Zwemsport blijft slechte handelswaar

PERTH, 11 jan. - Door de jaren heen heeft zich in de zwemwereld de opvatting geworteld dat die sport onverkoopbaar is. Omdat de atleten hun prestaties onder water leveren, ontbreekt het aan de mogelijkheden hen tijdens het bedrijven van hun spetterende activiteiten als sandwichmen te gebruiken en juist dat zouden sponsors zo graag willen. Maar inmiddels is er tegenstroom voor de doemdenkers in zwemmersland. Met het aantrekken van Ion Tiriac, de manager van tennisster Boris Becker, moet een nieuw tijdperk aanbreken.

Omdat de Roemeen voor het wereldkampioenschap in Perth al vele miljoenen in de kas heeft gebracht en contractueel is vastgesteld dat het bedrag voor de komende kampioenschappen in 1994 en 1998 cumulatief is, geniet hij het vertrouwen van de Fina-bestuursleden. Die zijn inmiddels wel geschrokken van de revolutionaire gedachten die Tiriac in de media heeft geventileerd. Zwemmen moet een ander, modern, snel imago krijgen en gematigde krachten binnen de wereldzwembond vrezen een doodsteek voor de publieksonvriendelijke - lange - onderdelen. Want de sprint wordt het interessantste artikel in de winkel van Tiriac. Bij de titelstrijd in Australie golden de meeste 50-meternummers overigens nog niet als officieel kampioenschap.

De 'geniale invallen' van de promotor, zoals een profcircuit, hebben zijn opdrachtgevers slechts in kranten kunnen lezen. In bijeenkomsten met het bestuur kwamen ze nog niet ter sprake, zegt Klaas van de Pol, de 66-jarige Nederlandse penningmeester van Fina. “Maar ik vind wel dat de fout van het zwemmen is geweest dat we te star met ons programma zijn. Er zijn binnen de Fina veel mensen die erg behoudend zijn. Dat is een handicap geweest. We hebben te lang steeds hetzelfde gebracht.”

Geduld

Een zwemkampioenschap mist vooral het flitsende karakter dat nodig is om het tot een attractieve televisieshow te maken. Er is te veel ruimte tussen de verschillende onderdelen. In Perth is na elke finale een zogenoemde B-finale, een troostronde. Gevolgd door een huldiging, die zich tergend langzaam voltrekt en die wordt afgesloten met een ereronde van de medaillewinnaars langs de tribunes het bassin. Voor de 8.500 toeschouwers en de deelnemers mag dat een plezierige belevenis zijn, het geduld van de miljoenen televisiekijkers die men met het WK denkt te trekken wordt wel erg op de proef gesteld.

Van de Pol voelt meer voor de invoering van halve finales waarbij een dag later de finale wordt gezwommen. Dat betekent per nummer twee keer eenvoudig in beeld te brengen spanning. De tijdrovende ceremonie protocolaire kan wat hem betreft ook wel anders. Het moet Tiriac als muziek in de oren klinken dat er binnen de Fina zulke verlichte geesten rondlopen. Maar er zijn oncontroleerbare factoren die hem minder zullen plezieren. De zwemsport-promotor hoopt op mega-sterren die superieur zijn op veel onderdelen en voor wie elk kampioenschap een schatkist aan gouden medailles oplevert. Met fenomenen als Mark Spitz, Matt Biondi en Michael Gross - uitzonderingsgevallen die wel veel uit hun sport wisten te halen - moet de kar uit de publicitaire modderpoel worden getrokken. Tot nog toe is er bij deze wereldtitelstrijd zo'n veelvraat nog niet opgestaan.

Bij de Fina zijn 129 landen aangesloten, waarvan sommigen overigens niet eens een zwembad binnen de eigen grenzen hebben. In Perth zijn er van al die lidstaten 'slechts' zeventig aanwezig. Zwemmen is niet echt een wereldwijde sport. Met name Afrika en Zuid-Amerika gelden als ontwikkelingsgebieden. Daarvoor heeft de wereldzwembond weliswaar programma's ontwikkeld en worden er cursussen gegeven, een complicerende factor blijft het ontbreken van trainings- en wedstrijdaccommodatie in vooral Afrikaanse landen. Een andere handicap is dat een toonaangevende natie als de Verenigde Staten buiten Olympische Spelen nauwelijks interesse toont voor het zwemmen. De sport heeft een traditie aan de westkust en in Florida, de meeste andere staten blijven ver achter. De nationale media besteden er dan ook mondjesmaat aandacht aan.

Verbinding

De hoofdsponsors zullen daardoor voorlopig nog wel overwegend gerecruteerd moeten worden uit de bedrijfstakken die een directe verbinding hebben met de sport, zoals badpakkenfirma's en producenten van tijdmetingsapparatuur. Een situatie waarmee ook de Nederlandse bond zich geconfronteerd ziet. Van de Pol, dit jaar aftredend als voorzitter van de KNZB en tot en met 1992 lid van het Fina-bestuur waarna hij zich ook daarvoor niet meer herkiesbaar wil stellen, wijst er op dat behalve de “geringe exposuremogelijkheden op de atleet zelf” de zwembaden in Nederland nauwelijks ruimte bieden voor andere sponsor-activiteiten. Promodorpen en sponsor-boxen zijn er met geen mogelijkheid onder te brengen. “Terwijl dat de toekomst lijkt te zijn. Maar je kunt baden niet gaan uitbreiden voor dat ene evenement per jaar.”

De gezusters Muis figureren binnenkort in een reclamecampagne voor een rijstmerk, maar dat is een uitzondering. En die enkele serieuze poging die de bond onderneemt wordt niet zelden getorpedeerd door de zwemmers zelf. Zo had de VSB-meet in Amsterdam vorig jaar februari een sterke bezetting, flinke geldprijzen en premies en een non-swimsponsor die wilde dat de deelnemers een badmuts met zijn naam zouden dragen. Buitenlanders hadden er geen bezwaar tegen, maar een aantal Nederlanders beloonde de inspanningen van de bond om geld te genereren voor de topsporters met het demonstratief aan stukken scheuren van de cap.