Dank

In jaren dat de normvervaging in Nederland nog in de kinderschoenen stond, bedacht Luud Schimmelpenninck zijn witte-fietsenplan. Overal in Amsterdam zouden witte fietsen staan, waarvan iedereen gebruik kon maken. Op de bestemming zou je de fiets gewoon buiten laten staan, zodat de volgende er op weg kon.

Het is sneller gerealiseerd dan hij zelf wellicht had gedacht. Er zijn wel enkele wijzigingen aangebracht in het plan. Zo zijn de fietsen niet wit, maar zo bont dat er hele series prentbriefkaarten van zijn uitgegeven. Eveneens in tegenstelling met de oorspronkeljke opzet is, dat iedereen zijn rijwiel met een dikke ketting pleegt vast te zetten als hij te bestemder plekke is aangekomen. Voor het functioneren blijkt dit weinig uit te maken: de volgende gaat er toch gewoon op weg. De oorspronkelijke berijder - de term eigenaar heeft onder Amsterdamse fietsers zijn betekenis verloren - ziet zich genoodzaakt een andere fiets te bemachtigen, al dan niet tegen betaling.

Een deugdelijk slot kost meestal meer dan een dikke ketting en de fiets die eraan vastzit samen, maar zorgt er wel voor dat die nog staat bij terugkeer van de berijder. Vandalisten - zij die de ideologie van het vandalisme aanhangen - zien echter steeds vaker kans in verbluffend korte tijd de banden lek te steken en-of het frame krom te buigen om het onverwoestbare slot. Gelukkig is het kostbare slot doorgaans onbeschadigd.

Je fiets onbeschadigd op dezelfde plaats aantreffen als waar je hem hebt achtergelaten leidt dan ook niet zelden tot verbazing. Bij het ontwarren van een fietsenkluwen om het eigen rijwiel te bemachtigen sprong onlangs geheel spontaan het slot van een ander open. Daar moest om gelachen worden. Dat duurde even en ondertussen kwam toevallig een blond meisje uit het cafe ernaast. Zij wendde zich ook tot de kluwen. Het was haar fiets die was ontsloten. Ze bekeek het opengesprongen slot aandachtig. Er mankeerde niets aan. Ze had het gewoon niet goed dichtgedaan. En ze woonde al wat langer in Amsterdam: “Nou, bedankt dat je hem niet gejat hebt.”