Bridge

De ontwikkeling van het bridgespel in de 65 jaar van zijn bestaan als contract bridge betreft voornamelijk het bieden. De speeltechniek was al tot ontwikkeling gekomen in het tijdperk van het whistspel en de andere voorloper-spellen van contract bridge. Het hoge niveau waarop af- en tegenspel al in de jaren '30 stond laat zich uitstekend demonstreren met het spel dat ik u vorige week toonde:

(Schoppen) V 10 7 (Harten) H V 9 5 (Ruiten) A H (Klaver) A H 10 5 (Schoppen) 8 4 (Harten) B 10 7 4 3 (Ruiten) 9 7 5 3 (Klaver) B 4 (Schoppen) H B 9 5 2 (Harten) A 8 (Ruiten) 6 2 (Klaver) V 8 7 2 (Schoppen) A 6 3 (Harten) 6 2 (Ruiten) V B 10 8 4 (Klaver) V 9 6 3

Nadat O en Z hadden gepast opende W met een psychologisch 1-(Ruiten)-bod, N doubleerde en O bood 1(Schoppen), waarna Z's 1 SA door N tot 3 SA werd verhoogd. W's blufbod had in elk geval tot effekt gehad dat het contract in de verkeerde hand zat. Had N 3 SA moeten spelen, dan was de (Schoppen)-uitkomst gevaarloos geweest en had (Schoppen) A gediend als entree voor de (Ruiten)-kleur nadat (Ruiten) A-H zouden zijn geincasseerd. Op de O-plaats zat Rafael Cohen, een van de sterkste Hongaarse spelers van voor de oorlog, van wie The Official Encyclopedia of Bridge vermeldt dat hij in 1934 wereldkampioen was.

Dat is raadselachtig omdat het eerste wereldkampioenschap pas in 1935 werd verspeeld en de naam Cohen nergens is geboekstaafd als lid van een team of paar dat een wereldtitel behaalde. Niettemin speelde hij een wereldkampioen waardig, en dat deed ook de Z-speler, Geza Ottlik, aan wie ik de vorige rubrieken wijdde. W kwam met (Schoppen) 8 uit, O dekte met (Schoppen) B N's (Schoppen) 10 en de vraag die ik u voorlegde, was of u zich een voorstelling kon maken van het verdere spelverloop. Ottliks eerste maatregel was (Schoppen) B niet te nemen om zijn entree voor de (Ruiten)-kleur te sparen. Dat lukte maar een slag, want Cohen begreep wat er aan de hand was en counterde met (Schoppen) H, een manoeuvre die later de Merrimac Coup is genoemd naar het schip dat in 1898 ten tijde van de Spaans-Amerikaanse oorlog tot zinken werd gebracht in de haven van Santiago in een poging de Spaanse vloot in deze haven op te sluiten. Ottlik moest nu wel nemen en hij probeerde een nieuw entree te creeren door een (Klaver) naar (Klaver) 10 te spelen in de hoop dat W een honneur-tweede zou bezitten. In dat geval zou (Klaver) 9 hoog kunnen worden. Maar ook dat doorzag Cohen en hij weigerde (Klaver) 10 met (Klaver) V te nemen! Ottlik moest nu naar andere wegen zoeken om aan 9 slagen te komen. Hij incasseerde eerst de blokkerende (Ruiten) A-H en vervolgens (Klaver) A-H. Hij moest zien te voorkomen dat O nog twee maal aan slag zou komen, want dan zou deze over vrij gespeelde (Schoppen)-slagen beschikken. Hij vond de oplossing door (Harten) 9 uit N voor te spelen! Als O met (Harten) A neemt, heeft Z 9 slagen. Cohen dook dus en W kwam met (Harten) 10 aan slag. Hij speelde (Harten) na die Ottlik natuurlijk dook, want hij kon inmiddels O's hand uittellen. O won met (Harten) A, maakte nog (Klaver) V, maar moest toen (Schoppen) naar N's (Schoppen) V spelen, die de entree vormde voor (Harten) H-V, de 8ste en 9de slag voor Ottlik.

Wie gefascineerd raakt door speeltechniek van een dergelijke kwaliteit, zal buitengewoon veel plezier beleven aan het door Ottlik samen met Hugh Kelsey geschreven boek Adventures in Card Play (Gollancz; PB-uitgave 1983).

Dezer dagen verscheen het toernooiboek van het wereldkampioenschap viertallen 1989. Dit jaarlijks door de Amerikaanse bridgebond verzorgde werk is met 336 bladzijden dikker dan ooit. Uit de meer dan 500 uitvoerig geanalyseerde spellen volgt hier uit de finale tussen het Nederlandse en het Amerikaanse vrouwenteam het droevige spel waarop Nederland voor het laatst en definitief de leiding verloor. Het was spel 117. (Zie diagram 2)

(Schoppen) A H 7 5 (Harten) H 10 5 (Ruiten) 8 7 3 (Klaver) 9 7 2 (Schoppen) B 10 6 3 (Harten) 7 4 (Ruiten) 6 (Klaver) A V B 8 6 4 (Schoppen) V 9 2 (Harten) 9 8 2 (Ruiten) A V 9 4 (Klaver) H 5 3 (Schoppen) 8 4 (Harten) A V B 6 3 (Ruiten) H B 10 5 2 (Klaver) 10

Kerri Shuman opende in de 3de hand met 1 (Harten) en na Marijke van der Pas' 2-(Klaver)-volgbod toonden zowel Karen McCallum (door een negatief doublet) als Elly Schippers (door een 2-(Harten)-cuebid) hun honneurkracht. Z's 2-SA-herbieding gaf een zwakke twee-kleurenhand hand aan, na W's 3 (Klaver) bood N haar (Harten)-steun en besloot Z op grond van haar verdeling tot 4 (Harten). W kwam met (Klaver) A uit, switchte wel direkt naar (Ruiten) en kreeg inderdaad een (Ruiten)-introever, maar dat was alles. 620 voor Amerika. Aan de andere tafel opende Beth Palmer de O-hand met 1 (Ruiten)! Dit subminimale openingsbod deed de Amerikaanse vrouwen 12 imps op dit spel winnen. Bep Vriend (Z) volgde met 1 (Harten), Lynn Deas bood 1 (Schoppen) en Carla Arnolds toonde haar kracht met een 2-(Ruiten)-cuebid. Palmer doubleerde dit ook nog en toen Bep Vriend via een uitstekend 3-(Harten)-sprongbod, door N tot 4 (Harten) verhoogd, ook in de (Harten)-manche terecht was gekomen, was dit contract ten dode opgeschreven door de opgelegde (Ruiten)-uitkomst van W. Met (Ruiten) A won O de slag en zij speelde (Ruiten) 4, het Lavinthal-signaal, na om aan te geven dat haar mogelijke rentree in (Klaver) lag (de laagste kaart wenst naspel in de laagste kleur). Na te hebben getroefd speelde W onder haar (Klaver) A uit, O won met (Klaver) H en gaf W een tweede (Ruiten)-troefslag. Een down. Voor het Nederlandse team een dom pechspel.

Het toernooiboek (f. 55, -) is verkrijgbaar bij de bridgeboekenwinkel (030-710219).

    • Bob van de Velde