Amerikaanse commandanten zien Irak als groot bommentapijt; Irak verliest een oorlog hoe dan ook

ROTTERDAM, 12 januari - Het kan de Iraakse president Saddam Hussein en zijn militaire adviseurs in Bagdad de laatste weken niet zijn ontgaan dat alle schimmige scenario's die defensiespecialisten voor een oorlog in de Golf hebben kunnen bedenken een constante factor bevatten. De strijd om Koeweit mag twee dagen duren of hooguit een maand, het eindresultaat is altijd hetzelfde. Irak verliest hoe dan ook.

De Iraakse retoriek over de “helden van de strijdkrachten” die nu “klaar staan voor de grootste van alle veldslagen” (aldus Saddam afgelopen zondag nog op de Dag van het Leger) lijkt helemaal te passen in de blufpoker van Saddam. Alleen - de tegenstander weet al dat in dat pokerspel Irak geen troefkaart meer heeft.

Ondanks de opmerkelijke openhartigheid van Amerikaanse commandanten van Riad tot Washington over het potentieel van de geallieerde strijdmacht in de Golf en de bedoelingen daarvan, is het kennelijk nog niet tot Bagdad doorgedrongen dat Irak een oorlog te wachten staat van een hevigheid en een gewelddadigheid, waarvan volgens de Amerikaanse generaal Colin Powell, voorzitter van de verenigde chefs van staven, “Saddam Hussein nooit heeft kunnen dromen”.

Een oorlog die - en ook daarvan is geen geheim gemaakt - heel anders zal worden gevoerd dan de langdurige, statische landoorlog tegen Iran. Als de strijd om Koeweit losbarst, zullen de Iraakse commandanten geen tijd krijgen om na te denken.

De inzet van de internationale strijdmacht onder aanvoering van de Amerikanen zal met een ongekend massale vuurkracht gepaard gaan, waarop de feitelijk niet zwakke Iraakse strijdmacht geen antwoord heeft.

Het merendeel van de 55 tot 60 Iraakse divisies (met veel reservisten en verouderde tanks) bevindt zich nu in Zuid-Irak en Koeweit, maar Bagdad kan er niet op rekenen dat de strijd zich juist daar zal afspelen. Bij de start van de bevrijding van Koeweit kan elke vierkante meter grond van Irak onverwachts het doelwit zijn van een geallieerd luchtoffensief. Het wapenarsenaal alleen al van de Amerikanen heeft een diversiteit die nog nooit eerder in een gewapend conflict zo compleet is ingezet. Nog nimmer is zoveel technologische vuurkacht in kwantiteit en kwaliteit samengebald voor de strijd tegen een land.

De Iraakse luchtverdediging is niet berekend op gelijktijdige precisie-aanvallen met Tomahawk-kruisraketten vanaf slagschepen, laser-gerichte bommen uit onzichtbare F-117A Stealth-bommenwerpers en Israelische Have Nap lange-afstandsprojectielen gelanceerd door B-52 bommenwerpers - om maar een paar van de nieuwste Amerikaanse wapens te noemen.

De oorlogservaring van de Iraakse militaire leiders is door de bloedige strijd tegen Iran groot, maar biedt weinig tactisch houvast als dergelijke gevechtsmiddelen bijvoorbeeld 48 uur onophoudelijk in gecoordineerde aanvalsgolven worden ingezet.

Bommentapijt

Amerikaanse commandanten in Saoedi-Arabie zien Irak als een groot bommentapijt. Van elk doelwit van enige betekenis - inclusief de schuilplaatsen van Saddam Hussein - bestaan zogeheten target folders, aan de hand waarvan luchtmachteenheden de beste manier van aanvallen kunnen bepalen.

Een sterke Iraakse luchtverdediging zou de verwachte openingszet van de geallieerden (massale luchtaanvallen) kunnen hinderen, maar de capaciteit van de Iraakse luchtmacht wordt door Amerikaanse bevelhebbers geringschattend afgedaan als een “risico dat we aan kunnen” (managable risk). Observatie van de Iraakse vliegtuigbewegingen na de bezetting van Koeweit heeft volgens Amerikaanse woordvoerders in Riad de bevestiging opgeleverd, dat Bagdad nog steeds niet in staat is flitsende luchtoperaties van enige omvang te organiseren.

Dat is eigenlijk vreemd gezien de grote en goed bewapende vloot van ruim 500 gevechtsvliegtuigen, verspreid over zo'n 25 vliegbases en landingsbanen.

Aan het met veel ophef geintroduceerde vliegende radarstation Adnan-1 van Irak wordt weinig militaire waarde gehecht, maar de geslaagde conversie van enkele Russische transporttoestellen tot vliegende tankstations vormt voor de geallieerden wel enige reden tot ongerustheid. Bagdad zou kunnen overwegen Franse Mirage F1EQ, en Russische MiG-23BN Flogger en (pas geleverde) Soe-24MK Fencer jachtbommenwerpers in de lucht bij te tanken voor het doen van aanvallen op verafgelegen doelen, bij voorbeeld Israel. Mirage-vliegers, de best-opgeleide piloten in Irak, hebben eerder ervaring opgedaan met bijtanken in de lucht tijdens aanvallen met Exocet anti-schipraketten op tankers in de Golf.

Echte verrassingsaanvallen van de Iraakse luchtmacht op schepen in de Golf of op de volgepakte Saoedische vliegbases zijn echter vrijwel uitgesloten, omdat Amerikaanse en Saoedische Awacs-vliegtuigen elke beweging boven Irak waarnemen en permanent onderscheppingsjagers 'aan het touwtje hebben'. Alleen de westelijke route via Syrie of Jordanie is mogelijk niet helemaal waterdicht afgeschermd.

Irritant

Over de Iraakse marine worden weinig woorden vuil gemaakt. De zeven Russische Osa-aanvalsboten met verouderde Styx anti-schipraketten kunnen voor hun eigen veiligheid beter niet uitvaren. Enkele kustopstellingen met Slikworm-projectielen (Chinese versie van de Styx) in Koeweit en bij Basra zijn voor de gigantische multi-nationale zeemacht in de Golf niet meer dan 'irritant'.

Eigenlijk heeft Saddam Hussein in zijn omvangrijke arsenaal maar een wapen waarop zijn tegenstanders niet echt een afdoend antwoord hebben: zijn raketten voor de middellange afstand, de Al-Hussein en de Al-Abbas. De dreiging die daarvan uitgaat steunt volgens deskundigen echter vooral op de onzekerheid over de al dan niet aanwezige chemische lading. Met een normale conventionele hoogexplosieve landing van enkele honderden kilo's kunnen de raketten schrik en angst aanjagen, maar de trefzekerheid is zo gering (afwijkingen van meer dan duizend meter) dat Saddam er weinig militair profijt van zal hebben. Het aantal Russische Scud-B raketten (een kleiner ballistisch wapen met een bereik van maximaal 280 km), dat de Iraakse industrie heeft kunnen verbeteren tot de verder reikende varianten Al-Hussein (600 km) en Al-Abbas (circa 700 km), wordt bovendien geschat op minder dan vijftig.

Satellieten, spionagevliegtuigen en afluisterstations houden de lanceerposities van de Iraakse raketten nauwgezet in de gaten. Irak heeft semi-permanente raketbases gebouwd bij twee vliegvelden H-2 en H3 in het uiterste westen van het land (dichter bij Israel kan niet), in de buurt van de hoofdstad Bagdad en - naar testlanceringen hebben uitgewezen - bij Basra. Scud-B raketten in Koeweit kunnen de belangrijke Saoedische basis Dhahran net niet treffen, maar de grotere Al-Hussein wel. Amerikaanse Patriot-luchtafweerraketten in Saoedi-Arabie zijn gemoderniseerd om Iraakse ballistische projectielen te onderscheppen, maar die beschermende paraplu werkt pas echt goed als raketlanceringen onmiddellijk worden waargenomen. Iraakse proeflanceringen in december werden niet tijdig gesignaleerd en ook de uren durende voorbereidingen, die tijd kunnen bieden voor een preventieve tegenaanval, ontgingen de Amerikaanse sensors kennelijk.

Het grootste gevaar van de Iraakse raketten schuilt in het feit dat Bagdad er de dimensie van een oorlog drastisch mee kan vergroten door Jeruzalem of Tel Aviv te beschieten. Het is een troefkaart die Saddam echter niet kan uitspelen zonder gegarandeerd de vernietiging van zijn land en zijn bewind over zich af te roepen. En aarzelt hij met lanceren tot de strijd om Koeweit begonnen is, dan zal zijn trots in de eerste nachtelijke uren van het Amerikaans-Britse luchtoffensief vernietigd worden - net als alle andere gevechtsmiddelen waarmee hij doelen buiten zijn eigen grenzen kan treffen.

    • Dick van der Aart