Confrontatie CDA-PvdA blijft achterwege

DEN HAAG, 12 jan. - Even ging er een schok door de Tweede Kamer toen premier Lubbers gisteravond het hoge woord over de Nederlandse marineschepen in de Golf sprak. De schepen mogen meedoen, zonder nader kabinetsbesluit, zo moest de premier onder druk van VVD-leider Bolkestein bevestigen.

Het geroezemoes onder de Kamerleden dat erop volgde, werd niet zozeer veroorzaakt doordat deze mededeling inhoudelijk voor hen een verrassing was. Het besluit dat het kabinet begin deze week had genomen, liet op dit punt geen twijfel bestaan. Alleen, de Partij van de Arbeid had er een eigen interpretatie aan verbonden: voor de uitvoering van de beschikbaarstelling van de schepen aan het Amerikaans commando zou nog een “nieuw besluit” ter effectuering noodzakelijk zijn.

En dat was een nieuw politiek feit, dat het ruim negen uren durende, door schorsingen onderbroken debat gisteren grotendeels beheerste. De liberale leiders Van Mierlo (D66) en Bolkestein (VVD) namen bij dit thema premier Lubbers, minister van defensie Ter Beek en PvdA-fractieleider Woltgens onder handen. Minutenlang wrong de premier zich met ontwijkende antwoorden onder aanhoudende vragen van Van Mierlo uit of er nog een 'toepassingsbesluit' nodig was na 15 januari. Bolkestein maakte het spervuur af: na lange en indringende blikken in de richting van PvdA-fractieleider Woltgens, ging de premier door de knieen en deed wat hij liever had willen vermijden: coalitiegenoot PvdA ten overstaan van tv-kijkend en meeluisterend Nederland zo hard met de waarheid van het kabinetsbesluit confronteren.

Vervolgens was minister van defensie Ter Beek aan de beurt. Deze keer was het Van Mierlo die het punt scoorde. Moest er eerst een seintje uit Den Haag komen voordat bij een gewapend conflict het commando van de schepen wordt overgedragen aan de Amerikanen? Ter Beek: “Op dat moment kan deze minister van defensie geen 'time out' aanvragen. Op dat moment moeten de commandant en de bemanningen weten waar zijn aan toe zijn. Op dat moment schuiven zij dan ook onder het uitvoerend commando van de Verenigde Staten.”

Voordat ook PvdA-fractieleider Woltgens door de knieen ging, werd er op diens verzoek een uur geschorst. De socialisten moesten koppen tellen en zich de vraag stellen of zij het op een confrontatie met het CDA wilden laten aankomen. Dat bleek niet het geval. Woltgens dekte zijn terugtocht met een lang citaat uit premier Lubbers' antwoord aan de Kamer, waarvan de essentie is dat met dit debat de vraag over de invulling van de resolutie van de Veiligheidsraad die geweld voorstaat, niet is afgesloten. Ook na het kabinetsbesluit deze week om de schepen in geval van gewapende actie onder Amerikaanse commando aan de strijd te laten deelnemen, zullen er steeds nieuwe situaties onstaan, waarover het kabinet - en vervolgens de Tweede Kamer - zich een oordeel moet vormen.

Daarmee kon zowel de PvdA leven - op een man na (De Visser) - als het CDA en D66. Van de PvdA-fractie stemde alleen De Visser rond twee uur 's nachts voor een motie van Groen links waarin het kabinetsbesluit werd afgekeurd. CDA en D66 onthielden vervolgens hun steun aan een VVD-motie waarin de conclusie van de premier nog eens werd vastgelegd, namelijk dat er geen nieuw regeringsbesluit en geen nadere beraadslaging van de Kamer nodig zijn voor de inzet van de schepen bij een gewapende actie.

Hierdoor werd geen zout gewreven in de wonden die de sociaal-democratische fractie deze avond had opgelopen. De schade bleef beperkt tot een dissident. De PvdA klampt zich nu vast aan de wetenschap dat er in de komende tijd nog vele momenten zullen komen, waarop nieuwe feiten tot overleg zullen voeren en er eventueel nieuwe beslissingen kunnen worden genomen.

Het was gisteravond een van de weinige keren dat minister Van den Broek achterover kon leunen. Maandenlang heeft hij tegenover de buitenwereld de rol gespeeld van de strenge minister, die onvermoeibaar bezig was om zowel in Den Haag als in Brussel de schapen bij de kudde te houden, eerst in de kwestie van de gijzelaars in Irak en vervolgens op de punten van het niet afzonderlijk met Irak onderhandelen en het leveren van een grotere Nederlandse militaire bijdrage aan de krijgsmacht in het Golfgebied. Gisteravond nam de premier de verdediging van die laatste zaak over. Tot volle tevredenheid van de minister, gezien de vele langdurige en geanimeerde discussies met de premier die hij achter de regeringstafel voerde, zodra minister Ter Beek aan het woord was.

Een minister van buitenlandse zaken stijgt internationaal in aanzien als zijn land flinke beslissingen neemt. In Geneve gistermorgen en -middag, waar hij met zijn EG-collega's VN-secretaris-generaal Perez de Cuellar ontmoette, was hij zeer zelfverzekerd. In de gang voor de vergaderkamer in het Palais des Nations gaf hij nog interviews aan achtereenvolgens vijf Engelstalige tv-stations toen zijn collega's al weer in hun vliegtuigen zaten. Het Nederlandse parlement moest een kwartiertje op de minister wachten, doordat deze de gelegenheid nam via het Amerikaanse tv-station CNN Saddam Hussein rechtstreeks mee te delen dat de sleutel voor een vreedzame oplossing in diens handen ligt.

D66-leider Van Mierlo verdedigde in het debat naderhand de stelling dat Van den Broek de afgelopen tijd wellicht wat minder krampachtig met allerlei ontluikende vredesinitiatieven was omgesprongen, doordat niet definitief duidelijk was gemaakt dat Nederland mee zou doen als er een gewapend conflict zou ontstaan. Van Mierlo suggereerde dat, nu dit besluit is genomen, Van den Broek de ruimte heeft mee te werken aan alle initiatieven die de Iraakse leider nog tot een terugtrekking zouden kunnen bewegen.

De Van Mierlo-stelling werkte. Eerder op de dag, in Geneve, nam Van den Broek een houding aan van 'al het mogelijke proberen voor de vijftiende'. Hij is nu zelfs bereid met de 'trojka' van EG-ministers naar Bagdad te reizen, als Perez de Cuellar bij diens terugkeer het idee zou wekken dat dit zinvol is. Begin deze week werd dat idee bij Buitenlandse Zaken nog vernietigend verworpen.

    • Rob Meines