Zakgeld

Toen ik tien jaar was en met twee gulden in mijn hand naar de bakker liep, zag ik op straat een portemonneetje liggen. Het was van hard plastic, groen en rond, met een klein ritsje. Het was duidelijk het portemonneetje van een ander kind, waarschijnlijk van een meisje. Als dat zo was zat er wel heel veel geld in, vond ik. 72 gulden. Hoe kwam dat kind daaraan? Had ze het gespaard van haar zakgeld? Dan was het extra zielig dat ze haar portemonneetje had verloren, want dan was ze nu vast op weg geweest om eindelijk iets heel moois te kopen. Een hele grote beer misschien? Rolschaatsen? Een porseleinen poppeservies?

Wat zouden jullie kopen als je zoveel geld had? En hoe waren jullie eraan gekomen? Daarover gaat dit onderzoek. Er zijn zes vragen.

1. Hoeveel zakgeld krijg je? Krijg je het per week of per maand?

2. Hoe oud was je toen je voor het eerst zakgeld kreeg?

3. Geef je het meteen uit, zo ja waaraan, of spaar je, zo ja waarvoor? Of doe je allebei een beetje? Als je een spaarpot hebt, hoe ziet die er dan uit?

4. Vind je dat je genoeg geld krijgt?

5. Bemoeien je ouders zich met je uitgaven, of mag je zelf weten wat je koopt?

6. Is zakgeld het enige geld dat je hebt of zijn er nog andere manieren waarop je aan geld komt, krijg je bij voorbeeld iets van je oma en opa of verdien je zelf iets met karweitjes?

Beantwoord de vragen zo uitgebreid mogelijk en stuur de antwoorden voor 28 januari naar Bianca Stigter, Onderzoek Kinderpagina, NRC Handelsblad, Paleisstraat 1, 1012 RB Amsterdam. De uitslag staat dan op 1 februari op de Kinderpagina.