Tussen Moskou en Petersburg ligt een wereld van verschil

Tentoonstelling: Rusland in de Achttiende eeuw. In: Museon, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Open: di t-m vr 10-17 uur, za en zo 12-17 uur; Catalogus fl. 12, 50.

Misschien is Rusland alleen nog te redden door een tweede Peter de Grote. Die gedachte kwam onwillekeurig bij mij op aan het begin van de tentoonstelling Rusland in de Achttiende eeuw, die met meer dan driehonderd schilderijen, landkaarten, huisraad, meetinstrumenten, boeken, ikonen, oorkondes en allerlei andere voorwerpen uit het Moskouse Staatshistorisch Museum een beeld geeft van het achttiende-eeuwse Rusland. Wat Gorbatsjov maar niet wil lukken - van de Sovjet-Unie een moderne staat maken - is Peter de Grote wel gelukt. Dat lijken althans de eerste twee prenten van de tentoonstelling te willen zeggen. Op de eerste staat een traditionele Russische tsaar afgebeeld, zoals we die kennen uit Eisensteins film Ivan de Verschrikkelijke: een woest kijkende, bebaarde man, gehuld in een lange, rijk versierde kaftan en omringd door mannen met baarden. Een barbaar kortom. Op de tweede is Peter de Grote te zien: een energieke, zwierige, lange, gladgeschoren man, gekleed in een kniebroek en pandjesjas en omringd door baardloze lieden met pruiken. Een beschaafde Europeaan.

Het is overbekend: tsaar Peter I (1682-1725) was er alles aan gelegen om van het achterlijke Rusland een moderne Europese staat te maken. In een drassig stuk land in een pas op de Zweden veroverd gebied in het noorden liet hij in een moordend tempo een nieuwe hoofdstad in classicistische stijl uit de grond stampen. Hij haalde westerse kunstenaars, architecten, ingenieurs en wetenschapsmensen naar Rusland, hij liet nieuwe gebieden in kaart brengen en grammaticaboeken drukken, hij introduceerde nieuw industrieen, enzovoort, enzovoort. Er is, zo blijkt op de tentoonstelling die voor een belangrijk deel aan Peter de Grote is gewijd, nauwelijks een gebied te noemen waarop hij geen moderniseringen probeerde door te voeren. En hij deed het met een grote toewijding en zonder scrupules. Zijn eerste vrouw verbande hij naar een klooster en zijn zoon liet hij terechtstellen, omdat ze tegen zijn hervormingen waren.

Te oordelen naar de portretten die in het eerste deel van de tentoonstelling zijn te zien, waren de hervormingen van Peter de Grote succesvol. In uiterlijk en kleding waren de geportretteerde achttiende-eeuwse Russische aristocraten niet te onderscheiden van hun soortgenoten in West-Europa. Het enige Russische aan de schilderijen is de stijfheid en de afstandelijke stijl, een restant van de ikonenschilderingen die aan vele vaste regels was gebonden.

Maar de modernisering van Rusland was maar een gedeeltelijk succes, zo blijkt uit het tweede deel van de tentoonstelling. De gebruiksvoorwerpen en meubels van de boeren en kooplieden bleven door en door Russisch, dat wil zeggen van hout en rijk versierd met traditionele motieven uit de volkskunst. Boeren en kooplieden bleven leven zoals ze altijd al hadden gedaan. Voor velen van hen was Peter de Grote de anti-christ, die het roken van tabak en het drinken van wijn propageerde en die de adellijke Russen had gedwongen hun baard, het teken van vroomheid, af te scheren. En ook de Russisch-orthodoxe kerk hield grotendeels vast aan de oude gebruiken en rituelen, al hebben de achttiende-eeuwse ikonen die nu in het Museon hangen, een wat zwieriger en losser karakter dan die uit voorgaande eeuwen.

De botsing van culturen werd belichaamd door de tegenstelling tussen het oude Moskou en het nieuwe Petersburg, het tegenwoordige Leningrad. De verschillende karakters van die steden komen naar voren in de stadsgezichten op de tentoonstelling. Moskou ziet eruit als een immens dorp met houten huizen en nauwelijks straten, Petersburg is een Westerse stad met stenen gebouwen en brede boulevards. Ook Catharina de Grote, die in de tweede helft van de achttiende eeuw de modernisering met even weinig scrupules als Peter de Grote ter hand nam, kon hier weinig aan veranderen. Pas in de jaren dertig lukte het Stalin om van Moskou een stenen wereldstad te maken. Maar die had dan ook de minste scrupules van alle Russische heersers. Gorbatsjov hoeft zich niet te schamen.

    • Bernard Hulsman