Congres bespreekt dreigende oorlog in de Golf; Vietnam-emoties laaien op

WASHINGTON, 12 jan. - Midden onder het debat in de Senaat over de Golf breekt er tumult uit op de tribune. “No war for oil”, “No war for oil”, “No war for oil”, klinkt het. Meer mensen roepen mee. Een man in een windjack met rossig haar, kale kruin en een baard wordt door de politie in de kraag gevat. Hij lijkt wel een veteraan uit de jaren zestig. Terwijl hij wordt weggesleept, blijft hij roepen en door de inspanning slaat zijn stem over tot onheilspellend wolvengehuil.

Het incident wekt ongemakkelijke associaties met het hoogtepunt van de Vietnamoorlog, toen dergelijke interrupties vaak voorkwamen. De sergeants at arms beseffen door dit incident de kwetsbaarheid voor terroristische aanvallen. Onmiddellijk komen er politieteams naar het Capitool om de beveiliging te verbeteren. De anders tamelijk ontspannen veiligheidsagenten in het Congres zijn nerveus. “Het spijt me, we moeten nu extra opletten”, zegt een veiligheidsagent nadat hij geschrokken is afgestormd op een journalist die naar de perstribune onderweg is.

Voor het gebouw van het Capitool staan vele tientallen auto's met geuniformeerde en ongeuniformeerde politie. Het toegangsplein voor het Capitool is nog slechts door een smalle, met betonnen bloembakken afgebakende weg toegankelijk. Iedereen wordt van achter autoruiten door vele ogen bekeken.

Aan de andere kant van het Capitool, onder aan de heuvel liggen demonstranten in lijkenzakken om te laten zien wat een oorlog zou kunnen betekenen. Het Pentagon zou 16.000 lijkenzakken hebben besteld. Op talrijke stadspleinen en universiteitscampussen zijn er protesttaferelen die doen denken aan de Vietnamtijd. Het verschil met toen bestaat erin dat er dit keer door Amerikaanse militairen nog geen schot is gelost. Een vrouw met een baby in haar armen vraagt zich in een toespraak tot demonstranten af: “Waarom zou haar vader moeten sterven?”

Op de vloer van de Senaatszaal werden gisteren de herinneringen aan Vietnam op tegenovergestelde wijzen geinterpreteerd tijdens een debat tussen de Democratische voorzitter van de commissie van defensie, Sam Nunn, en het vooraanstaande Republikeinse lid van die commissie, John Warner. Voor het eerst hadden beide heren, die het politiek altijd goed met elkaar konden vinden, onenigheid.

Nunn is een van de architecten van een resolutie die uitstel van militaire actie tegen Irak aanbeveelt, opdat de sancties hun werk kunnen doen. Warner was tijdens de Vietnamoorlog staatssecretaris voor de marine onder president Nixon en hij vond vooral de geringe publieke steun aan de soldaten schrijnend. “Ik herinner me de houdingen thuis uit de eerste hand, de ontvangst die we niet gaven aan mannen die ten strijde waren getrokken en thuis kwamen en we weten allemaal dat Amerika hun de rug toedraaide”, zei hij met stemverheffing. “Ik vraag je mijn vriend, wat denk je van het effect op de moraal van de vrouwen en mannen in de Golf als ze vernemen dat het Congres geen volledige steun geeft aan hun opperbevelhebber, dus ook niet aan hen?”

Nunn, nog wat onwennig in zijn rol van duif, antwoordde dat de mannen en vrouwen niet naar de Golf waren gestuurd om oorlog te voeren maar om oorlog te voorkomen. “Ik sprak in augustus nog met generaal Schwarzkopf en hij zei dat de missie was om Saoedi-Arabie te verdedigen, een oorlog af te schrikken en om het embargo af te dwingen.” In oktober zou Schwarzkopf nog hebben gezegd dat oorlog waanzin was.

Sinds president Bush het aantal strijdkrachten op 8 november heeft verdubbeld, zijn senator Nunn en andere Democraten in de oppositie gegaan. “Het was een kwestie van het opbouwen van zoveel strijdkrachten in Saoedi-Arabie dat de klok zou beginnen te tikken”, zei Nunn gisteren. Volgens Nunn moet Saddam Hussein maar niet de Amerikaanse regering onder tijdsdruk staan.

Senator Arlen Specter van Pennsylvania vroeg aan Nunn waarom hij pas zo laat kwam met deze resolutie tegen het beleid van Bush. In zijn antwoord citeerde Nunn Republikeinen die het debat toen ook wilden uitstellen. Het proces van oorlog valt evenmin te garanderen als het succes van sancties, aldus Nunn. “Van de eerste dag af vind ik een oorlog tegen Saddam gerechtvaardigd. Ik vind dat alleen niet verstandig”, zei Nunn gisteren.

Nunn gaf toe, dat hij verwacht dat hij het zal verliezen in de Senaat. Dat komt hem wel goed uit. Als de oorlogsmissie van president Bush slaagt, zal het Nunn niet worden aangerekend dat hij heeft tegengestemd. Als het mislukt, zal men zich zijn tegenstem herinneren. Dat kan van pas komen, want Nunn overweegt zich kandidaat te stellen voor het presidentschap.

President Bush heeft hevig gelobbied in de Senaat om de resolutie van Nunn en van de leider van de meerderheid van de senaat, George Mitchell, te laten wegstemmen. Hij heeft maar een handvol Democraten nodig om een meerderheid te krijgen. Enkelen zijn al overgestapt naar de Republikeinen. De Republikeinen werken inmiddels aan een resolutie die Bush tot oorlog machtigt. Zodra ze genoeg stemmen denken te hebben, dienen ze deze resolutie in.

In het Huis van Afgevaardigden heeft president Bush een veel ruimere meerderheid dan in de Senaat. De Democratische voorzitters van de commissies voor defensie en voor buitenlandse zaken, Les Aspin en Dante Fascell, en de invloedrijke links-liberale Democraat Stephen Solarz staan op een lijn met de Republikeinen.

Veel leden van het Huis van Afgevaardigden en van de Senaat klaagden gisteren over de geringe steun van de bondgenoten. “Onze bondgenoten doen mee met de stemmingen in de Verenigde Naties. Maar als ze strijdkrachten moeten sturen om de legitieme regering van Koeweit te herstellen, zijn ze er niet. Ze sturen een oorlogsscheepje hier, een mijnvegertje daar”, zei de Democratische afgevaardigde Donally uit Massachusetts. Senator Howard Metzenbaum noemde in dat verband de landen, waaronder Nederland, die in tegenstelling tot de Verenigde Staten vrijwel al hun olie uit het Midden-Oosten betrekken. Senator Nunn zei te verwachten dat Amerika in geval van oorlog 90 procent van de strijdkrachten moet leveren, omdat een aantal bondgenoten, zoals bijvoorbeeld Syrie, dan niet meer meedoet.