gaan ze naar de ateliers waar alles verwerkt wordt. Veel mensen die op aarde coupeur waren, werken hier ook als zodanig.”

Kort en goed, Godfried Bomans heeft het daar boven uitstekend naar zijn zin. Er is eigenlijk maar een ding dat hem minder bevalt: in de hemel wordt niet gesproken en Bomans hoorde zichzelf, zoals bekend, graag praten. “Wij denken en elke gedachte wordt door een ander opgevangen. Maar u zult zien dat ook deze handicap na een paar dagen oefenen is overwonnen. Men spreekt met de gedachten minstens zo goed als met al die gesproken woorden. Nee, alles gaat hier gemakkelijk. Men is tegemoetkomend en alles is prima geregeld. Dat wilde ik maar even zeggen voordat u hier komt. Als u eenmaal hier bent, zult u dat volledig met me eens zijn. Laten we zeggen: tot ziens.”

Ik had Jannie Koopmanschap, die deze (en nog veel meer) 'astrale boodschappen' van Godfried Bomans optekende, graag persoonlijk willen ontmoeten. Maar dat het daarvoor te laat is bleek pas, toen ik het telefoonnummer draaide dat boven elke brief aan de uitgever stond. Er nam een man op die zei dat de vorige bewoonster zo'n twee jaar geleden op hoge leeftijd was overleden. Op 23 november 1988 stuurde ze haar laatste levensteken aan uitgeverij De Boekerij. “Echt, u zult hier vreselijk genieten”, had Bomans haar beloofd. Het boek dat hij postuum schreef wordt overigens niet uitgegeven.