Voor bonden doemt dilemma over 'CAO ja of nee' weer op

ROTTERDAM, 11 JAN. Terwijl de hele wereld de adem inhoudt over de Golfcrisis blazen de Nederlandse vakbonden met pittige looneisen hoog van de toren. Na de haven (eis: 5, 6 procent loonsverhoging), de supermarkten (6, 5 procent) en de grootmetaal (4, 1 procent) leggen de bonden in het vandaag begonnen CAO-overleg in de grafische industrie een pakket op tafel waarin de looneis kan oplopen tot 5 procent. Eisen zijn geen akkoorden en de vraag is dan ook of hier de gebruikelijke ketelmuziek opklinkt of dat er meer aan de hand is.

Genoemde looneisen zijn door de werkgevers - als in een geconditioneerde reflex - bestempeld als “niet realistisch”. Ook dat hoort bij het spel. Maar directeur drs. O. Heemskerk van de haverwerkgeversvereniging SVZ ging een stap verder. “De afgelopen drie jaar is langzaam het vertrouwen gegroeid dat wij ook in de haven op basis van redelijkheid tot wederzijds aanvaardbare compromissen konden komen. Dit vertrouwen heeft door de hoge looneisen een gevoelige knauw gekregen.” Hij ziet alleen een oplossing (lees: CAO) als de bonden drastisch inbinden. Fijntjes herinnerde hij eraan dat de eisen van de bonden haaks staan op de oproep tot loonmatiging die de vakcentrales CNV en FNV begin deze week herhaalden.

Het CNV is zelfs zo geschrokken van de jongste ramingen van

PAG. 11 INTERVIEW MET CPB-DIRECTEUR ZALM

het Centraal Planbureau - afvlakking van economische groei, afkalving van investeringen en stijging van werkloosheid - dat voorzitter H. Hofstede “een herbezinning dringend noodzakelijk” acht. Zijn collega J. Stekelenburg van het FNV raadde de aangesloten bonden aan het pad van loonmatiging alleen te verlaten als het kabinet bij het 'tussenbalansen' op de proppen komt met “een wel zeer scheve verdeling van de pijn”.

De vakbonden claimen echter hier “wat genuanceerder” tegenaan te kijken. De aanhoudende dreigementen van het kabinet, premier Lubbers voorop, de uitkeringen niet aan te passen als de lonen gemiddeld met meer dan drie procent stijgen, maken op hen nauwelijks indruk. Ze schrijven het economisch herstel van de afgelopen jaren in belangrijke mate toe aan hun eigen zelfbeheersing aan het loonfront, waardoor Nederland meer dan gemiddeld kon profiteren van de internationale economische groei. “Als Den Haag dezelfde prestatie had geleverd op het gebied van beheersing van de overheidsuitgaven als de vakbeweging heeft geleverd op het gebied van beheersing van de loonontwikkeling, dan hadden we nu die ellende van de tussenbalans niet gehad”, zei medewerker drs. P. J. Vos van de industriebond FNV gisteren in De Balie in Amsterdam op een bijeenkomst over 'de vakbeweging en de mid-term review'.

Niet dat Vos tegen voortgezette loonmatiging is, maar hij wantrouwt de motieven die het kabinet daarvoor aanvoert. Het is het kabinet niet te doen om hadhaving van de koppeling tussen loonontwikkeling in de marktsector enerzijds en ambtenarensalarissen en uitkeringen anderzijds, maar om een verkapte geleide loonpolitiek, meent de ideoloog van de FNV-bond.

De fout van vroeger doet niet af aan het belang van loonmatiging, onderstreepte ook de Tilburgse econoom prof. dr. R. van der Ploeg. Bij een bescheiden loonstijging zijn de financiele gevolgen voor de koppeling nog te overzien, maar als bovenop de prijscompensatie bijvoorbeeld een gemiddelde loonsverhoging van 1, 25 procent komt, zorgt de koppeling voor een extra budgettaire last van 4, 5 miljard gulden, becijferde Van der Ploeg. Hij noemde het een blunder dat het kabinet drie procent loonstijging expliciet heeft genoemd als limiet voor handhaving van de koppeling. “Het percentage was bedoeld als norm, maar voor de bonden werkt het als een minimum.”

De inmiddels afgesloten overeenkomsten bevestigen dit beeld. Bij de PTT kwam 3, 7 procent loonsverhoging uit de bus en in de schoonmaakbranche 3, 6 procent. Een niveau waarop bijvoorbeeld de kleine en middelgrote bedrijven in het beroepsgoederenvervoer geen zaken wensen te doen. Dan maar geen CAO, liet NOB Wegtransport weten nadat de onderhandelingen waren vastgelopen met de bonden die 3, 5 procent loonsverhoging willen.

Dat er ook zonder CAO valt te leven, toont ESSO Nederland aan. Daar bereikte de directie in rechtstreekse onderhandelingen een akkoord met de ondernemingsraad over 3, 6 procent loon erbij. Het ligt voor de hand dat dit voor de bonden, die binnenkort met andere raffinaderijen wel onderhandelen over een CAO, een aansporing vormt het 'beter' te doen. Zo doemt achter loonmatiging danwel ontkoppeling voor de vakbonden het oude dilemma tussen wel of geen CAO op, dat hun bestaansgrond direct raakt.

    • Joop Meijnen