Behalve de prestaties gaat alles goed in Duitse ploeg

PERTH, 12 jan. Geirriteerd kijkt de Duitse zwemmer Jorg Hoffmann over de batterij microfoons de zaal in. De gouden medaille voor de winst op de 400 meter vrije slag bij de wereldkampioenschappen in Perth hangt te glanzen om zijn nek. Hij versloeg in de finale zijn landgenoot Stefan Pfeiffer. Of het klopt, wil iemand weten, dat ze ruzie met elkaar hebben? Niet dat de vragensteller echt geinteresseerd is in wat onderling gekrakeel. Maar hij vermoedt animositeit die veroorzaakt wordt door een onverenigbaarheid van culturen. Want Hoffmann komt uit de voormalige DDR, Pfeiffer uit de Bondsrepubliek.

“Het is volkomen uit de lucht gegrepen. We zitten karakterologisch anders in elkaar. We zijn geen vrienden, maar gewoon goede bekenden”, bijt Hoffmann van zich af. Opnieuw is er een gerucht ontzenuwd, een poging tot het stichten van een binnenbrandje verijdeld. Want de nieuwe ploeggenoten zijn er vooral op uit te bewijzen dat alles even goed gaat als voorheen. Behalve het presteren.

Het zag er lange tijd naar uit dat het onmogelijk een evenwichtige groep zou kunnen worden. Nadat het besluit was gevallen om de ploegen van de DDR en de Bondsrepubliek al tijdens deze wereldtitelstrijd gezamenlijk te laten aantreden, leefde in West- Duitsland de angst dat op basis van prestaties de overheersing van de DDR-zwemsters en -zwemmers enorm zou zijn. Maar de eerste gezamenlijke Duitse titelstrijd toonde het verval van de sporters uit het oosten en daarmee was een deel van het probleem opgelost. Er kwam een afvaardiging tot stand met ongeveer hetzelfde aantal vertegenwoordigers uit oost en uit west. Kristin Otto, de zesvoudige winnares van goud op de Olympische Spelen van Seoul, was gestopt, andere sterren als Heike Friedrich, Astrid Strauss en Anke Mohring kwalificeerden zich niet eens voor het WK.

Dat proces werd enerzijds uitgelegd als een uitvloeisel van de onzekerheden, de sterk teruggelopen trainingsmogelijkheden en de onbekendheid in het omgaan met de nieuwe vrijheden. Anderen schreven het toe aan abrupt afgebroken gebruik van prestatieverhogende middelen. Ook Michael Gross, de winnaar van Olympisch goud in Seoul en de kurk waarop het Westduitse zwemmen dreef, sprak vol afschuw over de idee met al die voormalige bedriegers van het sportieve ideaal een team te moeten vormen. De basis voor onenigheid en clanvorming leek gelegd. Maar in Perth is Gross van toon veranderd. Hij beweert dat het uitermate goed gaat zeker nu de Westduitsers de mens in de voormalige DDR-sporter hebben leren kennen.

CHAOTISCH

Gross, de Einzelganger van de ploeg, die zich op eigen houtje heeft voorbereid en in z'n vrije tijd in Perth als verslaggever van de Duitse televisie optreedt, is de vaandeldrager van de delegatie en staat min of meer model voor de manier waarop de nieuwkomers zich in de toekomst zullen moeten zien te redden: als zelfstandige wezens. De angstaanjagende perfectie in planning en begeleiding die de DDR-sporter omringde bestaat niet meer. “Onze manier van leiding geven moet bij collega's uit het oosten tamelijk chaotisch overkomen”, zei mannen-bondstrainer Manfred Thiesmann. Het zal, evenals het wegvallen van de intensieve medische begeleiding, van enorme betekenis zijn op het prestatieniveau. Van de negen medailles die Duitsland won in Perth werden er drie gezamenlijk (estafettes), vier door DDR-atleten en twee door Westduitsers gehaald.

Het wegvallen van de succesvolste DDR-zwemsters heeft meteen blootgelegd dat de opleiding van talent met name in de periode voor de vereniging heeft gefaald. Wolfgang Richter, de laatste tien jaar cheftrainer van de Oostduitse vrouwen, verklaarde al eens dat oudere zwemsters te lang voorrang hebben gekregen en het de jongeren aan extra aandacht heeft ontbroken. Daarvoor wordt nu de tol betaald. Richter zit inmiddels zonder werk, net als honderden anderen onder wie de eveneens succesvolle Rolf Tanneberger die een sollicitatiebrief aan de Nederlandse zwembond schreef maar een afwijzing terugkreeg. Elders bestaat wel interesse voor dat vakmanschap. “Over de hele wereld wil men onze kennis hebben, behalve in West-Duitsland”, zegt een ex-official.

De constante vernedering van (')het systeem' is misschien wel de bitterste pil die de Oostduitsers moeten slikken. maar omdat in die succes-constellatie iedereen vooral bezig was met het veiligstellen van de eigen positie winden de meeste sporters zich daar nauwelijks over op. Vooral onder officials heerst een sfeer van ongezonde naijver, maar de voormalige aanhangers van de filosofie dat sport moet dienen als instrument om het welslagen van het socialisme uit te dragen kunnen op weinig steun van de sporters rekenen. Sommige zwemmers voelen zich ronduit bevrijd. Thilo Haase, van SV Post Berlin, die vorig weekeinde het niet officiele wereldkampioenschap op de 50 meter vlinderslag won, verklaarde na afloop dat hij dankzij de (')Vereinigung' weer was gaan zwemmen. “Namens Oost-Duitsland zou ik hier nooit hebben gestaan omdat ik in ongenade was gevallen door opmerkingen die ik over de aanpak had gemaakt. Ik zou nooit meer opgesteld worden.” En rugslagzwemmer Dirk Richter roemt vooral de sfeer in de Duitse ploeg. “Er is een plezierige onderlinge verstandhouding. Wij spraken onze officials en trainers altijd met u en meneer aan, maar nu noem je ze bij de voornaam en heb je het gevoel dat het vrienden van je zijn met wie je samen werkt aan het leveren van een prestatie.”

Er klinkt dus geen gegrom uit de tot bijwagen gedegradeerde limousine. Eerder gezang. Ook bij de trainers die zich wel hebben weten te handhaven. Zoals Gregor Arnicke uit Potsdam, die schoolslagzwemster Jana Dorries (in Perth goed voor een zilveren en bronzen medaille) begeleidt. “Er bestaat nu geen angst meer dat een mindere prestatie consequenties voor je baan heeft.” De conclusie van ex-rugslagzwemmer Roland Matthes enkele maanden terug dat de Oostduitsers hun buik vol hebben van de Westduitse behandeling blijkt niet uit de manier waarop er zowaar iets van ploeggeest is ontstaan. Waarschijnlijk ook omdat hun talent het enige is dat tijdens de stormachtige ontwikkelingen misschien niet veel verder is ontwikkeld, maar wel aanwezig is gebleven. Jorg Hoffmann: “Alles wat er in de DDR was heeft zijn waarde verloren. Het geld, de bezittingen. Behalve de sport.”